Aantal Hits : 2436  |
2436 hits
SEATTLE'S VERZONNEN
TOESPRAAK & DE RAADPLEGING VAN HET VERZUURDE VLAAMSE VOLK
Hoe kun je de
lucht bezitten? "... "Het zicht van uw steden doet pijn aan
mijn ogen ". Wie kent niet deze passages uit de toespraak
van Indianenhoofdman Seattle? De rede is wereldberoemd, werd geprezen
in talloze bladen met wereldverspreiding (zoals Newsweek en
The National Geographic) en is door de Wereldraad der Kerken
in boekvorm verspreid.
Men sprak van een 'vijfde evangelie'. 'Actie
strohalm' publiceerde de tekst in het Nederlands, en dit boekje werd
ondermeer in de Wereldwinkels verkocht ('Hoe kun je de lucht
bezitten? Een Indiaanse visie op het beheer van de aarde'. Uitg.
Aktie Strohalm, Utrecht, 1980. ISBN 90-6224-198-0). Rutger Kopland
sprong op de boot met het gedicht 'Het opperhoofd spreekt'. Ook het
onderwijs deed zijn duit in het zakje: zo staat in Melopee 6' (een
veelgebruikt literatuurboek voor het middelbaar onderwijs, Wolters
Plantyn, 1997) de toespraak van Seattle kurkdroog en zonder enige
kritische vraagstelling afgedrukt op p.12-16, ter stichting van de
Vlaamse scholieren.
Toch is deze 'toespraak'
is in werkelijkheid een filmscript, gebaseerd op een verzinsel. De
ultieme versie werd geschreven door de Texaan Ted Perry, voor een
televisiefilm geproduceerd door de 'Southern Baptist Convention' in
1972. Perry inspireerde zich voor zijn tekst op een artikel, dat op
29 oktober 1887 was verschenen in de 'Seattle Sunday Times'. Daarin
gaf een dokter, genaamd Henry Smith, een geromantiseerde versie van
wat Seattle vele jaren daarvoor (in januari 1855) zou hebben gezegd.
De aanwezigen bij de onderhandelingen konden niet bevestigen dat
Smith op de bijeenkomst met chief Seattle überhaupt aanwezig
was, niemand van de daadwerkelijk aanwezigen maakte ooit melding van
enige merkwaardige toespraak, en Smith beschikte niet over notities
waarop hij zijn 32 jaar nadien verschenen 'verslag' had kunnen
baseren. We mogen als nulhypothese dus gerust aannemen dat het
artikel van Smith geen historische waarde heeft. Zijn tekst is zeer
waarschijnlijk al even fictief als die van Perry. De enige officiële
en eigentijdse weergave van Seattle's woorden omvat slechts enige
lijnen zonder bijzondere betekenis.
==>
op de website van Seattle's stam, wordt de versie van 1887 als
authentieke tekst aangeboden:
http://www.suquamish.nsn.us/chief.htm
Uitgeverij
Kairos verspreidt deze tekst ook als authentiek onder de titel
'Seattle's toespraak' ISBN 90 70338 14 9
==>
De echte herkomst van de 'toespraak' werd voor het eerst bekend
gemaakt door de Duitse historicus Rudolf Kaiser in 1987. Zie ook:
'The Gospel of Chief Seattle is a hoax'
Environmental
Ethics 11, p.195-196, 1989
==>
Het groot publiek kreeg kennis van de vervalsing in 1992: T.Egan
"Chief's 1854 lament linked to ecological script of 1971"
New York Times, 21 april '92, A1-A17
De reacties op de ontmaskering zijn
zeer interessant. In het blad van de milieuactivisten van 'Natural
Rights' lezen we in 1990 het volgende: "De intrinsieke waarde
van deze gevoelens is zo groot, dat het onbelangrijk wordt wie ze
schreef (...). Het belangrijke is, dat de woorden waar klinken. (...)
Of de ideeën afkomstig zijn van Seattle, Smith, Arrowsmith of
Perry, is volstrekt onbelangrijk".
Jerry Clark (van de 'National Archives
and Records Administration') neemt een ander standpunt in:
"Heeft het belang
of de toespraak afkomstig is van Seattle in 1955, of van Dr.Smith in
1887? Natuurlijk wel. Deze bekende stellingname verliest haar morele
kracht en
geldigheid wanneer ze
verzonnen werd door een dokter in de Far West, en niet afkomstig is
van een wijze Indiaanse leider. Zogenaamd nobele gedachten, die op
een leugen berusten, zijn helemaal niet nobel".
Ik deel de opvatting van
Clark. Het is natuurlijk waar dat de expliciete inhoud van de
toespraak onafhankelijk is van de auteur. Maar de impliciete inhoud
luidde, dat wij als arrogante westerlingen aardig wat konden leren
van dit wijze Indiaanse stamhoofd. En die impliciet inhoud woog door:
ware de toespraak toegeschreven aan Henry Smith of Ted Perry, aan
Jimmy Carter of Ronald Reagan, dan zou de tekst nog geen procent van
de aandacht hebben gekregen die er thans naar uitging.
Maar er is meer. In deze
postmoderne tijden is culpabilisering van het volk door de elite
uitgegroeid tot het ideologisch onderdrukkingswapen bij uitstek. En
Seattle's verzonnen toespraak is geknipt voor dit doel. De tekst
ondersteunt de culpabilisering van de modale Westerse toehoorder, die
in de toespraak als bot en moreel inferieur wordt afgeschilderd. En
om iemands kritische vermogens al bij voorbaat te verlammen, werkt
niets zo efficiënt als de inplanting van schuldgevoelens. Geen
wonder dus, dat de neptoespraak zo populair werd bij de
maatschappelijke elite. Die doet niets liever, dan de modale burger
voortdurend op zijn morele inferioriteit te wijzen. Daarbij worden
graag mooie en moreel klinkende woorden en nepfeiten gebruikt - net
zoals gebeurt in de valse rede van Seattle, die terzake als een
prototype kan gelden.
De denigrering van de
modale Vlaamse burger door de politieke elite kunnen we dagelijks
rond ons waarnemen. Vlamingen worden bestempeld als chronisch
racistisch, egoïstisch en bekrompen. Voortdurend krijgen zij
bakken Seattle-ideologie over zich. Eén van de laatste morele
diskwalificaties die de elite aan de Vlaamse bevolking toedicht, is
die der 'verzuring'. Ter gelegenheid van de aankondiging van de
Vlaamse volksraadpleging was het weer prijs. Yves Desmet, de meest
politiek correcte van alle spreekgerechtigden in dit land, schreef in
De Morgen (10 april): "De vraag mag gesteld worden in
hoeverre de verzuurde Vlaming nog de moeite zal opbrengen om de urnen
te gaan opzoeken, zeker wanneer hij weet dat het resultaat absoluut
niet bindend is..." Met andere woorden: de Vlaming is nu
eenmaal verzuurd, en de kans is groot dat hij dit prachtig geschenk,
de nieuwe Vlaamse volksraadpleging, alweer niet naar waarde zal
schatten.
Nu is de wetgeving inzake
volksraadplegingen, waarmee de verzuurde Vlaming door de politieke
klasse werd bedacht, in menig opzicht uitzonderlijk. Zo kunnen wij
bogen, voor volksraadplegingen in kleine gemeenten, op de hoogste
handtekeningdrempel van de hele planeet (20% van de bevolking). Een
andere tamelijk unieke bijzonderheid is, dat in België in naam
van de Democratie stembiljetten ongeteld kunnen worden verbrand of
versnipperd. Dat gebeurde wanneer bij een gemeentelijk Referendum
minder dan 40% van de verzuurde Vlamingen ging stemmen, wat
bijvoorbeeld geschiedde in Genk en in Gent.
De volksraadpleging op
regionaal niveau, die nu in voorbereiding is, verschilt in bepaalde
opzichten van de gemeentelijke en provinciale volksraadpleging. De
handtekeningdrempel (150.000 handtekeningen) is bijvoorbeeld zeer
redelijk en vernietiging van ongetelde stembiljetten is niet
voorzien. Maar ten gronde blijft deze volksraadpleging een lege doos.
Niet alleen is de raadpleging niet bindend, ze is zelfs niet
afdwingbaar. Het Vlaams parlement krijgt de mogelijkheid om de stunt
te herhalen van het tweede Gents referendum, waarbij de verzuurde
Gentenaars tekenden voor gratis openbaar vervoer, naar Hasselts
voorbeeld. Het Gentse stadsbestuur vond er niets beters op dan dit
voorstel te vervangen door een andere, nietszeggende vraag over
verbetering van het openbaar vervoer. De specifieke vraag van de
burgers werd dus straal genegeerd. Vervolgens bleek dat slechts 20%
van de kiesgerechtigden ging stemmen, wat ongetwijfeld opnieuw de
verzuring bewees.
Derk Jan Epping heeft
gelijk, wanneer hij in De Standaard (12 april) schrijft, dat
'verzuring' een 'hol' concept is: " Politici gebruiken de term
graag om de schuld van de anti-politiek te verschuiven naar de kiezer
(...) Er komt een feestcheque van 200 Euro om 11 juli te vieren.
Minister Bert Anciaux kadert dit in de strijd tegen de 'verzuring'.
Burgers krijgen geschenken om te 'ontzuren', maar in werkelijkheid is
het een sigaar uit eigen doos. En hoe reageren de burgers als de
regering die geschenken moet afschaffen wegens geldgebrek? Dan
'verzuren' ze zeker weer (...) Verzuren is een kletsverhaal".
Zeer juist. Waarom moet ik eerst die 200 Euro via de belastingen
opbrengen, om dat geld vervolgens van de politieke klasse terug te
krijgen op voorwaarde dat ik een barbecue hou? Is het de taak van de
staat of de politici om het barbecue-gedrag van de bevolking te
sturen? Is het bewijs van 'verzuring' indien men zich daarover vragen
stelt? Ik meen van niet.
Maar Eppink gaat niet in
op de vraag, hoe het dan wel moet. Want natuurlijk bestaat er wel
zoiets als 'verzuring'. Vele mensen staan stijf wantrouwig en
afwijzend tegenover politici, en niet weinigen ontwikkelen - vanuit
een levenslang gevoel van manipulatie en onmacht - een soort cynisme,
die henzelf tot minder goede burgers maakt dan ze zouden kunnen zijn.
Dat is een ree"el fenomeen, en dat kun je voor mijn part
'verzuring' noemen (what's in a word?).
Die verzuring valt
evenwel niet uit de lucht. Ze ontspruit uit de geest van
onwaarachtigheid die door het politieke bedrijf waait, uit de onmacht
en de bevoogding die de individuen ervaren, en uit de
maatschappelijke versnippering die uit die onmacht voortvloeit.
Politici hebben het heel de tijd over het zo noodzakelijke 'primaat
van de politiek', een nieuwspraakterm waarmee de dominantie van de
politieke klasse wordt aangeduid. Wat wij nodig hebben is echter niet
een primaat van de politiek, maar een primaat van de soevereine mens,
van de 'citoyen' in de zin van de Verlichting.
Het geluksgevoel van de
mensen is tot op zekere hoogte meetbaar, en blijkt bepaalde
wetmatigheden te volgen. Mensen zijn gelukkiger (en dus minder
'verzuurd'), naarmate ze hun eigen lot meer in handen kunnen nemen.
Op maatschappelijk vlak betekent dat eerst en vooral: mensen blijken
gelukkiger naarmate er meer democratie is. Een Particratie levert
reeds meer geluk op dan een dictatuur, en naarmate een particratie
meer democratische elementen bevat, stijgt het welbevinden van de
burgers. Dat blijkt duidelijk uit recent onderzoek.
==>
B.S.Frey & A.Stutzer (2000) 'Happiness, Economy and Institutions'
The Economic Journal 110, p.918-938
==>
http://www.ratifiersfordemocracy.org/HappinessandDemocracy.html
==>
http://pup.princeton.edu/titles/7222.html
Schijninspraak en
bevoogding, waarbij politici zich steeds meer gaan bezighouden met de
boeken die wij lezen, met de woorden die we spreken en met de
barbecues die we houden, voeren tot versnippering en verzuring. En
door bevoogding veroorzaakte verzuring bekampen door nog meer
bevoogding, nog meer culpabilisering en nog meer opgeheven
vingertjes, verergert slechts de situatie.
Iedere mens is een wezen,
dat het vermogen in zich draagt tot vrije morele schepping en moreel
initiatief. Het is aan dit vermogen, dat het menselijk individu - met
al zijn soms wanhopig makende beperkingen en eigenaardigheden - zijn
waardigheid ontleent. Politici zien te weinig die sluimerende aanleg
tot vrije maatschappelijke schepping. Want dit sluimerend moreel
vermogen is per definitie individueel; het wordt niet verdedigd door
partijen, vakbonden of beroepsgroepen, en het dient zich bovendien
aan als iets onbestemds, is droomachtig, stil en op lange termijn
gericht. Wat kostbaar is in ons, staat niet te roepen aan de
cafétoog, alwaar de politicus contact komt leggen met de
'basis'. Dromen beginnen niet eens als omlijnde, scherp afgetekende
ideeën. Het scherp omlijnde idee ontstaat pas later in het
maatschappelijk verwerkingsproces. Maar in het menselijk individu
kiemen dromen, de eerste vrijgeboren gestaltes van nieuwe
maatschappelijke vormen. Iedereen kan bij zichzelf de realiteit van
deze bewering toetsen. Juist door dit droomachtig karakter kan het
scheppend maatschappelijk initiatief vrij zijn; een scherp afgelijnd
idee is niet vrij, het is inzicht in noodwendigheid. Het is
noodzakelijk om de droom, die uit onbehagen en de wil tot verandering
wordt geboren, naar waarde te schatten en een expliciete plaats te
geven in het politieke denken.
Men kan democratie
karakteriseren als het recht voor iedere mens, om maatschappelijk te
dromen; of beter nog, het recht op maatschappelijke toetsing van de
eigen, individuele droom. In sociaal opzicht worden mensen wakker aan
elkaar in het democratisch proces. Alle vooruitgang in de
geschiedenis is begonnen als individuele droom. Democratie is de
eigentijdse wijze om zo'n individuele dromen om te vormen tot
maatschappelijke werkelijkheid.
Sociaal kapitaal ontstaat
wanneer de dromen van mensen in een initiatief, in hun
verwerkelijking samenvloeien. Gemeenschappelijk in bewustzijn
gebrachte en gerealiseerde droom: dat is sociaal kapitaal. En hier
wringt het schoentje. Politici vinden het uitstekend dat burgers zich
verenigen in fietsersclubs en zangverenigingen. Dat noemen ze ook
gaarne 'sociaal kapitaal'. Kleine droompjes zijn voor burgers
toegelaten. Maar de grote dromen worden gereserveerd voor de elite.
De modale burger verzuurt, omdat hij de bevoogding en de
neerbuigendheid voelt, en omdat hij weet - al blijft dit weten door
de politiek-correcte gedachtencontrole vaak erg onbestemd - dat het
recht op deelname aan de grote droom hem wordt ontzegd.
De invoering van het
bindend referendum op volksinitiatief is de eerste en essentiële
middel om aan de modale burger zijn recht op de grote droom terug te
geven - en daarmee ook zijn menselijke waardigheid.
Jos Verhulst (de auteur
is lid van de Werkgroep Implementatie Tijdsgeest, die ijvert voor de
invoering van het bindend referendum op volksinitiatief) |