Aantal Hits : 813  |
813 hits
Op 6 oktober jl. velde het Grondwettelijk Hof van de deelstaat
Berlijn maar liefst twee arresten met ingrijpende gevolgen voor de directe
Democratie. De rechters maken het de Berlijnse regering zo goed als onmogelijk
om referenduminitiatieven vóór de totstandkoming van het Referendum af te
wijzen. Zelfs referenda met een grote impact op de begroting worden mogelijk.
Twee afzonderlijke burgergroeperingen hadden bij het Hof geklaagd nadat
de Berlijnse regering hun (twee) referenduminitiatieven na het behalen van de
eerste drempel (20 000 handtekeningen) had afgewezen. Nu gaven de rechters de
regering in beide gevallen ongelijk.
Het eerste geval betreft het zgn. Kita-initiatief, een
burgergroepering die meer personeel en een betere opvang in de Berlijnse
kinderdagverblijven eist. Ze kregen maar liefst 58 270 geldige handtekeningen
bij elkaar (bijna driemaal het quorum). De regering verwierp het initiatief met
een verwijzing naar de ingrijpende gevolgen voor de begroting (afhankelijk van
de bron: tussen 100 en 212 miljoen euro extra onkosten). De Berlijnse wet
verbiedt namelijk referenda met sterke repercussies op de begrotingswet. In hun
vonnis interpreteren de rechters deze clausule bijzonder restrictief: ze
oordelen unaniem dat de budgetbeperking slechts geldt voor de lopende begroting en bijgevolg niet van
toepassing is op toekomstige begrotingen.
De tweede klacht stamde van het initiatief 'Berliner Wassertisch' (BW), dat
meer transparantie eist omtrent de gedeeltelijke privatisering van de Berlijnse
waterhuishouding. Deze is sinds 1999 voor 49 % in handen van het concern
Veolia-RWE, aan wie de Berlijnse overheid contractueel een winstgarantie
beloofde. Sinds 2004 werd het Berlijnse drinkwater zowat 30 % duurder, volgens
BW een rechtstreeks gevolg van de Teilprivatisierung.
De contracten met Veolia-RWE bevatten geheime clausules. BW wil per referendum
afdwingen dat alle bestaande en toekomstige contracten over de privatisering
van de Wasserbetriebe openbaar
gemaakt worden. Meer dan 36 000 burgers ondersteunden deze eis, maar de
regering wees het referendum af met een verwijzing naar het grondwettelijk
recht op Vertrauensschutz (volgens
deze
bron te vertalen als 'bescherming van het gerechtvaardigd vertrouwen') en
het recht op geheimhouding bij privé-verdragen.
De rechters spraken zich niet ten gronde uit over de argumenten van de
regering, wel oordeelden ze (alweer unaniem) dat de Berlijnse wet de regering
niet het recht geeft om een referenduminitiatief vooraf aan hoger recht te toetsen. In hun motivering stellen
de rechters dat de regering elk initiatief
moet toelaten dat niet duidelijk en ingrijpend in strijd is met de grondwet.
Volkswetgeving die tegen de grondwet indruist kan wel achteraf door het
parlement of het Hof gewijzigd worden, aldus nog de rechters.
Het Berlijnse parlement heeft nu vier maanden de tijd om een van beide
of beide burgerinitiatieven in een wet te gieten. Doet het parlement dit niet,
dan mogen de actiegroepen handtekeningen verzamelen om een bindend referendum
af te dwingen. Het quorom ligt bij 170 000 handtekeningen.
Meer weten?
|
|
Gebruikers' reacties  |
|
Gemiddelde gebruikers waardering
Geen waardering |
|
|