Aantal Hits : 2167  |
2167 hits
Inhoud
Lessons to be learned from the 42nd national
Referendum on Europe in
Europe since 1972.
Vrije en eerlijke referenda: wat en hoe?
Democratische normen
Lessons to be learned from the 42nd
national referendum on Europe in
Europe since 1972.
Lees het artikel van
Bruno Kaufmann in de EUobserver van 21-02-2005 over het eerste
referendum over de Europese grondwet.
Het volgende referendum over de Europese grondwet is in Portugal op 10
april. Daarna waarschijnlijk in Frankrijk op 22 mei.
Daarna volgt Nederland
op
woensdag 1 juni. Op 10 juli is Luxemburg aan de beurt. Polen
en Ierland volgen waarschijnlijk na de zomer van 2005. Denemarken,
Groot-Britanië en Tsjechië houden volgend jaar een
referendum. Zie ook de overzichtskaart.
En deze
kaart.
Oostenrijk, Duitsland, Slovakije en Zweden zouden nog kunnen beslissen
om een referendum te houden.
Voor België is het duidelijk, er komt geen referendum over de
Europese grondwet.
Liefst 63,5 procent van de Vlamingen wil wél een raadpleging
volgens de opiniepeiling in De Standaard van 26/2/2005.
In De Morgen van 7 februari 2005 probeert Filip Rogiers nog eens te
achterhalen hoe cordiaal de SP.A tegenover Spirit is? Zeker met de
volksraadpleging over de Europese grondwet werd op z'n minst de indruk
gewekt dat, als het erom spant, Spirit zijn plaats moet kennen.
<<Els Van Weert: "We wisten vooraf dat een kartel geen
gemakkelijke oefening zou zijn, zeker als het bestaat uit een kleine en
een grotere partner. Maar ik mag niet zeggen dat de SP.A de afspraken
niet respecteert. Maar, tja, hoeveel speelruimte heb je? Je kunt maar
in een kartel zitten als je elkaars eigenheid ten volle respecteert. Ik
ga niet verhullen dat het heel moeilijk was in de discussie over het
Europees referendum."
DM: Meer directe Democratie, het is...
EVW: "Onze corebusiness, ik weet het..
DM: Het was pijnlijk om Geert Lambert...
EVW: "... te zien afzien? Misschien. Vergis je daar toch ook niet in.
Het klopt dat voor Spirit echte inspraak in de vorm van directe
democratie heel belangrijk is. Wat de doorslag heeft gegeven om toch te
veranderen van mening over het referendum over de Europese grondwet is
de vaststelling dat we in dit land nog moeten beginnen te bouwen aan
een cultuur van participatie."
[Derk
Jan Eppink in De Standaard van 3 februari 2005: "Hij (Geert Lambert)
diende een wetsvoorstel in ten behoeve van een referendum over de
Europese grondwet. Hij verdedigde het met verve als bewijs van directe
democratie. Maar onder druk van de machtige socialisten, zijn
kartelgenoten, trok hij zijn eigen voorstel weer in. Als er ooit een
Nobelprijs voor kazakdraaiers komt, kan Lambert rekenen op een
kansrijke nominatie. De enige concurrent is zijn politieke baas, Bert
Anciaux, die van de ene ministerpost naar de andere huppelt."]
DM: Als er nooit een begin
wordt gemaakt met referenda krijgt die cultuur natuurlijk nooit een
kans om te groeien.
EVW: "Juist, maar als je het instrument laat verkrachten, zou het
kunnen dat we de klok weer vijftig jaar terugdraaien. Herinner u het
referendum dat een Plebisciet werd rond Leopold III. Dat was zo'n
traumatische ervaring. Dat riskeerde je opnieuw als het referendum
misbruikt zou worden door het Vlaams Belang."
[-->
Een democraat zou dan proberen eerlijke referenda mogelijk te maken]
DM: Er zullen altijd krachten zijn die referenda proberen te misbruiken.
[-->
Er zullen ook altijd krachten zijn die de democratie tegenhouden, nl.
diegenen die op macht uit zijn of willen behouden]
EVW: "Ook dat geef ik grif toe. (zucht) Voor mijn persoonlijk politiek
engagement is alles wat met participatie en betrokkenheid te maken
heeft essentieel. Ik wil mensen een stem geven tussen de verkiezingen
door. Ik heb ook in de commissie politieke vernieuwing mee aan de kar
getrokken. Geloof me vrij, voor mij is dit binnen de partij een heel
moeilijke discussie geweest, de vraag wat we daar nu à la limite
mee moesten doen."
DM: Is dit voorval een reden om eens ernstig met SP.A rond de tafel te
gaan zitten?
EVW: "We zullen dit kartel moeten evalueren. Ik heb van meet af aan
gezegd als voorzitter dat we dat permanent moeten doen. Het is toch
altijd een beetje op het scherp van de snee. We moeten nagaan of
iedereen genoeg ruimte krijgt voor zijn corebusiness, en of er nieuwe
afspraken moeten worden gemaakt. Op dit moment komt de bestaansreden
van het kartel voor mij niet in het gedrang. Maar het is tijd voor een
evaluatie, niet op straat maar intern. We zullen sowieso moeten kijken
hoe we het een en ander verder organiseren, want in 2007 zijn er
opnieuw verkiezingen en daarover hebben we geen contract met de SP.A
gemaakt."
DM: U vergeet 2006. Dat gaat over lokale democratie en dus precies over
datgene waar Spirit meer mee bezig lijkt dan kartelpartner SP.A.
EVW: "Het is inderdaad een van die dingen waar je heel duidelijk ziet
dat er een verschil is tussen SP.A en Spirit. Wij hebben daar een
traditie in, voor SP.A is het veeleer een randfenomeen. Maar het is
niet zo dat ze ons op dat vlak tegen zouden werken. Ze weten dat we
ermee bezig zijn, dat het onze expertise is en ze laten ons doen."
DM: Maar als u lokaal in kartel moet gaan met SP.A'ers die wel heel ver
staan van uw opvatting over lokale democratie is er toch een probleem?
EVW: "Goh, gemeenteraadsverkiezingen kun je niet voorbereiden vanuit
Brussel. Ik weet dat dit voor onze lokale afdelingen cruciaal is. Ik ga
er dan ook van uit dat het een essentieel item wordt in de gesprekken
die worden gevoerd met SP.A maar ook met anderen over lokale lijsten.
Maar wij kunnen en moeten niet vanuit Brussel gaan sturen hoe men in
gemeente X of stad Y de zaken moet beredderen."
DM: Wat wel had gekund in Brussel is zorgen voor een iets innovatiever
gemeentedecreet. Kenners zeggen dat
daar kansen gemist zijn om de lokale democratie ten gronde te versterken.
EVW: "Dat is niet opgehelderd, er is nog een werkgroep over aan de
gang. Laat ons daar nog proberen om er enkele goede vernieuwingen door
te krijgen. Het belangrijkste voor mij in zo'n decreet worden de
wijkbudgetten en het verder uitbouwen en ondersteunen van wijkraden en
andere initiatieven die van onderuit komen. Ik ben voorstander van een referendum
over Europa, maar de versterking van een brede participatiecultuur vind
ik vijf keer wezenlijker.
[-->
Bindende referenda op volksinitiatief zijn nu net de indicatoren voor
de participatie van de burger.]
Laat ons eerlijk zijn: daar zijn we ook in de gemeenten nog lang niet
aan toe. Ook daar worden er spelletjes gespeeld, is het referendum vaak
gewoon een extra instrument om oppositie te voeren. Wij hebben als
politici ook nog geen cultuur van omgaan met actiecomité's en
vice versa. Daar is nog zoveel te doen. Instrumenten zoals
wijkbudgetten kunnen daartoe bijdragen." >>
Lees ook:
Belgian
fears of rightist group hinders citizens’ decision on EU constitution
Conclusie: geef de burger een zandbak democratie en beperkt die tot een
wijk. De grote problemen zullen "verlichten" wel voor de burger
invullen want die burger is onbekwaam omdat die misbruik maakt van een
vermeende democratie.
Ondertussen wordt het boek
van Jos Verhulst meer en meer gedownload.
En bij onze Noorderburen?
Het referendum biedt de Nederlandse bevolking de mogelijkheid het
parlement te adviseren over instemming met de grondwet. Het is de
eerste keer in de parlementaire geschiedenis dat Nederland een
nationaal referendum houdt.
In België was het zogenaamde eerste referendum meteen ook het
laatste.
Afwachten wat het in Nederland wordt met de democratie. Het ziet er
echter niet zo goed uit.
Zo wil de partij van de Nederlandse premier Balkenende, het
christen-democratische CDA, de vrijheid van meningsuiting en de
vrijheid van vereniging aan banden leggen voor personen en groeperingen
die een mogelijk gevaar voor de democratie opleveren.
Blijk dus steeds dat de machthebbers bang zijn voor de democratie en om
die "democratie" (die er geen is) te beschermen de democratische
rechten, die reeds verworven zijn, teruggeschroefd worden.
Hallo, gaan we terug naar af?
De Nederlandse mede-activiste Filia den
Hollander heeft een persbericht verdeeld rond het Spaanse referendum
over de
EU-grondwet. De modaliteiten voor een eerlijk referendum zijn niet
volledig gerespecteerd.
Lees het pdf document
In de Tijd van 22 februari 2005 lazen we dat de lage opkomst voor
Spaans referendum over EU-grondwet ongerustheid veroorzaakt. Die lage
opkomst is nog steeds vele keren groter dan de zogenaamde
vertegenwoordiging. Bovendien blijken de vertegenwoordigers ook last te
hebben van absenteïsme. En dit terwijl zij er voor betaald worden
hun mandaat uit te oefenen. De "ongerustheid" over de lage opkomst
heeft een andere verborgen boodschap: "Vertrouw het volk niet, laat
toch zo'n moeilijke beslissingen door de vertegenwoordigers nemen.
Twijfelen jullie om een referendum over de EU grondwet te houden? Doe
het niet je ziet toch dat de burger niet geïnteresseerd is."
Verder lezen we:
"Als de Europeesgezinde Spanjaarden niet gemotiveerd zijn om voor de
grondwet te stemmen, wordt het ergste gevreesd in meer eurosceptische
landen. Er komen nog negen referenda aan over de Europese grondwet.
... De nationale parlementen van Litouwen, Hongarije en
Slovenië ratificeerden de Europese grondwet al.
Tien landen beslisten een referendum te houden over de grondwet. De
EU-landen spraken af eerst de bevolking te raadplegen in de landen met
de meest eurofiele bevolking. Als de grondwet al in veel referenda is
goedgekeurd, wordt het voor de eurokritische Britten of Denen
moeilijker om neen te stemmen, is de redenering.
De Spanjaarden konden zich zondag als eersten over de grondwet
uitspreken. 76,73 procent stemde voor de grondwet.
Maar in alle reacties klonk ook de ongerustheid over de magere opkomst.
Slechts 42,32 procent van de stemgerechtigden kwam opdagen. Dat
betekent dat maar een op de drie Spanjaarden effectief voor de grondwet
stemde. Waarnemers beschouwen dat als een slecht voorteken van de
komende referenda...
De 'moeilijkste' landen houden pas volgend jaar een referendum. De
zwaarste dobber lijkt Groot-Brittannië, waar de Conservatieven
campagne zullen voeren tegen de grondwet.
Vrije en
eerlijke referenda: wat en hoe?
Uit de "Initiatve & Referendum Monitor 2004/2005 - The IRI toolkit
for free & fair referendums and citizen's initiatives" van het
Initiative & Referendum Institute Europe.
www.iri-europe.org
Zoals bij verkiezingen moeten ook referenda aan basisvoorwaarden van
vrijheid en eerlijkheid voldoen. “Free and fair”, “Vrij en
eerlijk” is de leuze geworden van VN-afgevaardigden, journalisten,
politici en politieke wetenschappers. “Maar wat maakt werkelijk deel
uit van een “vrij en eerlijk” referendum?”, vragen Elklit en Palle
Svensson. Sinds het onafhankelijkheidsreferendum van Togo in 1956
werden wereldwijd honderden referenda geobserveerd, wat de vraag naar
gestandaardiseerde inschattingscriteria intensifieerde.
Nochtans werd de ontwikkeling van “checklists” gehinderd door
onenigheid over wat erbij moest horen (vergelijk verder het artikel van
Palle Svensson in dit hoofdstuk van het boek)
Fundamenteel is er een gezamenlijk begrip voor het feit dat
referendumobservatie een relatie moet hebben met het gehele proces, en
niet enkel met de gebeurtenissen op de eigenlijke kiesdag(en). De
voorwaarden voor democratische referenda moeten evenmin genegeerd
worden. Elklit en Svensson kwamen tot de volgende definities:
Vrijheid staat in
contrast met dwang. Het gaat hoofdzakelijk over de “regels van het
spel”, zoals de legale / grondwettelijke basis en de timing.
Eerlijkheid
betekent onpartijdigheid en houdt consequentie in (de onbevooroordeelde
toepassing van regels) en redelijkheid (een niet-te-ongelijke verdeling
van relevante hulpmiddelen tussen tegenstrevers).
In de praktijk leiden deze definities ons tot meer concrete
observatieparameters.
Vrijheid
De mogelijkheid om een
referendumproces te initiëren. Ruime toegang – niet beperkt tot
regeringsmeerderheden – verhoogt vrijheid.
Het bindende / raadplegende effect van een beslissing. Niet-bindende
stemmen creëren potentieel voor manipulatieve acties.
Het risico van ongeldigheid van een stem door opkomst- en
goedkeuringsdrempels. Hoge opkomstvoorwaarden tot een hoogte van 50%
hebben ondemocratische effecten, daar niet- stemmers en nee-stemmers
samengeteld worden. Stemonthouding wordt dan bevorderd ipv vermeden.
Eerlijkheid
De onthulling van giften
en uitgaven in een referendumcampagne. Dit is de eerste stap; een
tweede is om uitgavelimieten toe te passen; een derde stap is het
introduceren van “bevestigende actie”.
De toegang tot publieke media (zenders, omroepen) voor een referendum.
Er zouden in een referendum proces vrijwillig overeengekomen
eerlijkheidsstandaards moeten zijn, zowel in de gedrukte media als
tijdens vrije uren / minuten voor aangewezen campagneorganisaties.
De rol van regering en ambtenaren in een referendumdebat. Dit is een
belangrijke bezorgdheid geweest in recente EU-toetredingsreferenda,
waar EU-commisarissen regelmatig een rol speelden in de debatten.
Het groeiende belang van initiatieven en referenda voor het Europese
integratieproces hebben tot een verhoogde interesse in het observeren
van referenda in Europa geleid, en tot het ontwikkelen van “Europese
Referenda Standaards”. Denktanken zoals de Robert Schuman Foundation in
Parijs, zowel als activistenorganisaties zoals “Democracy
International” en de “European alliance of EU-critical movements:
TEAM”, hebben projecten ontwikkeld en criteria voor het inschatten van
referenda. Officiële lichamen zoals de EU-commissie en de Raad van
Europa zijn begonnen met te discutteren, zowel over de creatie van
interne Europese observatiemissies als over geschikte referenda
standaards. Maar ook andere internationale observatoren, die zich tot
nu toe concentreerden op verkiezingsprocessen, zoals het
International Institute for Democracy and Electoral Assistance (IDEA)
in Stockholm, zijn programma's begonnen om democratische instellingen
in te schatten en te observeren.
Voor het Initiative & Referendum Institute Europe (IRI Europe),
markeerden het inschatten van de in 2003 gehouden
EU-toetredingsreferenda en het ontwikkelen van Europese Standaards de
eerste mogelijkheid om haar bekwaamheid te testen voor het ontwerpen en
inschatten van Directe democratie. Tijdens meetings in Londen (mei
2003), Svaty Jur (juni 2003), Tartu (september 2003) en Brussel
(oktober 2003), ontwikkelden specialisten van over geheel Europa een
specifieke referendumchecklist, met inbegrip van deze 24 vragen:
Wettelijke en
grondwettelijke basis:
- Oorsprong van het referendumproces (Triggerfunctie)?
- De aard van de burgers hun beslissing (Bindend /
raadplegend)?
- Speciale meerderheid (Quorums / drempels)?
- Ernst of bedenkelijkheid van de stemgerechtigdenlijst
(wie kan stemmen)?
- Geheimhouding van de stem?
- In beroep gaan tegen het resultaat?
- Telprocedures?
- Stemming: hoe, waar (post, e-stemmen)?
Timing:
- Wie kiest de data?
- Eén dag of meer?
- Weekend, weekdag?
- Tijdsspanne tussen aankondiging en stemdag?
- Referendum op dezelfde dag als andere stemming /
verkiezingen?
- 'Domino effect' op andere landen?
- Aangewezen tijdsspanne voordat een andere stemming
mag gehouden worden over hetzelfde onderwerp?
Financiële regels:
- Uitgavelimieten?
- Bekendmaking?
- 'Bevestigende actie' om ondergefinancierde
campagnes te helpen
- Transparantie in het gebruik van belastingsgeld?
Campagneregels:
- Beheerd door referendumcommissie of ander
onafhankelijk organisatie?
- De rol van de media: hoofdzakelijk gefocused op
'laatste poll', zonder over de kwesties te debatteren?
- Internationale tussenkomsten?
- Rol van regering, ambtenaren, politieke partijen?
- Vergroten de regels de cultuur en praktijk van
democratie?
Met deze eerste checklist als kwalitatieve basis werden de
EU-toetredingsreferenda van 2003 ingeschat – zoals verderop in het boek
het voorbeeld van het referendum van Estland laat zien.
Vertaling: Sonia Jansen
Ondertussen heeft het IRI een nieuw boek gepubliceerd:
IRI
Europe launches first edition of the new Guidebook to Direct Democracy
Democratische normen.
Onderstaande komt uit het beleidsplan van WIT eind 2003 en sluit met
het bovenstaande aan.
"Het streven naar menselijke perfectie wordt in allerhande
kwaliteitsnormen, certificaten (DIN ISO) beschreven. Denk maar aan de
normering in de administratie, productie, ecologie, veiligheid
enzovoort.
Het is merkwaardig dat er een domein daar buiten valt en dat is de
staatsinrichting. Er zijn slechts in het Westen weinigen die democratie
niet als referentie hebben wat de besluitvorming betreft. Was vorige
eeuw de eeuw van de democratie, deze eeuw zal de eeuw van een
kwalitatieve democratie zijn.
Zonder de directe democratie te verstenen tot iets doods zullen er
kwalitatieve kriteria opgesteld worden. Zulke kwaliteitsinstrumenten
zijn nodig om het democratisch niveau van de verschillende wetgevende
instanties te bepalen.
Deze beschrijving van de kwalitatieve modaliteiten van democratie
gebeurt in aanzet door het Europese Initiatief en Referendum Instituut
(IRI). Het is eveneens de taak van WIT om samen met het IRI deze
instrumenten te ontwikkelen.
Zolang het principe van de subsidiariteit gehandhaafd wordt ten nadele
van het federalistisch principe kunnen hogere wetgevende entiteiten
zoals Europa lager liggende beslissingsniveaus kwalitatieve normen rond
directe democratie opleggen. Een zeer sumiere omschrijving van zo'n
normen zijn “de
drie stappen” en de “modaliteiten voor een eerlijk referendum”
|