Aantal Hits : 2290  |
2290 hits
INHOUD
Dit
bericht vindt u ook in een printbaardere (pdf) en html
versie op:
Democratie.be/publicaties/berichten">http://www.directe-democratie.be/publicaties/berichten
IRI launches new Toolkit for Free and
Fair Referendums in Europe
see: http://www.iri-europe.org
A new report features an assessment of the 2003 EU accession
referendums and democracy ratings for 43 countries in Europe.
On 22 March the Initiative & Referendum Institute
Europe has presented its new report on Initiatives and Referendums in
Europe at a international conference in central London. The report
“Initiative & Referendum Monitor 2004/05” includes an updated
evaluation of the prospects for referendums on the EU Constitution, an
assessment of the 2003 accession referendums and the second annual
Index on Citizen Law-making.
Press Release on the Initiative & Referendum
Monitor 2004/05 (PDF)
Download the new IRI Report (PDF, 809 kB)
Conference Info & Agenda (PDF)
Power
point presentation (669 kB)
New DVD offers insight into
well-established and well-designed I&R system.
IRI Europe launches a unique educational tool on Swiss
Direct Democracy.
What effect does a fully-fledged system of popular
checks and balances have on a political system? How and why did
Switzerland develop the right of initiative and mandatory referendums
already in the 19th century? And why are even those citizens who
normally lose referendums happy with such a system? These, and most of
the other questions you may have about Direct Democracy, are now
answered in a new DVD produced by IRI Europe in cooperation with
Presence Suisse and Swiss Radio International.
Read more about the Contents of the DVD
Download the Presentation on the “Swiss Direct
Democracy” DVD (110 kb)
DVD - "Direct Democracy in Switzerland"
The "Direct Democracy" DVD is designed to explain the Swiss political
system, show how the various processes occur and explain the system's
special features. The focus is on direct democracy, which is at the
heart of the Swiss political system. The various instruments of direct
democracy and the way they function are explained both theoretically
and practically, by means of examples.
The video part
A variety of video material on direct democracy is designed to give an
insight into and an overview of DD in an entertaining way. As the films
are aimed at an international public, they do not include material
dealing with the minutiae of Swiss politics.
The film material comes from various departments of SRG, especially SF
DRS, TSR and TSI. There will also be contributions from swissworld. All
the material is dubbed into English.
The ROM part
The CD-ROM section is constructed in such a way that it can be used and
developed also as a website.
The ROM section has the following chapters:
1. History of the Swiss Confederation
2. Explanation of the political system
3. The main actors and their significance
4. Citizens' rights at the federal level
- citizens' initiative
- referendum
- petition
5. Referendum votes
6. Elections
7. Federalism
8. Citizens' rights at the cantonal and communal levels
9. Effects of direct democracy
10. The future
11. Contemporary voices of Swiss DD
12. List of links
13. Bibliography
Europe: for the people, by the people?
A Conference on the
European Constitution
http://www.vote-2004.org.uk/mediacentre/conference.asp
EU-Constitution? Ask the people!
http://www.eu04.com/index.phtml?sid=271
In 2003 the Convention on the Future of Europe drafted an EU
Constitution. The question is who is ultimately to decide over its
implementation.
According to the Eurobarometer, 85% of EU citizens want to have a say
on this issue. All Europeans have the right to decide on their common
future. Therefore we want fair referendums on the EU Constitution in
all countries concerned - preferably on the same day.
The European Referendum Campaign is neither pro nor against the EU
Constitution. For us, it’s a simple question of democracy: let the
people decide!
Sign here... http://www.eu04.com/index.phtml?sid=271
Read the background and latest news about the European Referendum
Campaign on our activists’ homepage: http://www.european-referendum.org/
Stemrecht of stemplicht?
onafhankelijk parlementslid André-Emiel Bogaert heeft een
internetenquête gelanceerd op www.stemrecht-stemplicht.be
Recent
werden in het Vlaams Parlement voorstellen van decreet ingediend die de
stemplicht (of volgens sommigen opkomstplicht) willen vervangen door
stemrecht bij de gemeente- en provincieraadsverkiezingen waarvoor
Vlaanderen zelf bevoegd is.
Waarom worden in Peer de flitspalen
vernield ?
" Is het niet opvallend dat net Peer het absoluut niet op die palen
begrepen heeft? In andere Limburgse gemeenten worden er veel minder
palen vernield.
- "Tja, een tijdje geleden heeft het stadsbestuur een referendum
gehouden. Daaruit bleek dat twee Perenaars op drie tegen een verlaging
van de maximumsnelheid waren, maar vóór meer
snelheidscontroles. Wat
doen ze? Toch overal de snelheid verlagen én een pak flitspalen
zetten.
Dan vraag je om problemen", aldus Eric.
29 maart 2004, Belang van Limburg
Uitslag referendum in Sint-Niklaas genegeerd.
"Als Chantal
Pauwels zich moet verantwoorden voor de rechter wegens een
administratieve fout op haar kabinet, waardoor de belastingbetaler voor
125 euro zou «opgelicht» zijn, heb ik een vraagje over
burgemeester
Freddy Willockx van Sint-Niklaas. Een vijftal jaar geleden heeft de
Wase bevolking zich in een «bindend» referendum
met 92% van de stemmen uitgesproken tégen de bouw van een
ondergrondse
parking op de Grote Markt van Sint-Niklaas. Freddy Willockx, die hoogst
persoonlijk dit referendum heeft
georganiseerd, eiste dat de uitslag bindend zou zijn en hij zou zowel
deze bindende uitslag én de wens van de 60.000 Waaslanders
respecteren.
Vandaag veegt Freddy Willockx als een dictator zijn voeten aan de
BINDENDE uitspraak van het referendum
en laat hij de Grote Markt van Sint-Niklaas opbreken door betonboeren
om er een tientallen miljoenen euro kostende ondergrondse betalende
parking aan te leggen. Hiermee gaat de burgemeester van Sint-Niklaas
tweemaal te ver. Hij houdt zich niet aan het bindend referendum
en haalt tegelijkertijd tientallen miljoenen euro uit de zakken van de
belastingbetaler. Als Chantal Pauwels voor de rechter moet verschijnen
voor een mogelijke oplichting van amper 125 euro... waarom geldt
hetzelfde dan niet voor Freddy Willockx bij wie het gaat om tientallen
miljoenen?"
Lezersbrief door Marc Spandel in Het Laatste Nieuws van 27 maart 2004,
Polen houdt referendum over
Europese grondwet
Polen houdt hoogstwaarschijnlijk een referendum over de EU-grondwet.
Dat zei de Poolse president, Aleksander Kwasniewski, gisteren. 'We
hebben een referendum gehad over de Poolse grondwet en over de
toetreding tot de EU, dus ik zie niet in hoe we geen referendum zouden
kunnen houden over de Europese grondwet', stelde Kwasniewski.
De kans dat de Polen neen zeggen tegen de grondwet is reëel,
gezien
de stijgende scepsis tegenover de Europese Unie. Twee derde van de
Polen zegt de EU niet meer te vertrouwen. Dat wantrouwen is mede
veroorzaakt door de negatieve publiciteit rond de confrontatie met
Duitsland en Frankrijk over de stemverhoudingen in de Europese Raad.
Die confrontatie leidde in december tot de mislukking van de EU-top.
De rechtse oppositie wil niet dat Polen zijn verzet tegen de
grondwet opgeeft. Een lid van de oppositie meldde eergisteren dat
premier Leszek Miller in een parlementscommissie had toegezegd dat er
een referendum wordt gehouden.
De rechtse oppositie is zelf al begonnen met het inzamelen van
handtekeningen om een referendum af te dwingen.
Kwasniewski's aankondiging kwam daags nadat een bezoek van de
Duitse bondskanselier Gerhard Schröder aan Warschau de weg had
geëffend
voor een compromis over de stemverhoudingen in de Europese Raad.
Gisteren riep het EU-commissielid voor de Uitbreiding, Gunter
Verheugen, de Polen op snel in te stemmen met een compromis.
De facto heeft de Poolse regering haar verzet opgegeven tegen de
zogeheten dubbele meerderheid in de EU-grondwet, die door Duitsland en
Frankrijk wordt gesteund.
Het systeem van de dubbele meerderheid komt erop neer dat
meerderheidsbesluiten worden genomen door een meerderheid van de
lidstaten die een bepaald percentage van de Europese bevolking
vertegenwoordigen.
25 maart 2004, De Tijd
Leuven: referendum mogelijk over
Fochplein
Als de meerderheid van de Leuvenaars zich in een referendum
tegen de huidige plannen met het Fochplein uitspreekt, veegt
burgemeester Louis Tobback (SP.A) de plannen van tafel. Er zijn 9.000
handtekeningen van Leuvenaars nodig om een referendum af te dwingen.
Maar niemand van de oppositiepartijen staat te springen om die
handtekeningen in te zamelen.
De gemeenteraad van Leuven boog zich gisteren over het voorontwerp van
het Fochplein. De VLD-oppositie stoort er zich niet aan dat er een
modern busgebouw komt. ,,Maar wel dat er helemaal geen maatschappelijk
debat werd gevoerd'', zegt Luc Ponsaerts (VLD). ,,De bewoners rond het
plein zijn nooit ingelicht.''
Ook Groen! heeft kritiek. ,,We vinden een busstation en een overdekte
fietsstalling positief. Maar de manier waarop het plein wordt
heringericht en hoe de bussen erop moeten circuleren, kunnen ons niet
overtuigen'', zegt Frans Dumont (Groen!). ,,Als de bussen rond het
centraal gelegen busstation circuleren, komt er geen aaneengesloten
voetgangersgebied. De autobussen zullen elkaar tweemaal kruisen op het
plein.''
Burgemeester Tobback staat achter het ontwerp. Hij kondigt nog een
infovergadering aan voor de bewoners op 29 april, maar het voorontwerp
wordt alvast goedgekeurd.
,,Toch ben ik bereid een
referendum te organiseren, als de Leuvenaars dat vragen'', zegt
de burgemeester.
,,Een referendum
organiseren kost 375.000 euro. Daarvoor moet wel tien procent van de
bewoners zijn handtekening zetten. Ik leg me neer bij de uitslag van
een referendum. Maar op de website van de stad staan hooguit tien
reacties. En amper vijf inwoners hebben me geschreven.''
23 maart 2004, De Standaard
http://www.leuven.be/showpage.asp?iPageID=3453
Jong VLD Leuven eist referendum!
Persbericht 2004/03/22
Jong VLD Leuven
Jong VLD Leuven bijt zich reeds ruime tijd vast in de perikelen rond de
heraanleg van het Fochplein. Wij vinden de plannen van het stadsbestuur
veel te duur en bovendien een architecturale aanslag op de goede smaak
(zie eerdere perscommuniqués). Ook de omwoners van het Fochplein
verzetten zich tegen de plannen van de SP.a-CD&V-coalitie.
Blijkbaar werpt dat verzet stilaan vruchten af. Intussen meldt CD&V
immers dat zij het plan toch nog eens wil voorleggen aan de bevolking.
Dit zou dan gebeuren door middel van een infovergadering, of zelfs een
referendum! CD&V is natuurlijk rijkelijk laat met deze kritische
bemerkingen. En bovendien getuigt ze van een zekere hypocrisie
aangezien ze de plannen zelf goedgekeurd heeft als partner van de
coalitie.
Los van de traagheid en de lichte hypocrisie van CD&V wensen we het
idee om inspraak te verlenen aan de Leuvense bevolking uitdrukkelijk te
steunen. Dat kan best door een goed georganiseerd referendum, waarvan
het uiteindelijke resultaat door de coalitieploeg van Tobback
gerespecteerd moet worden. De vraag van het referendum moet dan luiden:
“Steunt u de plannen van het stadsbestuur om een hypermodern lijngebouw
neer te planten midden op het Fochplein waarbij de kost voor de
Leuvense belastingbetaler minstens 2,3 miljoen euro bedraagt?”. Dit is
een eenvoudige, duidelijke ja/nee-vraag, waar elke Leuvenaar op kan
antwoorden.
Jong VLD Leuven is verheugd dat ook het stadsbestuur – lang na de VLD –
overtuigd aan het raken is van Directe democratie en inspraak van de
burger. Natuurlijk is het origineel steeds beter dan de kopie, dat
geldt ook in de politiek. Dat zal de Leuvenaar bij de
gemeenteraadsverkiezingen in 2006 wel laten merken.
Myriam Parys, Voorzitter
Jong VLD Leuven
Pedro Facon, Politiek
Secretaris Jong VLD Leuven
(Op de site http://www.stadleuven.be/foch
is er slechts sprake van een petitie)
Argumenten tegen democratie
Op democraten rust de plicht, om voortdurend de
argumenten tegen de
democratie eerlijk te analyseren. En zo’n argumenten worden voortdurend
aangevoerd. Zo ook door de warrige iconoclast Vladimir Volkoff, in zijn
recent schotschrift : ‘Pourquoi je suis moyennement démocrate’
(‘Waarom ik maar een lauwe democraat ben’ - Editions du Rocher, 2002).
Argumenten tegen de democratie blijken bij nader
toezien vaak
gericht tegen de zogenaamde ‘representatieve democratie’ ofte
Particratie (Volkoff schrijft trouwens:“Je le dis ouvertement: je
suis ‘moyennement’ démocrate’ (...). En Suisse, j’aurais
pu l’être passionnément; aux Etats-Unis, un peu; en
France, pas du tout” - ‘Ik zeg openlijk dat ik maar half en half
democraat ben. In Zwitserland zou ik een overtuigd democraat zijn, in
de USA een beetje, in Frankrijk helemaal niet’ - p.75). Volkoff hekelt
bijvoorbeeld “...les diverses entourloupes qui consistent pour le
parlement à ne pas consulter la nation sur des problèmes
majeurs (comme les abandons de souveraineté ou de valeurs
morales traditionelles, les agressions armées sans
déclaration de guerre, les châtiments à appliquer
aux violeurs et aux assassins d’enfants) (...) la démocratie en
acte n’est souvent qu’un simulacre de démocratie” (‘de
kunstgrepen die het parlement hanteert om de natie niet te moeten
consulteren over belangrijke aangelegenheden (zoals
soevereiniteitsafstand, uitschakeling van traditionele morele waarden,
gewapende aanvallen zonder oorlogsverklaring, strafmaat voor
verkrachters en kindermoordenaars). Democratie in actie is vaak
pseudo-democratie’ p.91-92). Deze aanklacht van Volkoff is volkomen
terecht, maar betreft de particratie. Volkoff zegt het zelf: het gaat
hier om pseudo-democratie.
Bezwaren die specifiek de democratie betreffen, kunnen we in grote
lijnen onderbrengen in drie categorieën.
Een eerste categorie omvat de argumenten die de
democratie beschuldigen van onvolmaaktheid. Omdat democratie geen
belichaming is van het volstrekt goede, wordt ze afgewezen.
Bijvoorbeeld: waarom aanvaarden wij het meerderheidsbeginsel, dat
zogezegd de ‘volkswil’ uitdrukt (terwijl die meerderheid in sommige
gevallen slechts 50,1% van de kiezers betreft)? Volgens Volkoff berust
dit beginsel op een onhoudbaar postulaat:
“...la démocratie repose sur l’un ou l’autre des deux
postulats suivants:
- le peuple veut spontanément le Bien, et, accessoirement, son
propre bien;
- ce que le peuple veut devient aussitôt le Bien (...)
Dans la première hypothèse, le peuple
découvre
le bien; dans la seconde, il le fonde (...) Le premier postulat
me paraît naïf et le second odieux”
(‘... democratie berust op één van de twee volgende
grondslagen:
- het volk wil spontaan het goede, en meer bepaald wat goed is voor het
volk zelf;
- wat het volk wil bepaalt wat goed is (...)
In de eerste veronderstelling onthult het volk wat goed is; in het
tweede geval bepaalt het volk wat goed is (...) De eerste
veronderstelling lijkt mij naïef, en de tweede is weerzinwekkend’
- p.41-43).
Ik geloof dat Volkoff zich vergist. Geen van beide postulaten hoeft de
grondslag te vormen voor het democratisch streven. De democraat hoeft
niet te geloven dat democratische besluitvorming automatisch het goede
te voorschijn brengt of creëert. Het volstaat dat democratie op
dit vlak het minst slechte systeem is. De essentie van de democratie is
niet de ogenblikkelijke besluitvorming, maar wel de maatschappelijke
beeldvorming die voorafgaat aan de stemming, en ook de ervaring die
achteraf optreedt met de gegeven maatregel, en die aanleiding kan geven
tot verdere beeldvorming, gevolgd door een wijziging van het
aanvankelijke besluit. Doorslaggevend voor de democraat is niet de
optimale kwaliteit van het onmiddellijk besluit, maar wel de
optimaliteit van de correctiemogelijkheden achteraf. Democratie en vrij
spreekrecht zijn niet zozeer nodig om in rechtstreekse zin het goede en
het ware te onthullen, maar wel om, in het klare bewustzijn van de
eigen beperktheid, het boosaardige en het onware zo goed mogelijk te
kunnen tegenspreken.
Besef van de menselijke beperktheid is een essentieel kenmerk van een
goed werkende democratie. Men probeert de minst slechte oplossing te
selecteren, in het volle besef dat men zich ernstig kan vergissen. Niet
democratiën, maar autoritaire systemen pretenderen om het absoluut
goede te vertegenwoordigen. Daarvan getuigt zowel de
personenverheerlijking die dictaturen typeert, als de
zelfgenoegzaamheid van de politieke klasse, die zo kenmerkend is voor
de particratie.
Het échte probleem dat Volkoff aankaart met zijn verwijzing naar
‘le Bien’, is het probleem van de hubris, de hoogmoed die
volgens de oude Grieken altijd door de goden met verblinding wordt
bestraft. Een daadwerkelijke democratie, met een daadwerkelijk en
volledig recht op vrije meningsuiting, vormt juist de beste bescherming
tegen hubris. Want hubris leidt altijd tot uitsluiting,
en tot onderdrukking en vervolging van diegenen, die de hoogmoed
ontmaskeren. Laat daarom, alleen reeds als beveiliging tegen de
verblinding, iedereen meespreken en meebeslissen.
Een tweede categorie argumenten is gebaseerd op de
premisse, dat er een elite bestaat die in absolute zin beter kan
heersen dan de meerderheid van het volk. Volkoff stelt: “...l’apparition
d’une aristocratie - que ce soit celle du talent, du mérite, de
l’élection, de la volonté de puissance, de la richesse,
de l’hérédité réelle ou supposée -
est un phénomène naturel; or, l’aristocratie est, par
définition, une minorité. Pour empêcher ce
phénomène de fonctionner et pour imposer le gouvernement
du grand nombre, il faut une législation fondée sur un
idéal abstrait, souvent démenti par la
réalité des faits” (‘een aristocratie duikt van
nature op - hetzij op het vlak van talent, van verdienste, door
uitverkiezing, door machtswil, door rijkdom, door reële of
vermeende afstamming... En een aristocratie is altijd een minderheid.
Om dit fenomeen te onderdrukken en een meerderheid aan het bewind te
houden, moet men een wetgeving invoeren die uitgaat van een abstract
ideaal dat ingaat tegen de feiten en tegen de werkelijkheid’ p.66).

Vladimir Volkoff
Het bezwaar luidt hier niet, dat de democratie op zich
onvolmaakt
is, maar wel dat aristocratie beter is dan democratie. Er bestaan van
nature aristocratieën waarbinnen inzicht en bekwaamheid zijn
geconcentreerd, en het zijn bijgevolg deze aristocratieën die het
bewind moeten voeren.
Deze gedachtengang vereist het bestaan van een objectieve en a priori
gegeven maatstaf, waarmee we de kwaliteit van maatschappelijke
besluiten afmeten en vergelijken. Bovendien wordt verondersteld dat de
meeste mensen niet in staat zijn om deze maatstaf te hanteren; slechts
een elite (waartoe logischerwijs ook de aandrager van het argument moet
behoren) zou hiertoe in staat zijn. De meerderheid wordt dus
uitgenodigd (of moet worden gedwongen) om ootmoedig de soevereiniteit
over te dragen aan de elite of aristocratie, omdat deze laatste
bekwamer is om goed van kwaad te onderscheiden. Dit is het argument dat
particraten aandragen om burgers beslissingsrecht te ontzeggen over
bijvoorbeeld de fiscaliteit (Steve Stevaert, Humo 07 10 03, p.11), de
eventuele herinvoering van de doodstraf (Di Rupo, Le Soir 07 02 02) of
de Europese grondwet (Jean-Luc Dehaene, FET 05 04 03, p.6; Marc
Eyskens, FET 30 09 03, p.2) enz.
De aristocraten hebben nooit het bestaan kunnen aantonen van zo’n
geheimzinnige maatstaf, waarlangs men het maatschappelijk betere van
het maatschappelijk slechtere objectief kan onderscheiden. Dat is
normaal, want zo’n a priori maatstaf, die enkel aan een elite toelaat
om een goede wet van een slechte te onderscheiden, bestaat niet en kan
niet bestaan.
Een wet is per definitie een collectieve schepping. Ze kan haar
autoriteit enkel ontlenen aan het feit, dat diegenen die op gelijke
wijze onderworpen zijn aan de wet ook recht hadden op een gelijk
aandeel bij de creatie van die wet. Wie niet kon deelnemen aan de
totstandkoming van een wet, heeft geen reden om zich te onderwerpen aan
die wet. Zelfs wanneer een elite zich beroept op een hoger inzicht,
geldt voor de onderworpene nog steeds dat enkel zijn persoonlijk
inzicht maatgevend kan zijn. Hieruit volgt een belangrijke conclusie: wetten
kunnen alleen gemaakt worden betreffende aangelegenheden waarin iedere
mondige mens inzicht kan verwerven. Dat betekent niet dat bij de
afweging van bepaalde wetsvoorstellen geen expertise is vereist. Die
expertise vormt echter ten opzichte van de besluitvorming een extern
gegeven. Een wetsvoorstel betreffende de kleur van verkeerslichten
bijvoorbeeld, kan steunen op een expertiseverslag van experimentele
psychologen betreffende de waarneembaarheid en onderscheidbaarheid van
de diverse kleuren. Uiteraard hoeft niet iedereen die uiteindelijk over
zo’n wetsvoorstel stemt, de kennis van de experten te delen. Dat geldt
zowel voor parlementsleden als voor burgers in het algemeen. Maar
uiteindelijk vormt ook zo’n expertiseverslag slechts een randvoorwaarde
voor de eigenlijke rechtsschepping. Binnen de door de feitelijke
werkelijkheid gegeven ruimte brengen de wetgevers hun moreel inzicht en
hun morele afwegingen samen, en het beeld dat daaruit ontstaat
condenseert in de democratische besluitvorming tot wet. Iedere mondige
burger beschikt per definitie over het vermogen tot morele afweging,
dat vereist is voor het eigenlijke wetgevende werk.
En inderdaad: de wet is per definitie een schepping. Ze
is niet van tevoren objectief leesbaar uit het Boek van het Goede, want
dit boek bestaat niet. Het goede wordt door de mens geschapen, en de
goede wet wordt door de mensen samen geschapen. Dat betekent niet
dat het goede subjectief is; het betekent integendeel dat de mens ertoe
geroepen is om de verschijningsvorm te zijn van het goede. Indien het
goede van tevoren reeds in één of ander Boek of in
één of andere Maatstaf zou vastgelegd zijn, dan juist zou
het subjectief zijn; want dan zouden we als individu tegenover een
extern moreel datum staan, en zou onze keuze pro of contra dit datum
niet meer moreel of immoreel, maar nog slechts amoreel kunnen zijn,
omdat het zogezegd morele reeds als extern datum zou vastliggen. Het
menselijk individu is per definitie het wezen, waarin het goede als
potentie sluimert en als schepping kan oplichten. Daarin schuilt onze
enige waardigheid en onze allerindividueelste roeping. Wie deze
stelling verwerpt, wijst eigenlijk niet alleen het relevant karakter af
van ieder moreel streven, maar ook de relevantie van ieder politiek
streven. Politiek streven heeft immers niet de minste zin, indien het
onderscheid tussen goed en kwaad gesubjectiveerd wordt, en de hele
onwaarachtigheid van het politiek bedrijf is voor het grootste deel het
gevolg van het feit, dat de agnostici, materialisten en logebroeders
die de dienst uitmaken op moreel vlak inderdaad subjectivisten zijn.
Een derde categorie argumenten
betoogt, dat in bepaalde
gevallen of op bepaalde domeinen, democratische besluitvorming
leidt tot slechte of absurde resultaten. Dat is bijvoorbeeld het geval
op terreinen waar specifieke bekwaamheden doorslaggevend zijn. Volkoff
schrijft: “...je ne connais pas de grande affaire industrielle ou
commerciale qui se gouverne démocratiquement. Je n’ai jamais
entendu un chef d’orchestre consulter la grosse caisse ou même le
premier violon sur l’interprétation d’une symphonie (...) Et
je ne vois pas pourquoi le destin même de nos communautés,
c’est-à-dire le nôtre, devrait se régler par des
méthodes qui ont fait ailleurs la preuve de leur ineptie”
(‘Ik ken geen enkele grote industriële of commerciële
onderneming die democratisch wordt bestuurd. Ik heb nog nooit
meegemaakt dat de dirigent van een orkest overlegt met de grote trom of
zelfs de eerste viool over de interpretatie van een symfonie (...)
Waarom moet het lot van onze gemeenschappen dan bepaald worden via
methodes die elders hun ongeschiktheid bewezen?’ p.95-96). De grote
kunstwerken, stelt Volkoff terecht, komen niet op democratische wijze
tot stand, en hij schrijft: “...l’idée de démocratie,
cette morne plaine où 1 = 1 = 1 = 1 à l’infini ne me
séduit pas. Je préfère des structures plus
hiérarchisées, plus colorées, plus architecturales”
(‘..het denkbeeld van een democratische uniforme ruimte, bevolkt door
identieke sujetten, bekoort me allerminst. Ik verkies gelaagde
structuren, met veel kleuren en details’ p.67).
We stelden het reeds: wetten kunnen alleen
gemaakt worden
betreffende aangelegenheden waarin iedere mondige mens inzicht kan
verwerven. Dit type bezwaar is bijgevolg geldig. Er zijn zeker en
vast levensdomeinen, waarop democratie niet aangewezen en zelfs
onmogelijk is. De conclusie luidt echter niet, dat de democratie moet
worden verworpen. De conclusie luidt, dat democratie om te kunnen
functioneren aan zelfbeperking
moet doen. Welomschreven
levensdomeinen dienen consequent te worden onttrokken aan de
democratische besluitvorming.
Democratie kan per definitie niet van buitenaf worden beperkt. Een van
buitenaf beperkte democratie is er geen, omdat democratie op
volkssoevereiniteit berust. Iedere beperking kan dus enkel
zelfbeperking zijn, die vrij moet worden aangegaan. De noodzaak van die
beperking dient dus te leven in de geesten van de burgers, die ze vrij
accepteren. Het is ook volkomen logisch en rationeel dat de burgers
deze zelfbeperking accepteren en in stand houden, omdat zij anders
zowel de eigen individuele vrijheid als de gemeenschappelijke
democratie zouden vernietigen. Niettemin is het zeer goed mogelijk dat
de meeste burgers de individuele vrijheid laag in schatten en een keuze
maken voor een onvrije samenleving. Democratie kan niet wettelijk
worden opgelegd; ze moet door een meerderheid van burgers worden
gewild. Democratie of niet? Dat is in laatste instantie een kwestie van
cultuur.
Vrijheid versus gelijkheid?
Er bestaat immers een evidente onverenigbaarheid tussen veralgemeende
democratie, die berust op veralgemeende gelijkheid, en algemene
individuele vrijheid. Democratie wordt voortdurend gevoed door nieuwe
gedachten en onverwachte denkbeelden, door ideële scheppingen die
de burgers vrij ontwikkelen en ter discussie voorleggen. Indien een
samenleving probeert om op zogezegd democratische wijze haar eigen bron
onder controle te brengen, door bijvoorbeeld de pers aan banden te
leggen of door het onderwijs aan politieke doelstellingen en voorkeuren
te onderwerpen, dan legt zij slechts zichzelf droog. Niets vernieuwends
kan dan nog tot stand komen, omdat de ideeënproductie in dienst
van het reeds bestaande is gesteld. Een democratie die probeert om de
gedachten, de vrije meningsuiting en de ideeënproductie aan banden
te leggen, is er geen. De ware democratie kan dus enkel zelfbeperkend
zijn.
Volkoff merkt terecht op, dat de vrijheid in naam van de ‘democratie’
steeds meer wordt teruggedrongen: “...les démocrates semblent
favoriser systématiquement l’égalité, avec toutes
les limitations que cela suppose pour la liberté individuelle.
Le nombre de lois, de décrets, d’arrêtes, de
règlements administratifs qui nous ligotent et asphyxient l’Etat
et le politique va croissant. Et le fait que tout citoyen
européen vive maintenant sous une double subordination, la
nationale et l’européenne, multiplie encore ces
empiétements vexatoires sur la liberté de l’homme et du
citoyen. En revanche, l’égalité lui est imposée de
manière de plus en despotique” (‘...de democraten lijken
systematisch de gelijkheid te promoten ten koste van de indivduele
vrijheid. De wetten, decreten, besluiten en administratieve
verordeningen die ons ketenen en staat en politiek verstikken, worden
altijd maar talrijker. Bovendien is iedere Europese burger thans
beladen met een dubbel juk, nationaal én Europees. Gevolg: nog
meer ergerlijke grensoverschrijdingen ten nadele van onze vrijheid als
mens en als burger. Tegelijk wordt de gelijkheid op steeds despotischer
wijze opgelegd’ - p.57).
We gaan hier niet in op alle domeinen, waar zo’n onterechte
grensoverschrijdingen plaatsvinden. Eén zeer belangrijk domein
(zie ook elders in deze Witte Werf) is alleszins het onderwijs, waar de
valse democratie met straffe hand de gelijkvormigheid poogt in te
voeren. Volkoff noteert terecht: “Le but de la démocratie
moderne semble être davantage de rabaisser le bourgeois au niveau
du prolétaire, le nivellement se faisant systématiquement
par le bas, par exemple dans tout ce qui regarde l’Education nationale:
c’est en baissant le niveau du baccalauréat qu’on a
réussi à le donner à une majorité de
candidats...” (‘Het democratisch doel van het modern onderwijs
schijnt te zijn, om de burgerij neer te halen tot op het proletarisch
niveau. De gelijkschakeling gebeurt altijd neerwaarts. Kijk naar onze
nationale opvoeding: de meeste kandidaten halen tegenwoordig hun bac,
omdat men het niveau van de examens systematisch heeft verlaagd’ -
p.58). In naam van het valse ideaal van de ‘gelijke kansen’ (wat iets
totaal anders is dan ‘gelijke rechten’) krijgen scholen steeds nieuwe
beperkingen en richtlijnen opgelegd. Het hoofddoel lijkt de invoering
van de multiculturaliteit te zijn: gelijkschakeling van voortreffelijke
en nefaste culturen. Thuislerende kinderen bijvoorbeeld, zijn niet
onderworpen aan eindtermen maar men moet ze volgens het decreet van 14
02 03 wel “eerbied voor de culturele waarden van het kind zelf en
anderen” bijbrengen; eerbied dus voor jihad, fatwas, steniging en
handenafhakkerij.
Ook de vrijheid van meningsuiting staat onder zware druk. Het huidige
politiek-correcte discours heeft het in dit verband voortdurend over
fundamentele rechten, die elkaar zouden beperken. Politici zeggen
likkebaardend, dat de vrijheid van meningsuiting niet absoluut kan
zijn, omdat dan andermans rechten (waaronder het vermeend recht op
ongekwetste gevoelens) in het gedrang komen; en prompt gaan zij over
tot de invoering van steeds nieuwe censuur- en controlemaatregelen. De
waarheid is, dat de begrippen ‘vrijheid’ en ‘gelijkheid’ elkaar
helemaal niet tegenspreken, net zomin als bijvoorbeeld de concepten
‘helderheid’ en ‘oppervlakte’ contradictorisch zijn. Een oppervlakte
kan groot of klein zijn, en volstrekt onafhankelijk daarvan helder of
donker wezen: primaire en secundaire kwaliteiten behoren nu eenmaal tot
verschillende ontologische domeinen en zijn niet wederzijds exclusief.
Op analoge wijze horen vrijheid en gelijkheid tot verschillende
maatschappelijke domeinen.
Er bestaat echter
wél een tegenstelling tussen vrijheid en gelijkschakeling.
Wanneer de politieke klasse over gelijkheid of gelijke rechten rept,
heeft zij doorgaans niet gelijkheid, maar gelijkschakeling en
nivellering in gedachten. De geschiedenis heeft, in de vorige
eeuw,
reeds genoegzaam getoond wat de gevolgen kunnen zijn van zo’n vervalst
gelijkheidsideaal.
Jos Verhulst in De Witte
Werf winter 2003/04
|