Aantal Hits : 1046  |
1046 hits De nieuwe gemeentewet bevat nieuwe regels voor het beheer van steden en
gemeenten en trad in januari 2007 in voege. In dit artikel gaan we de
nieuwe mogelijkheden na wat betreft participatie en inspraak. Het
Leuvens stadsbestuur toont zich slechts een koele minnaar van échte
participatie.
De eerste versie van het decreet werd nog door minister Van Grembergen
uit de vorige Vlaamse regering voorgesteld. Het Lambermont-akkoord van
2000 had namelijk tot gevolg dat de regelgeving voor gemeenten een
gewestbevoegdheid werd. Enkele van zijn meest besproken ideeën werden
geweerd uit latere versies: de rechtstreekse verkiezing van de
burgemeester, het invoeren van een vragenhalfuur voor de gemeenteraad,
het verbod op het cumuleren van de functies van schepen/burgemeester en
parlementslid. Door criticasters werden ze afgedaan als gadgets en
weinig bijdragend aan de nood aan nieuwe vormen van inspraak en
participatie. Dat die nood er was, stond buiten verdenking: het waren
de hoogdagen van de retoriek over de kloof tussen burger en politiek en
–als tegengewicht – de nieuwe politieke cultuur.
Het decreet biedt wel nog mogelijkheden om te zoeken naar
andere manieren om de bevolking lokaal een belangrijker stem te geven
in het beleid. Daarbij maakte de Vlaamse regering de principiële keuze
om niet zozeer te verplichten, dan wel de gemeentes hun autonomie te
gunnen binnen een nieuw wettelijk kader. De mate waarin iemand mee kan
beslissen over zijn directe omgeving, hangt dus – meer dan voorheen -
af van zijn gemeentebestuur. Het is maar te hopen dat die hierdoor de
zin vinden om een duidelijker verschil te maken tussen inspraak
enerzijds en participatie anderzijds. Door de twee op een hoop te
gooien dient men de zaak niet.
Participatie en inspraak zijn niet hetzelfde
Participatie
is te begrijpen als directe Democratie, waarbij inwoners
medeproducenten van het beleid worden. Het veronderstelt dat ze in een
vroeg stadium van planning en op een gelijkwaardige basis betrokken
worden. Voorstanders stellen dat zo een aanpak tot een volwassener
burgerschap kan leiden, waarbij de tegenstelling tussen wij (de
burgers) en zij (de politiek) zal verkleinen. We zullen ons terug
verbonden voelen met onze omgeving en ontdekken dat het 'politiek dier'
in elk van ons zit. Betrokken burgers houden een democratie levend en
creëren warme wijken en netwerken, ze zijn het alternatief voor
oprukkende stadsproblemen. Problemen als gettovorming van rijk en arm,
van zwart en blank, van isolement… kortom van een dualissering die ons
als vreemden tegenover elkaar stelt. Niet iedereen is echter gewonnen
voor vormen van Directe democratie. Voor beleidsmakers, schepenen en
ambtenaren staat het vaak gelijk aan heel wat extra werk waarvan het
surplus niet op voorhand vastligt. Sommigen vrezen voor moeilijke
discussies die ideologisch en oppositioneel gekleurd worden. Anderen
hebben praktischere bezwaren: zijn het niet de meest mondigen die het
dan eens gaan zeggen, en vertegenwoordigen zij dan de algemene
gedachte?
Dikwijls komt men dan uit bij afgeleide, of zwakkere vormen
van directe democratie. Geen participatie meer, maar inspraak. Klassiek
is het wijkoverleg bij projecten: de plannen worden voorgesteld en een
obligaat vragenrondje sluit de avond af. Een andere klassieker: advies
vragen aan adviesraden.
In Leuven zoekt men op dit terrein wel naar nieuwe vormen. We
geven twee voorbeelden. Er is een 'Werkgroep Toegankelijk' die via
praktijktests nagaat of gebouwen toegankelijk zijn voor mensen met een
handicap. De stad schakelt de werkgroep in en luistert naar haar
adviezen. Kinderen uit een wijk in Kessel-Lo werd gevraagd om eens te
tekenen hoe zij het pleintje voor hun deur zouden inrichten. De
bevoegde diensten proberen hun ideeën te gebruiken bij het aanmaken van
de plannen. Deze aanpak is het gevolg van het opnemen van de
'projectparticipatie' in het stedelijk jeugdbeleidsplan.
We noemen het zwakkere vormen omdat de inwoners maar moeten
afwachten wat overblijft van hun voorstellen. Niettemin zijn het
interessante experimenten, die een evolutie schetsen. Terwijl
adviesraden worden afgeschaft -in 2006 verdwenen zowel de welzijnsraad
als emancipatieraad in Leuven- ontstaan andere, meer gefocuste,
overlegmomenten.
Inspraak in Leuven is dus een levend gegeven. Des te vreemder
is het dat men er in de gemeenteraad haast klassikaal in slaagt om
naast de mogelijkheden van het nieuwe decreet te kijken. Laten we
daarom eens kijken welke inspraak- en participatiemodellen het decreet
aanreikt en daarna nagaan hoe ze in Leuven ontvangen worden.
Uit het hoofdstuk inspraak en participatie van het nieuwe gemeentedecreet
de burger kan een punt toevoegen aan de gemeenteraadsagenda wanneer een
initiatiefgroep daarvoor genoeg handtekeningen verzamelt, zijnde 1 % of
voor Leuven ongeveer 900 stuks. Het decreet noemt dit het
burgerinitiatief
Het decreet geeft een juridische basis aan het 'wijkbudget'. De
gemeenten zullen een participatief beleid kunnen uitbouwen waarbij ze
een beperkt deel van de gemeentemiddelen ter beschikking kunnen stellen
van wijken en buurten die over de aanwending ervan kunnen beslissen.
Dit is geen afdwingbaar recht. Het gaat om een procedure waarvan de
besturen gebruik kunnen maken als ze dat willen.
Er moet een georganiseerde klachtenbehandeling komen, de gemeente beslist zelf hoe ze dit verder organiseert
Er moet een procedure komen voor het indienen van verzoekschriften
waarop binnen de drie maanden een gemotiveerd antwoord moet komen. De
gemeenteraad moet een huishoudelijk reglement hiervoor aannemen.
De vergaderingen van gemeentecommissies moeten voortaan openbaar
zijn. (In de commissies worden de inhoudelijke discussies gehouden die
de basis vormen voor de besluiten op de gemeenteraad)
Het decreet
biedt de mogelijkheid dat de gemeenteraad een andere voorzitter krijgt
dan de burgemeester zelf. Die laatste zit namelijk in de dubbele rol
van verdediger van zijn beleid en moderator van het debat.
Er is een regeling voor een gemeentelijke volksraadpleging, maar
die verschilt weinig van de vorige: een Referendum mag voortaan tot 12
maanden voor de verkiezingen gehouden worden, voordien was dat 18
maanden. De gemeenteraad kan hiertoe zelf beslissen of hiertoe overgaan
na verzoek door een burger. Die moet voor een stad met meer dan 30.000
inwoners de steun krijgen van 10% van de stadsbevolking ouder dan 16
jaar. Minstens 10 % moet ook meedoen opdat het resultaat geldig zou
zijn. Het resultaat is niet bindend, tenzij de gemeenteraad dat zo
beslist.
Leuven: eeuwenoud, beetje cynisch?
De
mogelijkheden uit het decreet lijken in Leuven weinig geïnteresseerden
te vinden in de gemeenteraad en al zeker niet in het schepencollege. De
afkeer van de burgemeester zal daar niet vreemd aan zijn. Tijdens de
gemeenteraadszitting van 22 januari uitte hij nog zijn ongenoegen over
het wetgevend werkstuk, al moet gezegd dat het dan in eerste plaats
ging over andere delen uit de wet. Zowat alle gemeenten ondervinden
problemen bij de toepassing van de wet: problemen met de financiering,
met het ontbreken van uitvoeringsbesluiten, met onduidelijkheid
allerhande.
Maar in de gemeenteraad kwam ook het onderdeel inspraak en
participatie aan bod. Tobback toonde zich bijvoorbeeld een non-believer
wat betreft de voordelen van het burgerinitiatief. Hij ziet op deze
manier punten op de agenda komen die niemand van de 45 Leuvense
raadsleden de moeite vindt om aan te kaarten. "Als niemand in de
gemeenteraad daarover het woord vraagt, wat dan? Dan is de bespreking
gesloten…. Is dat een voorbeeld van een grote
democratiseringsoperatie?"
Omdat het lijkt alsof hij het niet goed begrepen heeft, schiet
generatiegenote Magda Aelvoet ter hulp. Ze legt uit: "het heeft te
maken met een traditie die zich aan het doorzetten is, namelijk
directere vormen van democratie. Ook als verkozene moet men met een
petitie van burgers op een zinvolle manier kunnen omgaan." En toch,
onze burgemeester besluit, ietwat cynisch: "De jeugd is van mening dat
dit een goed gemeentedecreet is. De burgemeester legt zich daarbij
neer".
Ook de mogelijkheid om een andere voorzitter van de
gemeenteraad te kiezen dan de burgemeester, kwam aan bod. Niet zo gek
voor Leuven misschien, want het is wel duidelijk dat Tobback –willen of
niet- de debatten dusdanig domineert dat het woord debat nog maar
zelden van toepassing is. Al in oktober - bij het goedkeuren van het
decreet - liet hij echter weten dat dit in Leuven geen toepassing zou
krijgen. Alleen de oppositie roerde zich. De jong-VLD stuurde een
persbericht rond over het conservatisme van de burgemeester en zijn
'zeer lauwe democratische reflex'. De jonge liberalen trekken nu al hun
conclusie: voor democratische vernieuwing hopen ze op het tijdperk na
Tobback.
Fatiha Dahmani (Groen!) meldt dat uit studies is gebleken dat
als de burgemeester ook de voorzitter is, er zelden ruimte gelaten
wordt voor echte debatten. Tobback wil er geen argumenten aan wijden en
stelt dat de meerderheid het nochtans zo gewild heeft. Andere
mogelijkheden van het decreet halen de bespreking niet. Jammer
bijvoorbeeld voor het wijkbudget. In Leuven wordt al jaren wijkgericht
gewerkt, toch als het gaat om 'aandachtswijken'. Met dit nieuwe
instrument heeft men hier toch een extra troef in handen om de inwoners
te betrekken.
En waarom niet aan de slag met het referendum om bijvoorbeeld
het project 'kop van Kessel-Lo' of de heraanleg van het Fochplein te
laten beoordelen? Mag de vrees voor een negatieve stem opwegen
tegenover het mobiliserende effect voor een groter debat? Dat lijkt
hier wel de conclusie. Voorlopig is Gent de enige stad die het
referendum gebruikte. En het burgerinitiatief? Dat is een nieuw recht
voor elke Leuvenaar, het is maar afwachten of die het ook zal
gebruiken.
Op andere vlakken doet onze stad het weer niet zo slecht. De
georganiseerde klachtenbehandeling kennen we al langer, dankzij een
goed werkende ombudsdienst die ook jaarlijks een verslag uitbrengt over
de problemen die we hier tegenkomen. En sinds 2005 organiseerde Leuven
twee sociale stadsgesprekken. Daarbij wil men via stellingen over
onderwerpen uit de sociale sfeer, het debat aangaan met de Leuvenaar.
Onderwerpen van het stadsgesprek van december 2006 waren bijvoorbeeld:
cultuurparticipatie, vergrijzing en wijkgerichte werking. De gesprekken
moeten het beleid terzake stofferen. Er daagden een honderdtal
deelnemers op, vooral gerekruteerd via de verenigingen.
Ongeorganiseerde bewoners bleven voorlopig nog afzijdig.
Opperhoofd niet voor participatie
Leuven is niet vreemd van
wat inspraak om haar beleid op af te stemmen. Men zoekt en
experimenteert wel met nieuwe vormen en is niet bang om oude vormen ook
af te schaffen. Maar de stad geeft haar inwoners weinig zekerheid over
wat er met hun voorstellen zal gebeuren. De domeinen en onderwerpen van
inspraak worden centraal gekozen en zijn bovendien gefragmenteerd. Waar
en wanneer is er ruimte om over de stadsontwikkeling in haar geheel te
debatteren? Op het stadsgesprek zei iemand het zo: "de keuze die aan de
bewoners voorgelegd worden, moeten verder gaan dan de keuze tussen een
"appel-en perenboom". Anders leidt dit tot … frustratie want er worden
valse verwachtingen gecreëerd."
Als het gaat om vormen van directe democratie bestaat er een
grote drempelvrees. De mogelijkheden die we kregen via de nieuwe
gemeentewet worden door de meerderheid niet gesmaakt. Uit de nieuwe
beleidsplannen die momenteel in opmaak zijn, zal moeten blijken hoe men
bijkomend zal werken aan inspraak en participatie. Want die verwachting
stelt het Vlaamse decreet wel. We illustreren die opnieuw met een
fragment uit het verslag van het stadsgesprek: "een deelnemer haalt het
voorbeeld aan van de Kop van Kessel-Lo: sinds 2 jaar is er een
bewonersinitiatief dat diverse voorstellen lanceerde, veel beloften
bekwam en goede 'individuele' gesprekken met schepenen had. Ze wachten
echter nog steeds op een georganiseerde communicatie vanuit de stad."
Tot slot is het aan de Leuvenaars om hun rechten te gebruiken.
Wie zal er 900 handtekeningen verzamelen om de gemeenteraad naar een
mening te vragen over een splijtend voortstel van algemeen belang?
Hopelijk niet iemand uit de verzuurde hoek. Al zou het om een zeldzame
keer kunnen gaan dat we de burgemeester met gemengd plezier uit zijn
krammen zien schieten. Want dat is ook een conclusie, al is het geen
nieuws: het Leuvens opperhoofd heeft het niet voor participatie.
En ten slotte, om ook onszelf te relativeren: "het is
belangrijk voldoende ruimte te laten voor experimenten en nieuwe
ideeën. Niet alles moet overgeorganiseerd worden, er moet ook plaats
zijn voor spontaniteit, voor een 'plezante anarchie'." Een uitspraak
van, u raadt het, een onbekende Leuvenaar op het sociaal stadsgesprek.
zondag 11 februari 2007, door wim merckx op:
http://www.leuvencentraal.org/Leuvens-stadsbestuur-loopt-niet?var_recherche=burgerinitiatief
Zie ook "De Straten-Generaal tegen de verfoeiing van de straat": http://www.indymedia.be/en/node/175
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing:
http://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/2.0/be/
|