Aantal Hits : 1471  |
1471 hits
Na een jaar stevig, onverdroten en keihard onderhandelen is het de federale regering op de vervaldag net niet gelukt de staat te hervormen. Zou de burger dan middels een Referendum (volksraadpleging of plebesciet) toch de kastanjes uit het vuur moeten halen? En welke kastanjes dan wel en welke niet? Politici nemen graag hun verantwoordelijkheid vertrouwen ze democratievoorstanders toe. Hoe gaan ze dat nu regelen zonder dat de burger het gelag betaalt? ah, ja hier een presentatie over de BHV discriminatie die onverwijld ging weggewerkt worden.
Onderstaande berichten ter duiding op het onevenaarbare Nieuw Pierke:
Eerst enkele uitsmijters.
Eric Verhulst: "Men zegt soms dat België een laboratorium is voor
Europa. Het is niet zo bedoeld, maar de gelijkenis tussen het Belgische
débacle en dat van Lissabon is schrijnend."
Is België al een confederatie? Ph. Van den Abeele: "Een veto is een
typisch kenmerk van een confederatie, niet van een federale staat."
Referendum over een onafhankelijk Vlaanderen
Referendum of de institutionele chaos
Het parlementaire zomerreces, de 'deadline der deadlines', nadert met
rasse schreden. De kans op een hernieuwde Pax Belgica lijkt zo goed als
onbestaande. Een referendum over Vlaamse onafhankelijkheid kan een
uitweg bieden, vinden zeven Vlaams-nationalisten, in een opiniestuk in
De Standaard van 17 juni '08
Een grote stap voorwaarts in de hervorming van de Belgische Staat
blijft voor Vlaanderen noodzakelijk en voor de Franstalige politici
ondenkbaar. Om nog maar te zwijgen over het dossier-BHV, de splijtzwam
van België. De ondertussen beruchte note pedagogique sur BHV
van de PS zegt het allemaal. Het gaat hen niet in de eerste plaats om
de (overwegend blauwe) Franstalige kiezers uit de Vlaamse Rand, het
gaat de Franstalige socialisten om het vrijwaren van de Franstalige
claim op Vlaams grondgebied in het post-België-scenario. Vicepremier
Laurette Onkelinx kon het niet beter verwoorden toen ze onlangs in een
interview met De Standaard (DS 31 mei) het volgende zei:
'Brussel-Halle-Vilvoorde gaat over: hebben Wallonië en Brussel al dan
niet een aparte toekomst? BHV gaat natuurlijk ook over de verdediging
van de Franstaligen die in de Rand leven, maar dat is niet de kern van
de discussie. Wie in Vlaanderen nog gelooft dat het over het
inschrijvingsrecht voor Franstaligen uit de Rand gaat, begrijpt niets
van de gevoeligheid van de Franstaligen. BHV is echt veel fundamenteler
dan dat. Dat maakt de discussie zeer moeilijk.' En dan te weten dat elk
'inschrijvingsrecht' voor de Vlaamse partijen al zo goed als
onbespreekbaar is…
Kortom, de toestand is uitzichtloos. Nieuwe federale verkiezingen
dan maar? Afgezien van het feit dat nieuwe verkiezingen de
communautaire tegenstellingen enkel maar zouden vergroten, zijn ze ook
juridisch heel erg controversieel. Dat bleek enkele weken geleden nog
maar eens op de studiedag naar aanleiding van het 40-jarig bestaan van
het Instituut voor Constitutioneel Recht van de KU Leuven. Hoewel
onderzoekster Evelyne Maes met overtuiging de stelling verdedigde dat
nieuwe verkiezingen zonder een gesplitst BHV misschien wel
ongrondwettelijk zijn, maar simpelweg niet kunnen worden tegengehouden,
kreeg ze ferm de wind van voren van enkele collega-juristen. Vooral
professor emeritus Hugo Vandenberghe kon zich helemaal niet vinden in
haar redenering. Hij beweerde met grote stelligheid - internationale
verdragen en normen in de hand - meer dan voldoende juridische
argumenten te kunnen aanhalen om deze eventuele verkiezingen te doen
kelderen. Als senator van CD&V en dus sterk betrokken partij,
blijft het natuurlijk de vraag of hij, eens het zover is, dit ook
effectief zal doen. De giftigste adder onder het gras zou wel eens van
de lokale besturen en van de kiezers zelf kunnen komen. Zo wees Luc
Deconinck (jurist en voorzitter van vzw De Rand) op de mogelijk enorme
organisatorische problemen in Halle-Vilvoorde. Dat bijna geen enkele
dienstweigeraar (van 10 juni 2007) veroordeeld werd, zal ongetwijfeld
bij veel Vlamingen de vastberadenheid en de verbetenheid om deze
ongrondwettelijke verkiezingen te boycotten een enorme 'boost' geven.
De opmerking op de studiedag dat België, indien het nieuwe
verkiezingen zou organiseren zonder het arrest van het Grondwettelijk
Hof uit te voeren, zich in een onvoorzienbare chaos stort en afdaalt
tot het niveau van een 'bananenmonarchie' kon op algemene bijval
rekenen… En wat te denken van een scenario waarbij een aantal
(oppositie)partijen hun kiezers formeel oproept om deze verkiezingen te
boycotten door niet te gaan stemmen? Neen, nieuwe verkiezingen zonder
splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde zijn in
alle opzichten ondenkbaar. Trouwens, ook de terugkeer naar de oude
arrondissementele kieskringen (het stokpaardje van de Franstaligen) is
juridisch al even wankel en zal ongetwijfeld leiden tot nieuwe
procedures voor het Grondwettelijk Hof, niet het minst ingeleid door de
Vlaamse Beweging.
Rien ne va plus of de totale uitzichtloosheid dus, of toch…
Misschien kan een volksraadpleging of referendum duidelijkheid bieden
over de toekomst (of het einde) van België? Wij stellen alvast voor om,
indien de communautaire onderhandelingen tegen het zomerreces tot niets
leiden en een 'majeure' institutionele crisis onafwendbaar is, in het
najaar een referendum te houden over de Vlaamse onafhankelijkheid. De
stemming zou gaan over de vraag of de Vlaamse Regering en het Vlaams
Parlement onderhandelingen moeten beginnen over de onafhankelijkheid
van Vlaanderen. Dit referendum wordt gehouden in de Vlaamse Gemeenschap
(uiteraard ook bij de Brusselse Vlamingen), maar is niet-verplicht en
niet-bindend. De kiesvoorwaarden zijn dezelfde als bij de verkiezingen
voor het Vlaams Parlement. Voor Brussel wordt er een specifiek voorstel
uitgewerkt dat zowel de functie van Vlaamse hoofdstad als de rechten en
vrijheden van de Brusselse Vlamingen vrijwaart. Dit laatste kan op
basis van een vrije gemeenschapskeuze tussen de Vlaamse of de Franse
Gemeenschap.
Vlaanderen zou uiteraard lang niet de eerste deelstaat zijn die een
onafhankelijkheidreferendum organiseert. Zo gingen onder andere Quebec,
Ierland, Montenegro, Slovenië, Estland, Letland, Litouwen en Kroatië
ons voor, Baskenland, Groenland en Schotland volgen binnen afzienbare
tijd.
Voor alle duidelijkheid: Vlaamse onafhankelijkheid lost niet alle
problemen op, maar schept wel het enige werkbare kader om de
uitdagingen echt aan te pakken. Het is in elk geval een veel betere
optie dan de institutionele chaos die op ons afkomt lijdzaam te
ondergaan. Of, om het met de woorden van Eric Van Rompuy (CD&V) te
zeggen: 'Er ligt een staat op sterven, twee volkeren zullen erven.'
Theo Francken, Karl Vanlouwe, Matthias Storme, Dominick
Vansevenant, Bart De Valck, Guido Moons en Peter De Roover zijn actief
in de Vlaamse Beweging en schreven deze bijdrage in eigen naam.
www.onafhankelijkheidsreferendum.be
-- Commentaar van Bert Penninckx --> Elk bestuursniveau zou best eerst een goede referendumwetgeving invoeren om onduidelijkheden en interpretatiefouten te vermijden. Zo'n wet is niet ingewikkeld en kan snel ingevoerd worden. Er zijn al genoeg voorstellen geformuleer. Belangrijkste is dat er goede modaliteiten opgenomen worden anders is het zinloos een wetgeving op te stellen. De huidige gemeentelijke volksraadpleging is GEEN goed voorbeeld.
Leve de Waalse Gemeenschap!
Brecht Arnaert op http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/258
Deze
slogan doet in Vlaamsgezinde middens nogal wat wenkbrauwen fronsen.
Nochtans drukt hij perfect uit wat de wens is van veel
niet-separatistische Vlamingen. Dat twee naties, in solidariteit en
wederzijds respect met elkaar, kunnen samen leven in een sterk federaal
België. Door de huidige federale structuur, met acht parlementen die
elkaar in bevoegdheden zowel materieel als territoriaal overlappen, kan
dat echter niet. Maar volgens meer en meer flaminganten is dat
eigenlijk ook nooit de bedoeling geweest. Door de fictieve indeling in
Gemeenschappen en Gewesten is een web van instellingen ontstaan met als
voornaamste doel het verbergen dat België uit twee grote gemeenschappen
bestaat: de Vlaamse en de Waalse. Vlaanderen ontsnapte daaraan,
Wallonië niet. Een pleidooi voor een eigen Waalse Gemeenschap.
Bij de eerste staatshervorming, in 1970, werden niet enkel drie
cultuurgemeenschappen geïnstalleerd, maar ook artikel 107quater, dat
bepaalde dat in een latere fase nog de Gewesten vorm moesten krijgen.
Vlaanderen verzette zich steeds tegen de installatie van deze nieuwe
bestuurlijke entiteiten die náást de Gemeenschappen zouden gaan
functioneren. Wallonië was grote voorstander, omdat met de
Gewestvorming de decentralisatie van economische bevoegdheden gepaard
zou gaan, sinds jaar en dag een eis van de Waalse regionalisten. De
samenvatting van dit conflict in een loutere Vlaams-Waalse
tegenstelling is echter niet correct, omdat men dan volledig abstractie
maakt van een derde belangrijke speler in de communautaire debatten: de
Brusselse Franstaligen. Want het is toch wel vreemd dat terwijl Walen
en Vlamingen eigenlijk beiden meer autonomie wensten, zij het met
andere accenten, hun streven als tegenstrijdig uitgelegd wordt.
Zogezegd wilden de Walen België schoeien op de leest van de Gewesten,
die dan de emanatie zouden zijn van de wens tot economische autonomie,
terwijl Vlaanderen zijn wens tot culturele autonomie graag bestendigd
zag in de Gemeenschappen. Maar vanwaar die koppeling tussen
bevoegdheden en verschillende bestuurlijke niveaus? Evengoed konden in
1980 de Waalse en Vlaamse bevolkingsgroep hun nieuwe bevoegdheden bij
de al bestaande instellingen voegen, de toenmalige
cultuurgemeenschappen. Er moet dus een andere verklaring zijn. Hier
verschijnen de Franstaligen uit Brussel op het toneel. Het verzet tegen
de Gewestvorming vanuit Vlaanderen was niet gericht tegen de Waalse
eisen, maar vooral tegen de creatie van een derde, Brussels Gewest. Hoe
de concrete onderhandelingen juist gelopen zijn, zullen we wellicht
nooit weten, maar de creatie van dit gewest gaat in elk geval al in
tegen elke economische of federale logica.
Ten eerste waren er geen economische aanduidingen dat Brussel meer
dan andere steden zou verschillen van zijn hinterland. Indien dat het
geval was geweest, dan had ook Antwerpen met zijn havenexpansie zeker
een eigen Gewest moeten krijgen of zelfs Kortrijk met zijn
textielindustrie. Het oorspronkelijke opzet was dan ook een Stadsraad
voor Brussel, maar zeker geen eigen Gewest. Door sluipende
besluitvorming zijn de Brusselse grenzen echter versteend geraakt,
hoewel die niet overeenkomen met de bestuurlijke realiteit. Het
Brussels stadsgewest deint uit tot ver buiten zijn formele grenzen.
Ten tweede is het Brussels Gewest ook in de federale logica een vreemde
eend in de bijt. Terwijl de Duitstalige Gemeenschap in Wallonië
territoriaal blijkbaar wel kon vallen onder het Waals Gewest, was het
niet mogelijk om de Franstalige Gemeenschap in Vlaanderen te herbergen
onder het Vlaams Gewest. Er moest en zou een apart Gewest opgericht
worden, waaronder dan én de Franstalige Gemeenschap én een deel van de
Vlaamse Gemeenschap zouden ressorteren. Dit resulteerde in de absurde
situatie dat de Vlamingen in Brussel een minderheid werden, terwijl ze
gewestelijk gezien een meerderheid zijn, en dat de Franstaligen, op
gewestelijk niveau de echte minderheid, nu plots een meerderheid
werden. Door de loutere installatie van een extra grens konden de
Franstaligen zich dus een meerderheid noemen.
Er zijn op zijn minst dus twee sterke aanwijzingen om de hypothese
te steunen dat de vragen van Vlaanderen en Wallonië niet tegengesteld
waren, maar tegengesteld “gemaakt zijn geweest”. En er zijn er nog. Wie
op zoek gaat naar de kern van het Belgisch establishment, komt vroeg of
laat uit bij een duizendtal notabelen die zich sociologisch in de buurt
van de haute finance en het hof ophouden, en geografisch in Brussel.
Het is deze groep, in aantal zeer klein, maar in macht zeer groot, die
met de regionalisering van België het meest te verliezen had. Terwijl
alles erop wees dat België zou evolueren tot een tweeledig federalisme,
zijn zij erin geslaagd een derde Gewest te creëeren. Dat is op
ingenieuze wijze gebeurd. Men is er in geslaagd om de aspiraties van
beide gemeenschappen die in essentie in dezelfde richting liepen (meer
autonomie, maar met andere accenten) te koppelen aan verschillende
uitvoeringsinstanties (Gewesten en Gemeenschappen), tegelijk met de eis
om voor zichzelf een eigen Gewest te kunnen creëren. Op die manier
heeft men de oorspronkelijk positieve samenwerking tussen de Vlaamse en
Waalse beweging om België te federaliseren, tegengesteld kunnen maken.
Doordat Wallonië voorstander was van het regionaliseren van economische
bevoegdheden en men die koppelde aan de bestuursfiguur “Gewest”,
volstond het voor de Franstalige Brusselaars om zelf ook een Gewest te
eisen, om de verenigde regionaliserende krachten te breken. Vlaanderen
werd voor het blok gezet: ijveren tegen het derde gewest was tegelijk
ook ijveren tegen gewestvorming an sich, en dus ook tegen de vraag van
de Walen. De koppeling anti-Gewest is anti-Waals was gemaakt.
Vanaf toen is het misgelopen. Het verzet van Vlaanderen tegen de
gewestvorming, een eis van zowel de Franstalige Brusselaars als de
Walen, maakte hen tot objectieve bondgenoten. Ergens onderweg is de
nuance verloren gegaan dat Vlaanderen niet tegen gewestvorming an sich
was, maar wel tegen de vorming van een dérde Gewest. Omdat tegelijk met
de eerste staatshervorming ook de dubbele grondwettelijke meerderheid
ingevoerd werd, en er dus ook een meerderheid in de Franse taalgroep
van het parlement moest gevonden worden, is van toen af elk scenario
dat België wou schoeien op de leest van de Gemeenschappen afgeschoten.
Begrijpelijk. Indien Wallonië zijn regionalisering wou voltooien, moest
het wel het idee van een derde Gewest steunen. Vlaanderen, dat in
Wallonië oorspronkelijk een bondgenoot had van een tweeledig
federalisme, werd nu de gezamenlijke tegenstander van Walen en
Brusselse francofonen. En toch is dat bondgenootschap niet van harte.
Want laat het nu immers net die Brusselse Franstaligen zijn die de
Waalse identiteit noodgedwongen wel moeten ontkennen. Doen ze dat niet,
dan wordt het duidelijk dat de these inderdaad klopt dat België slechts
bestaat uit Vlamingen en Walen, wat hen meteen tot de laatste der
Mohikanen zou reduceren. Het loutere dagdagelijkse bestaan van het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest ontkent immers de stelling die de Waalse
politicus Jules Destrée al in 1912 formuleerde: « Sire, vous régnez sur
deux peuples. Il y a en Belgique, des Wallons et des Flamands ; il n'y
a pas de Belges. »
Van alle geregionaliseerde besturen, benadert Brussel immers België
nog het meest: een praktisch volledig verfranste samenleving, met een
duidelijke oriëntatie op Parijs, geleid door een elite die uit
zelfbehoud de monarchie verdedigt. Het voortbestaan van Brussel als
Gewest is daarom inherent verbonden met het voorbestaan van België. Als
kan bewezen worden dat dit Gewest een fictieve creatie is die niet
stoelt op economische of federale overwegingen, maar louter op het
belang van een minderheidsgroep die de fundamentele tweeledigheid van
dit land zo kan blijven ontkennen – stel u voor dat de Koning in
Vlaanderen woont! – dan wordt duidelijk dat België inderdaad die
constructie is die Leopold I al in 1859 aan zijn kabinetschef
beschreef: “België heeft geen nationaliteit en, gezien het karakter van
zijn inwoners, kan het er ook nooit een hebben. In feite heeft België
geen politieke reden van bestaan.”
De hypothese dat de federalisering gekaapt is geweest door de
Brusselse Franstaligen, tegen Vlamingen én Walen in, houdt ook stand
als we kijken naar de Belgische institutionele inrichting. Die schept
namelijk een web van instellingen die wel als hoofddoel lijken te
hebben het ontkennen van zowel de Vlaamse als de Waalse identiteit. Het
essentieel strategisch element is hier het creëren van identitaire
verwarring. In dit land kan een Waal zich geen Waal noemen, maar is ie
officieel lid van de Franse Gemeenschap. Vlamingen in Brussel verworden
tot Brusselse Vlamingen of erger nog, een Nederlandssprekende
Brusselaar. En Franstalige Brusselaars kunnen zich tegen alle realiteit
in als laatste nog Belg noemen in de oude betekenis van het woord:
eentalig Frans. “What’s in a name?” zult u denken. En toch. Als we
mogen aannemen dat de “Vlaamse Gemeenschap” de kristallisatie is van de
wens van de Vlaamse Beweging naar autonomie, waarom is er dan analoog
geen “Waalse Gemeenschap”, als emanatie van de Waalse Beweging? Het mag
toch wel als vreemd beschouwd worden dat de naamgeving van de nieuwe
decentrale bestuursorganen niet in het verlengde ligt van die
maatschappelijke krachten die er de grootste promotoren van waren? Men
sprak niet van een Vlaamse en een Waalse cultuurgemeenschap, maar van
een “Nederlandse” en een “Franse” cultuurgemeenschap. De nadruk werd
duidelijk gelegd op taal en niet op de volle identiteit van een
gemeenschap, die breder gaat dan taal op zich.
Eén en ander valt natuurlijk te verklaren door de aard van het
toenmalige Vlaams-nationalisme, dat in die dagen vooral opkwam voor de
erkenning van het Nederlands en dus niet in de eerste plaats de Vlaamse
cultuur. Pas later, door het toevoegen van meer bevoegdheden in
culturele zin, sprak men van een Vlaamse Gemeenschap. Maar diezelfde
evolutie vind je vreemd genoeg niet terug aan de andere kant van de
taalgrens. Terwijl het Wallon als taal zelfs veel homogener is dan de
verzameling aan Vlaamse dialecten en ook de cultuurbeleving in Wallonië
(les binches, la poésie Wallonne, een rijk theaterleven) vaak
authentieker was dan die in Vlaanderen, werd er geen eigen Waalse
Gemeenschap gevormd.
Terwijl in Vlaanderen de overgang gemaakt werd naar van de
“Nederlandse cultuurgemeenschap” naar de “Vlaamse Gemeenschap”, heeft
Wallonië dus nooit de sprong gemaakt naar een eigen cultuurgemeenschap,
los van de Brusselse Franstaligen. De feitelijke Waalse gemeenschap kon
zich dus niet onttrekken van de oorspronkelijke aanduiding “Communauté
Culturelle Française” en wordt tot op vandaag nog altijd als één geheel
met de Brusselse Franstaligen gepercipieerd. De aanduiding “Communauté
Culturelle Française” is nota bene zelfs twijfelachtig is in zijn
verwijzing naar taal. “Française” lijkt eerder te verwijzen naar de
Franse nationaliteit, dan naar de Franse taal. Misschien is dit wel een
knipoog naar de stichters van België, van wie het de bedoeling was
België naar Frans centralistisch model in te richten. De term
“Francophone” als aanduiding van een taalgemeenschap ware in ieder
geval logischer en correcter geweest. De term “Franstaligen” is dus
eigenlijk een verzamelnaam die twee ladingen dekt. De Franse
Gemeenschap komt qua vertegenwoordiging in het federale parlement dan
misschien wel formeel overeen met de Franse taalgroep, intern is die
taalgroep niet zo’n samenhangend geheel als vaak gedacht wordt. Er
gaapt namelijk een metersdiepe kloof tussen de Brusselse Franstaligen
en de Waalse vertegenwoordigers. Dat is historisch gegroeid. “C’était
au temps que Bruxelles rêvait” …, que la Wallonie travaillait. Terwijl
in de late negentiende eeuw Wallonië de economische prestaties leverde
die België tot de eerste industriële grootmacht van het Europese
vasteland maakte, kwam aan haar eigen bevolking de meerwaarden van die
economische productie niet toe. De winsten vloeiden af naar de
Brusselse bourgeoisie, die er de stadspaleizen mee bouwden die Brussel
vandaag nog sieren. De Société Générale, waar het Belgisch koningshuis
grootaandeelhouder in was, werd schatrijk, en met haar een hele
Franstalige bourgeoisie, die zich vooral uit financiële overwegingen
als behoeder van de monarchie ging opwerpen.
Maar de Walen zelf deelden niet in de rijkdom van hun ondergrond.
Zij waren geen aandeelhouder van hun eigen opbrengst, laat staan dat ze
goed behandeld werden als arbeiders. Toen eind de jaren ’60 onder
invloed van die nieuwe energiebron, aardolie, de steenkoolmijnen steeds
minder rendabel bleken te zijn, trok het grootkapitaal zich terug samen
in Brussel. De Brusselse kapitaalkrachtige milieus, die daarvoor nog
koketteerden met hun Waalse bezittingen, lieten de streek als een
uitgewrongen sinaas vallen. Het is pas door een boomende Vlaamse
economie dat Wallonië terug wat ondersteuning kreeg. Hulp uit Brussel
is er nooit gekomen. Dat heeft zich afgetekend in de politieke
structuren van ons land die op dat moment gevormd werden. De hoofdreden
waarom Wallonië ook later nooit gebruik gemaakt heeft van artikel 137
van de Grondwet, namelijk de mogelijkheid om de bevoegdheden van de
Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest in één orgaan te laten
versmelten, zoals dat aan Vlaamse kant gebeurd is, ligt net in dat
verschillend politiek substraat tussen Brussel en Wallonië. Terwijl in
Wallonië een klimaat heerste van travaillisme dat tot socialisme
inspireerde, ziet men in Brussel het tegenovergestelde daarvan. In de
kapitaalkrachtige salons van de hoofdstad kon het liberalisme niet op:
Brussel was het centrum van vooruitgang, openheid en wetenschap. Maar
dan wel op andermans kosten. In Vlaanderen lag de verhouding met
Brussel helemaal anders. Ten eerste was de invloed van de Vlaamse
Brusselaars met slechts zes volksvertegenwoordigers in het Vlaams
Parlement veel beperkter. Ten tweede was de historische band met
Brussel op sociaal-economisch vlak ook veel minder traumatisch. En ten
derde – niet onbelangrijk – lag Brussel ook fysiek in Vlaanderen.
Terwijl bij de Gewestvorming Brusselse Vlamingen ontstonden, ontstond
niet zoiets als Brusselse Walen, met binding aan dat Brusselse
grondgebied. Hoogstens kwamen ze er werken of hadden ze er familie.
Onze Waalse broeders en de Brusselse Franstaligen zijn dus niet één pot
nat.
Meer nog. In de praktijk is de band in de Franse Gemeenschap zelfs
al grotendeels doorgesneden! Via artikel 138 GW – voor elk wat wils –
hevelde men heel wat bevoegdheden van de Franse Gemeenschap over naar
het Waalse Gewest. Aangezien de Franse Gemeenschap echter ook in
Brussel bevoegdheden heeft, betekent elke overdracht naar het Waals
Gewest ook een overdracht naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De
instantie die daar als gedecentraliseerd bestuur van de Franse
Gemeenschap optreedt is de Commission Communautaire Française (COCOF),
die ingevolge deze transfer van bevoegdheden, haar materieel
werkingsgebied uitgebreid ziet. Pittig detail: de normerende
instrumenten van de Franse Gemeenschap zijn decreten. De COCOF heeft
dus, in tegenstelling tot de Vlaamse Gemeenschapscommissie, decretale
bevoegdheid in Brussel. De zoveelste assymetrie in het Belgisch
federaal systeem. De splitsing in de Franse Gemeenschap is niet
volledig. Onderwijs en bepaalde welzijnsaspecten vormen nog de
hoofdmoot. Maar buiten die bevoegdheden is er niet veel meer te
beleven. Van de zeven ministers zijn er drie bevoegd voor
onderwijsaspecten en twee voor aspecten van kinderwelzijn. Maar ook in
die bevoegdheden zijn er verschillen: terwijl het onderwijs in Brussel
zwaar getroffen wordt door kwaliteitsverlies ten gevolge van een enorme
migranteninstroom, is het Waalse onderwijspubliek helemaal anders van
samenstelling. Een gedifferentieerd beleid is echter moeilijk. Merk ook
op dat het onderwijs in Wallonië zich niet Waals kan noemen, terwijl
dat in Vlaanderen mutatis mutandis wel kan. Voor de bevoegdheden die
overgebleven zijn, kent Wallonië dus wel een inmenging vanuit Brussel,
hoewel de Brusselaars doorgaans weinig of geen uitstaans hebben met de
problematieken van la Wallonie profonde. Ze hebben er ook geen kiezers
en dus geen belangen. Hun politieke voedingsbodem is compleet anders.
Terwijl in Namen de spreekwoordelijke zwaveldampen van de hoogovens nog
in de lucht hangen, is men in de Brusselse salons eerder nog het aroma
van sigaren in boudoirs gewoon. Toch maken de 19 verkozenen uit Brussel
in het Franse Gemeenschapsparlement een vijfde van de dienst uit, wat
een doelgericht beleid naar één onderdeel van de Franstalige familie
steeds moeilijk maakt.
De conclusie van dit alles is dat Vlamingen beter geen patent nemen
op de uitspraak dat België hen in een institutioneel kader gevangen
houdt waar zij zich onvoldoende in kunnen ontplooien. Het nieuwe
institutionele arrangement van 1970 zorgde er door zijn fictieve
opdeling in Gemeenschappen en Gewesten in zijn kiem al voor dat noch de
Vlaamse, noch de Waalse identiteit volledig tot ontplooiing konden
komen. De enige reden waarom naast de Gemeenschappen nog een tweede
bestuurlijke entiteit moest komen is omdat op die manier de
fundamentele tweeledigheid van België kon ontkend worden door een
Brusselse Franstalige minderheid die zich als erfgenaam ziet van het
oorspronkelijke Belgische project. Een derde gewest kon namelijk als
tegengewicht fungeren in de democratisering van België, die de
fundamentele tweeledigheid van ons land aan het licht bracht. Hoe meer
mensen mochten gaan stemmen, hoe duidelijker die tweeledigheid werd. De
Franstalige elite kon het regionale bewustzijn van zowel Vlamingen als
Walen nog een tijdlang negeren, maar met elke verkiezing werd
duidelijker dat de regionalistische tendensen op termijn door hun
demografisch overwicht het pleit zouden winnen. De eisen voor meer
autonomie klonken sinds 1954 in Vlaanderen en sinds 60-61 in Wallonië
steeds harder. Al snel zagen de Brusselse Franstaligen in dat zij het
pleit numeriek zouden verliezen: er waren steeds minder Belgen, ten
koste van nieuwe regionale identiteiten. Het geweer moest dus van
schouder veranderd worden: enkel door een institutionele aanpassing van
het land die erin kon slagen de regionale identiteiten te remmen in hun
groei, konden hun belangen veilig worden gesteld.
Dat is met de creatie van het derde Gewest Brussel gelukt. In de
huidige staatsinrichting kan Vlaanderen Brussel niet als integraal deel
van haar deelstaat beschouwen, waardoor de natie eigenlijk ontmand is.
Brussel ligt dan geografisch wel in Vlaanderen, institutioneel ligt het
er buiten, in een eigen Gewest. En ook Wallonië is gehinderd in de
verdere ontwikkeling van zijn eigen identiteit als cultuurgemeenschap.
Door de fictieve toevoeging van de Brusselse Franstaligen aan wat
eigenlijk een Waalse Gemeenschap op zich had moeten zijn, wordt
Wallonië voor het blok gezet. Ofwel gaat de Waalse gemeenschap – die al
in de feiten bestaat – voor een eigen institutionele erkenning, maar
dan verzwakt hun communautaire positie in het federale België. Ofwel
wordt er samengewerkt met de Franstaligen uit Brussel in één politiek
verband, waardoor ze sterker staan, maar dan worden ze geremd in hun
eigen natie-ontwikkeling. Voor hen is het kiezen of delen. Maar
misschien vergissen we ons in Vlaanderen dus wel van tegenstrever.
Vlaanderen vergeet wel eens dat het vroeger in essentie geen problemen
met Wallonië had, maar wel met de Brusselse Franstaligen die – geheel
tegen de logica van de Gemeenschappen in – door de creatie van een
eigen Gewest erin slaagden het hart uit Vlaanderen te snijden. Dit is
een traumatische ervaring geweest, waardoor Vlaanderen alles wat
Franstalig was, Waal of Franstalig Brusselaar, als vijand is gaan
beschouwen.
Door deze vervlakking in de Vlaamse communautaire analyse, zijn de
Walen de Franstalige Brusselaars tegen wil en dank meer en meer als
bondgenoten gaan beschouwen. Terwijl er vroeger in Wallonië weinig
animo bestond voor het steunen van de territoriale expansiedrang van de
Brusselse Franstaligen, zien de Walen dit vanuit hun eigen politiek
perspectief nu als een extra barrière tegenover een communautair
pletwalsend Vlaanderen. De vijand van mijn vijand is mijn vriend. Als
de Waalse eis dat de sociale zekerheid federaal moet blijven beschermd
kan worden door de Franstalige Brusselaars te steunen in hun eisen voor
de gebiedsuitbreiding van Brussel, so be it. Zelfs al zijn er heel wat
Waalse volksvertegenwoordigers die zich liever zouden concentreren op
de eigen Waalse problemen. Vlaanderen moet dus kiezen. Als men weet dat
een staatshervorming minstens 32 Franstalige zetels vereist, dan is het
niet raadzaam om alle Franstaligen over dezelfde kam te scheren.
Blijven wij hen als één blok politieke vijanden beschouwen, dan zal,
ondanks alles, de band tussen de Franstalige Brusselaars en de Walen
nog hechter worden. Misschien is het tijd om een aantal dingen te
herzien. Misschien zijn de offensieve eisen van de Brusselse
Franstaligen wel een groter gevaar voor Vlaanderen, dan de defensieve
vraag van de Walen om inzake bijvoorbeeld sociale zekerheid de dingen
te laten zoals ze zijn. Misschien moeten Vlaanderen en Wallonië
teruggrijpen naar de wortels van het regionalisme en samen ijveren voor
hun gezamenlijke oorspronkelijke wens: het land opnieuw te schoeien op
de leest van de Gemeenschappen. Bij deze: leve de Waalse Gemeenschap!
Brecht Arnaert, student Bestuurskunde en Publiek Management,
tevens voorzitter van de Jong N-VA studentenvereniging aan de
Universiteit Gent.
Deze bijdrage verscheen eerder op mijn website http://smithsonsplace.blogspot.com/ , en zal normaal ook in de volgende uitgave van het Links Vlaams-nationaal maandblad 'Meervoud' gepubliceerd worden.
Brussel efficiënter besturen zonder ondemocratisch 'Europees statuut'
Ph. Van den Abeele op http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/200
De
Nederlandse journalist en columnist Derk-Jan Eppink doet (op zijn
weblog, 2.03.08, overgenomen door Tussendoor Nieuwsflits van de Vlaamse
Volksbeweging op 11.04.08) een voorstel om 'het probleem Brussel' op te
lossen met een 'Europees statuut'. Zijn voorstel komt er samengevat op
neer dat het dagelijks bestuur van Brussel volledig in handen komt van
de Brusselse regering en het Brussels parlement, de negentien gemeenten
worden afgeschaft en de Europese Commissie één van haar 27 leden
aanstelt als hoofdverantwoordelijke voor de supervisie over Brussel. De
Brusselse regering legt haar wetgeving voor aan de Europees
Commissaris, met de portefeuille Brussel. Hij of zij kan een maatregel
schorsen als deze ingaat tegen fundamentele rechten, bijvoorbeeld van
minderheden. (Hoe wordt dit verder afgehandeld? Wie krijgt het laatste
woord?) In het Europees Parlement komt een subcommissie die het werk
van de bevoegde Commissaris controleert en zonodig hoorzittingen
organiseert. De Commissie trekt meer middelen uit voor de reconversie
van Brussel.
(De volledige tekst van zijn voorstel staat hier... )
Anti-democratisch
Volgens onderzoek in Brussel geven 43,7% van de ondervraagden de
voorkeur aan een ‘speciaal statuut als Europese hoofdstad’ (aangehaald
door Prof. Van Parijs, Le Soir, 28.03.08). Hierbij is niet duidelijk
wat de ondervraagden daaronder juist verstaan, behalve dat ze wel ‘heel
iets anders’ willen dan vandaag, maar zeer vermoedelijk niet wat Eppink
voorstelt. Wat is er democratisch aan om bevoegdheden te geven aan een
of andere Europese commissaris om beslissingen van de Brusselse
overheid te schorsen? Het voorstel vermindert de democratische controle
van de inwoners op hun bestuurders. Het moet vanuit dat oogpunt
verworpen worden. Men kan toch geen macht geven aan een ambtenaar om
wetten van een legitiem en democratisch verkozen orgaan te schorsen?
Een gestroomlijnd Brussel heeft geen niet democratisch verkozen
Europese voogd nodig om haar te controleren. Hiervoor zijn de bestaande
organen voldoende (b.v. het Rekenhof, de Raad van State, het
Grondwettelijk Hof, Het Europees Hof van Justitie). Er is ook geen
Europese voogd nodig voor een of andere bijdrage van ‘Europa’ aan de
functie van Brussel als zetel van instellingen van de Europese Unie.
Europa kan met zijn Regionale en Sociale Fondsen mee bijdragen aan de
ontwikkeling van Brussel, zonder zich te mengen in het dagelijks
bestuur. Dat doet ze ook nergens anders.
De ‘Werkgroep In de Warande’ suggereert een statuut geïnspireerd op
Washington DC. Washington D.C. (159 km2, met 572.000 inwoners) is een
van de weinige hoofdsteden die speciaal als hoofdstad ontworpen zijn.
De stad ligt niet in een van de vijftig staten, omdat men niet wilde
dat een staat invloed op de hoofdstad kon uitoefenen. Het Amerikaanse
Congres houdt toezicht op het federale district Washington DC, en de
stad is ondervertegenwoordigd in het Congres. Het heeft geen senator en
zijn lid in het Huis van Afgevaardigden heeft geen stemrecht. Wellicht
redelijk voor een qua oppervlakte ongeveer even grote stad als Brussel
als administratieve hoofdstad van een grote federale staat, maar niet
voor een hoofdstad van een klein landje. Zouden de 1 miljoen
Brusselaars dan niet meer mogen stemmen voor de Kamer? Niet direct een
voorstel dat zorg draagt voor de Democratie.
Het huidig kluwen
Waar Eppink natuurlijk een punt heeft, is dat het Brussels kluwen aan
instellingen een grote schoonmaak nodig heeft. Veel meer zelfs dan
alleen maar zijn voorstel om de 19 gemeenten te fusioneren en het
bestuurlijk arrondissement op te doeken. Vandaag bestaat België uit
drie Gewesten en drie (taal)Gemeenschappen. Bovendien zijn er in
Brussel nog de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), de Franse
gemeenschapscommissie (COCOF) en de Gemeenschappelijke
Gemeenschapscommissie (GGC), met ook telkens een Raad en een College.
Waar er eerder drie beslissingsniveau’s waren: België, provincies,
gemeenten, zijn er nu minstens vijf: de Gewesten/Gemeenschappen en de
Europese Unie kwamen er bij. Brussel heeft zelfs met acht verschillende
beslissingscentra te maken (Europa, België, Brussel, 3
gemeenschapscommissies, arrondissement, gemeente). Er is een Brusselse
regering met 5 ministers en drie staatssecretarissen. In het Brussels
parlement zetelen 89 leden. Er bestaat ook nog het bestuurlijk
arrondissement Brussel-Hoofdstad (verkeerdelijk 'provincie' genoemd
door Eppink), het enige arrondissement met een gouverneur en een
vice-goeverneur. En dan nog eens 19 gemeenten in Brussel met alles erop
en eraan, en zeventien (!!) regionale en pararegionale instellingen.
Dat alles voor een stad met slechts dubbel zoveel inwoners als
Antwerpen. Een drastische vereenvoudiging dringt zich hier dus op om de
kosten van de administratie fors naar beneden te halen en voor een
efficiënter bestuur dat beter beantwoordt aan de noden van de huidige
inwoners van Brussel
Brusselse inwoners ongelijk behandeld
Door de overdracht van bevoegdheden van het federale niveau naar de
Franse en Vlaamse Gemeenschap in de Belgische context ontstaat er in
Brussel steeds meer een verschil in behandeling tussen de bewoners van
Brussel, die moeten kiezen tussen ‘Vlaming’ of ‘Franstalige’, terwijl
die keuze volledig haaks staat op de samenstelling van de bevolking,
die niet meer beantwoordt aan deze scheidingslijnen (ook de van
oorsprong ‘Franstalige Belg’ is er een minderheid geworden). Hoe meer
bevoegdheden overgedragen worden aan de huidige Gemeenschappen, hoe
meer die discriminatie tussen de bewoners in Brussel zal toenemen. Die
onaangepaste breuklijn loopt door alle culturele instellingen, scholen,
gemeenschapscentra, kinderopvang en welzijnsinstellingen. Door de
ontwikkeling tot cosmopolitische smeltkroes heeft het kleine Brussels
Hoofdstedelijk Gewest vandaag als een gewest, met alleen de
'grondgebiedgerelateerde' bevoegdheden, eigenlijk de volledig verkeerde
bevoegdheden: waar stedenbouw, transport e.d. in een grotere ruimte
moeten bekeken worden, mist Brussel juist de bevoegdheden om zijn
burgers te bedienen met ‘persoonsgebonden’ diensten, een aagepast twee-
of meertalig onderwijs als een voorbeeld. Die groeiende discriminatie
moet opgeheven worden door een rationalisatie van het bestuur, dat over
gemeenschapsbevoegdheden moet beschikken.
Reorganisatie en rationalisatie
De huidige 19 gemeenten fusioneren tot één stad Brussel, met één
bestuur en eventueel districtsraden zoals in Antwerpen, en opname van
de 17 regionale en pararegionale instellingen in de diensten van de
stad. Ook het bestuurlijk arrondissement Brussel-Hoofdstad wordt
geïntegreerd in het bestuur van Brussel. Brussel moet het met minder
dan de huidige 89 volksvertegenwoordigers kunnen stellen (1 op 11.200
inwoners!), die dan (een zestigtal) gemeenteraadsleden worden, en
zonder ministers. VGC, COCOF en GGC worden afgeschaft, en hun taken
overgenomen door het bestuur van Brussel. Brussel beschikt zo over alle
bevoegdheden om zijn eigen culturele en persoonsgebonden
aangelegenheden te regelen binnen het tweetalig (of eventueel
drietalig, met Engels) bestuur van de stad. Londen en Parijs hebben
geen 5 ministers en 3 staatssecretarissen zoals het Brussels Gewest,
zelfs geen een, en deze wereldsteden, tevens hoofdsteden, worden geleid
door een ‘simpele’ burgemeester. Het heet dan ook niet meer Brussels
Gewest, maar Stad Brussel, of kortweg Brussel. Zoals Londen, Parijs,
Berlijn. Deze miljoenensteden hebben ook genoeg aan hun naam. Er moeten
natuurlijk voldoende garanties zijn dat de Vlamingen door hun
stadsbestuur niet gediscrimineerd worden. De subnationaliteit
verdwijnt, en hiermee ook de gegarandeerde mandaten van de Vlamingen in
het Brussels bestuur. De Vlamingen moeten zich zoals vandaag kunnen
ontplooien in hun stad, maar dat is een zaak die in wetgeving moet
verankerd worden, niet in een kluwen van instellingen,
blokkeringsmechanismen en in veel meer politieke mandaten dan waar ze
volgens hun aantal recht op hebben. Er zijn in Brussel zeker voldoende
denkgroepen die daar zinnige voorstellen kunnen over doen, zoals Aula
Magna, bruXsel forum, Manifesto en Brussels Studies. België bestaat dan
uit een Waals (annex Duitse Gemeenschap) en Vlaams gewest, en zijn
hoofdSTAD Brussel. Er hoeft geen debat meer voor of tegen een
‘Wallonie-Bruxelles’: de Gemeenschappen worden geïntegreerd in de twee
gewesten en de stad Brussel krijgt een eigen, aangepast statuut.
Er kan nog meer
Brussel ruilt met Vlaanderen een deel van zijn Gewestbevoegdheden, voor
alle Gemeenschapsbevoegdheden. Dan hoeft Brussel zich niet meer bezig
te houden met het opstellen van een hoop decreten. Brussel is dan ook
de moeilijk uitvoerbare taak kwijt de meeste Europese regels in
regionale wetgeving te moeten omzetten, gezien de meeste dan voor haar
door het Vlaams Gewest omgezet worden. Brussel is in de eerste plaats
een stad, en geen land, zelfs geen gewest. Het maakt geografisch en
economisch integraal deel uit van een groter gebied. Niemand trekt dat
nog in twijfel. Daarom kan Vlaanderen beter een deel van de
gebiedsgebonden materies overnemen. Door een dergelijke overdracht
wordt Brussel ontlast van opdrachten die voor haar een maatje te groot
zijn. Er bestaat een vergelijkbare situatie van de Duitstalige
Gemeenschap tegenover het Waals Gewest, waar een deel van de
gewestbevoegdheden bij het Waals gewest gebleven zijn, maar een deel
ook overgedragen werden aan de Duitse Gemeenschap. Net als eender welke
stad of gemeente in België, behoudt de stad Brussel alle lokale
bevoegdheden en kan ze regels opstellen voor lokale aangelegenheden,
een politiereglement, ruimtelijke plannen maken, stedenbouwkundige en
andere vergunningen afleveren, enz. Ze kan dan op dat vlak even veel
als Antwerpen bijvoorbeeld, ook haar haven beheren.
Door de overdracht van (nader te bepalen) gewestelijke bevoegdheden
van Brussel aan het Vlaams Gewest is er geen nood meer aan alweer
nieuwe, bijkomende overlegstructuren, naar het voorbeeld van een
Eurometropool (Rijsel-Kortrijk-Doornik, ook al eens ‘stadsgewest’
genoemd), zoals Verhofstadt begin dat jaar voorstelde, gezien de
bevoegdheden duidelijk zijn binnen het Vlaams Gewest en Brussel. Inzake
ruimtelijke ordening, gemeenschappelijk vervoer, wegenaanleg, enz.. kan
een gecoördineerde politiek ontwikkeld worden door de bevoegde
overheid, voor Brussel en het omliggende Vlaanderen, zonder bijkomende
structuren. De MIVB en De Lijn kunnen samensmelten en voor een
geïntegreerd aanbod zorgen, wat alleen maar goed kan zijn voor iedereen
in en rond Brussel.
Laat de Brusselaars beslissen
Het is duidelijk dat een dergelijk voorstel niet alleen op enorm
protest zal onthaald worden door partijen als het FDF, maar door de
hele Brusselse politieke klasse, wanneer het op de afschaffing van
ministerkabinetten en lokale machtsbastions gaat. De Brusselaars hebben
wel recht op een beter bestuur dan het kluwen en het 'Mexicaanse leger'
van vandaag: aan hen om hiervoor op te komen.
De Brusselaars zouden zich in een referendum moeten kunnen uitspreken over:
1) een fusie van alle bestuursniveau's die zich met Brussel bezig houden
2) een ruil van een deel van Gewestmateries met alle
Gemeenschapsmateries, met Vlaanderen. Het zou mij verbazen wanneer er
geen massale meerderheid het hier geformuleerd voorstel goedkeurt. In
het Brussels Gewest heeft 56% van de bevolking buitenlandse roots en
geen Belgo-Belgische referenties. Meer dan een kwart heeft geen
Belgische nationaliteit. Veel kans dat ze voor een efficiënte oplossing
kiezen, omdat ze aan die dure postjesverdeling geen boodschap hebben,
en waarbij ze voor de valse keuze gesteld worden te kiezen voor
'Vlaming' of 'Franstalige', of voor een FDF-scenario van ophitsing en
eisen tot koloniale uitbreiding van 'la Francophonie'?
Men kan ook nog de volgende alternatieven voorstellen:
- een gelijkaardige ruiloplossing waarbij Brussel gedeeltelijk behoort tot het Waals Gewest, of
- Brussel als volledig derde gewest met alle gewest- en gemeenschapsbevoegdheden, of
- een status-quo.
Dit voorstel is een onderdeel van een ruimer voorstel tot
rationalisatie en efficiëntieverbetering van alle Belgische overheden,
op alle niveau's. Dat wordt nu voorbereid, ook wat de verhouding van de
Brusselse kiezer tot het Vlaams Gewest betreft, de
faciliteitengemeenten, en andere hete politieke hangijzers. Zodra het
klaar is zal het voorgesteld worden in een "Witboek België:
democratischer en efficiënter".
It's not the corridor, stupid
Ph. Van den Abeele op http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/250
Le
Soir publiceerde een plannetje van een corridor, waarschijnlijk alleen
om hem te kunnen afvoeren. De kern van de boodschap van de FDF-krant Le
Soir aan de Franstalige politici: laat dat met beuken begroeide
gangetje vallen en onderhandel, "zonder uiteraard de faciliteiten op te
geven", over waar het echt om gaat: "een mature confederatie, bestaande
uit drie geëmancipeerde regio's, een confederaal België met 1 Vlaams in
het Noorden en 2 volwaardige Franstalige Gewesten in het Zuiden".
Daarmee eisen de Franstaligen meer dan wat ze ooit in het huidige
België kregen: op alles, maar dan ook alles, een veto- of
blokkeringsmogelijkheid. Dat is wat blijkt uit het editoriaal van Le
Soir van 16 juni.
Le Soir publiceerde in zijn laatste weekeindeditie twee kaartjes met
een corridor tussen Brussel en Wallonië, zogenaamd het 'minimum
minimorum' bij onderhandelingen met de Vlamingen. Naast 'uiteraard' de
door Le Soir steeds herhaalde gebedsmolen van eisen, zoals stemrecht in
Brussel voor de Franstaligen in Vlaanderen bij de splitsing van BHV,
garantie op permanente faciliteiten, de benoeming van drie
burgemeesters, uitbreiding van Brussel, enz.. De Standaard publiceerde
(toevallig of niet) diezelfde dag een stukje over 'de corridor'.
Journalist Steven Samyn: "Net zoals Bill Clinton in 1992 de
verkiezingsstrijd tegen George Bush senior introk met de slogan 'It's
the economy, stupid', trekken de Franstaligen vandaag naar de
onderhandelingstafel met de boodschap 'It's the corridor, stupid'.
Het idee is in Vlaanderen, terecht, decennialang van tafel geveegd als
onbespreekbaar. Maar misschien is het tijd om out-of-the-box te denken.
Het voorstel Brussel uit te breiden in ruil voor een splitsing van BHV
is te gek voor woorden. Maar wat als de 'geen morzel grond'-doctrine
zou worden opgegeven in ruil voor de overheveling van echte hefbomen
naar de regio's en een definitieve oplossing voor de
faciliteitengemeenten en BHV? Is de vraag stellen of een stuk
Zoniënwoud een te hoge prijs is, vloeken in de Vlaamse kerk? Op de
Franstalige partijhoofdkwartieren worden de scenario's in elk geval
niet weggelachen.... Het alternatief is die andere oplossing: het einde
van België. Dat laatste wordt aan de overkant van de taalgrens
omschreven als het worstcasescenario. Opmerkelijk, want de Franstaligen
gedragen zich steeds meer als bedrijfsleiders van de NV België die
zeggen dat ze een toekomst zoeken voor hun onderneming in
moeilijkheden, terwijl ze in hun achterhoofd aan het rekenen zijn wat
ze bij een faillissement uit de brand kunnen slepen. Of worden de
corridorscenario's alleen uitgewerkt om te verbergen dat ze op de
Franstalige hoofdkwartieren hoegenaamd geen idee hebben waar het land
naartoe moet? Is het echt 'the corridor, studip' of gewoon 'the stupid corridor'."
Het is noch 'the corridor, studip', noch 'the stupid corridor'. Wel: 'it's not the corridor, stupid'.
De bij het FDF aanleunende Le Soir heeft een perspectief op langere
termijn voor ogen, waarbij die corridor geen enkel belang heeft. Als ze
op de Franstalige hoofdkwartieren zogenaamd volgens Samyn "geen idee
hebben waar het land naartoe moet", dan heeft Le Soir in elk geval een
duidelijk idee. Zoals op de blog van Le Soir te lezen was, reageerden
enkele lezers met de bedenking dat het kaartje publiceren, terwijl men
er bij vermeldde dat dat het 'minimum minimorum' was, wel een erg domme
onderhandelingstaktiek was, want "men geeft toch niet al voor de
onderhandelingen alles uit handen". Het was volgens ons heel
waarschijnlijk juist de bedoeling van de krant om die piste van een
corridor af te kunnen voeren. De krant komt er maandag nog in een
artikel op terug, met het bericht dat dat soort kaartjes wel degelijk
op tafel gelegen heeft tijdens onderhandelingen, vandaag en in 2007.
Maar, zegt Le Soir, de Franstalige partijen hebben op onze kaartjes
gereageerd door nogmaals hun eis te verduidelijken dat ze pleiten voor
een uitbreiding van het Brussels Gewest, voorafgaandelijk aan elke
echte onderhandeling met de Vlamingen. Zo heeft Le Soir ze waar hij ze
hebben wil: de kaartjes zijn een gelegenheid om de Franstalige politici
te waarschuwen dat ze zich niet moeten bezig houden met een dergelijke
nonsens als enkele kilometer bos, die ze nooit zullen krijgen, maar dat
ze hun aandacht beter richten op de essentiële zaken. Luc Delfosse
maakt dat in zijn editoriaal van maandag 16.06, in zijn gebruikelijke
barokke en dubbelzinnige stijl, wel heel duidelijk. De corridor is een
'echte valse eis', een 'uitdagend argument' tegen de 'cynische Vlaamse
herderin', voor een doorgang die er nooit zal komen. Hij spelt de
Franstalige politici de les: hou u niet bezig met een onwaarschijnlijke
corridor van beukenbomen: ga, "zonder uiteraard de faciliteiten op te
geven", onderhandelen over "een mature confederatie, bestaande uit drie
geëmancipeerde regio's. In het Zuiden, plaats voor twee regio's op voet
van gelijkheid: Wallonië en Brussel. Beide beheren samen de
interfrancofone solidariteit binnen een culturele gemeenschap..die zich
niets aantrekt van grenzen.." Kan het duidelijker: It's not the corridor, stupid. Daarmee
eisen de Franstaligen meer dan wat ze ooit in het huidige België
kregen: op alles, maar dan ook alles, een veto- of
blokkeringsmogelijkheid (*). (Zie het volledig editoriaal onder de rubriek Kort Gezegd; 16.06.08 De zeer verbazende corridor van Waterloo)
(*) Als Le Soir en confederatie ziet zoals ze als hierna
gedefinieerd is, krijgen ze inderdaad bij de ontmanteling van een
federaal België blokkeringsmogelijkheden zoals nooit te voren: volgens
de definitie van L. Favoeu, et al., (Droit constitutionnel, Dalloz, 4e
uitgave, 2001, p.369.) is een confederatie “een associatie van autonome
staten die haar oorsprong vindt in een internationaal verdrag, niet in
een grondwet, zij het dat in een later stadium een grondwet kan worden
vastgesteld. In een confederaal systeem behoudt elke deelnemende staat
zijn volle soevereiniteit hetgeen impliceert dat beslissingen bij
unanimiteit moeten worden genomen - en elke staat dus een vetorecht
heeft – en, bovendien, dat de vastgestelde regelen niet onmiddellijk
doorwerken in de interne rechtsorde van de Staten maar door hen moet
worden “gerecipieerd”. De soevereiniteit van de Staten wordt overigens
in die mate geëerbiedigd dat elk van hen de confederatie kan verlaten
wanneer hem dat schikt.”
Un projet con-fédéral
Ph. Van den Abeele op http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/263
Franstalige
partijen pleiten voor een confederaal België. Een confederatie bestaat
eigenlijk uit onafhankelijke staten, maar dat is juist wat ze NIET
willen. Ze willen België 'redden' door het 'confederaal' te maken, maar
dan wel met behoud van alle geldstromen, en met 1 Vlaamse tegen 2
Franse regio's. Dat is wat nu ook Denis Ducarme (MR) voorstelt, in
navolging van Moureaux (PS). Moeten de Vlaamse onderhandelaars, door
Ducarme uitgemaakt als politici die hun cultureel nationalisme willen
opleggen, nu niet eerder een voorstel op tafel leggen voor een echte
confederatie? Voor Vlaanderen, inclusief Brussel.. Dan worden onze
'landgenoten' misschien wakker uit hun 2 eeuwen misprijzen voor de
Vlamingen, en is België nog te redden?
Philippe Moureaux verkondigde zijn confederaal project het laatst in Le Soir van 18 juni. (Wie het nog eens wil nalezen, zie het artikel hierover: "15 juli: of begint de vereffening van België al eerder?" Hier ... ).
Dat was niet de eerste keer dat hij het daarover had. Begin dit jaar
had hij in een interview voor het weekblad Le Vif al verklaard dat men
moet aanvaarden heel ver te gaan met het federalisme. Toen maakte hij
nog de opmerking "Les Flamands nomment cela le confédéralisme. C'est un
usage impropre: le confédéralisme est l'union d'Etats indépendants.
Mais soit..". Eenmaal men het confederalistisch tijdperk zou
binnentreden zouden nieuwe hervormingen slechts mogelijk zijn met een
meerderheid van drie vierden. Nog sterkere Franstalige veto's dus.
Begin november was Reynders hem al voor in het gebruik van de term
'confederatie', met de vaststelling, tijdens een interview met Le
Monde, dat België nu reeds volgens de confederale logica werkt: "La
logique à l'oeuvre en Belgique est celle d'une confédération."
Dat de term 'confederalisme', toegepast op België, uit Vlaanderen
komt, daar heeft Moureaux een punt. Het was de toenmalige Vlaamse
minister-president Luc Van den Brande die, middenin de onderhandelingen
voor het Sint-Michielsakkoord in 1993 (dat van de ecotaks..),
voorstelde nog veel verder te gaan, en België een confederaal land
moest worden. Nu is Van den Brande niet bekend voor duidelijk
woordgebruik, maar het begrip was meteen een 'hot item' in politiek
België. Hij werd er toen zelfs nog op het matje voor geroepen door
koning Boudewijn. In een opiniestuk op 12 januari 2007 in De Standaard
is hij nog eens op zijn confederalisme terug gekomen: "Een confederale
staatsopbouw dringt zich dus op. Toen ik dat in 1993 zei, brak er een
storm los. Maar na verloop van jaren is het voor velen dé optie
geworden. Het is zeker ook het partijstandpunt van CD&V. Ik ken de
- formeel juiste - bezwaren van constitutionalisten, die stellen dat
slechts afzonderlijke staten samen een confederatie kunnen vormen. Ik
heb altijd gezegd dat een begrippenstrijd weinig nut heeft. Sommigen
schijnen het niet juist te (willen) begrijpen. Laat het mij zeggen
zoals het is. Het gaat erom het zwaartepunt van de bevoegdheden, met
inbegrip van de fiscale en financiële verantwoordelijkheid en de
belangrijkste sociaal-economische hefbomen over te hevelen van de
federale overheid naar de twee deelstaten. De Duitstalige Gemeenschap
én Brussel, onze hoofdstad, houden een speciaal statuut; de indeling
van het land in vier taalgebieden blijft ook. De confederale
instellingen moeten hiervan een afspiegeling zijn. Het confederale
parlement en de confederale regering moeten met hun bevoegdheden het
beleid van de deelstaten ondersteunen en versterken. Vanzelfsprekend is
dit een ingrijpende hervorming, waarbij men doordringt tot belangrijke
elementen van de statelijke bevoegdheden. Na de autonomie op cultureel
en regionaal-economisch vlak, leiden financiële en sociaal-economische
autonomie tot politieke autonomie van de deelstaten in de Belgische
confederatie...".
Van den Brande had dus, als hij juist taalgebruik wil bevorderen, beter
gesproken van een verdere voltooiing van België als federale staat (Zie b.v. het artikel: "Walter van Gerven: voltooi de staatshervorming van België tot een federale staat", hier .... ). Maar goed, het verkeerd gebruik van de contradictio in terminis 'confederaal België' heeft nu ook bij onze Franstalige landgenoten grote aanhangers gevonden.
Franstaligen en confederalisme
In deze context is een zakelijk en analyserend artikel in Le Soir van
24 juni '08 zeer interessant. Het is geschreven door Vincent de
Coorebyter, algemeen directeur van het Crisp (Centre de recherche et
d’information socio-politiques - Centrum voor socio-politiek onderzoek
en informatie, een Franstalig Belgisch onderzoekscentrum dat zich
toelegt op de studie van de politieke besluitvorming in Belgisch en in
Europees verband). Als 'observator' wil hij terugkomen op het begrip
'confederatie' dat Moureaux de week daarvoor gebruikte. Uiteraard is
volgens hem een confederale staat een onmogelijke constructie, en
bestaat er geen gradueel verschil tussen een federale staat en een
confederatie, maar zijn ze van een verschillende aard. "Moureaux
gebruikt dus 'een confederale basis' voor België als een metafoor".
Echter, en dan komt het betoog van de Coorebyter, België heeft wel
verschillende kenmerken van een confederatie die er een atypisch land
van maken.
Eerste confederaal kenmerk: volledige autonomie van de deelgebieden om
hun bevoegdheden uit te oefenen, geen interventierecht van het federaal
niveau, enz.. De conflicten die ontstaan tussen de entiteiten zijn
daardoor voornamelijk belangenconflicten (taalgebruik, vliegroutes
e.d.), eerder dan bevoegdheidconflicten.
Tweede confederaal kenmerk: de bijna onbestaande directe band tussen de
burger en het hoogste machtsniveau. België kiest voor een nationale
Kamer en Senaat, maar we kiezen alleen uit kandidaten uit de eigen
gemeenschap.
Derde confederaal kenmerk: de verplichting om bij vele wetten een
meerderheid te vinden in de twee taalgroepen. In een confederatie
bestaat er een echt veto, hier moet er wel niet voor alles, maar toch
voor veel zaken een akkoord gevonden worden in beide taalgroepen in het
Federaal en het Brussels parlement en in de paritair samengestelde
ministerraad. (Ik geef slechts heel kort enkele van zijn argumenten aan die hij veel verder uitwerkt.)
Dus zijn we volgens hem, toch zeker bij de Franstaligen, in de geest
dichtbij een vetorecht. ('Dans l'esprit, nous sommes proches d'un droit
de veto'.) En daarom hebben de Franstaligen de eenzijdige Vlaamse
stemming over BHV in de Commissie op 7 november zo slecht beleefd. (Kom
ik straks afzonderlijk nog even op terug.).
Moreaux voegt daar volgens hem nu een vierde confederaal kenmerk aan
toe: door een ruime transfert van bevoegdheden naar de deelgebieden
zouden er op federaal gebied niet veel overblijven, zoals in een
confederatie. Twee van de drie bestaande confederale kenmerken komen
niet van de Vlamingen, het zijn de Franstaligen die ze gevraagd hebben
om de Franstalige minderheid te beschermen tegen een numerieke Vlaamse
meerderheid. De confederale kenmerken zijn dus zeker niet alleen van
Vlaamse inspiratie.. (Verder
citeren zou ons te ver brengen. Wie zich gratis inschrijft op de
website van Le Soir kan daar het hele artikel lezen: 'La Belgique
(con)fédérale').
Nog even zoals beloofd terug naar de eenzijdige Vlaamse stemming over
BHV. Daarover schreef 'observator' Coorebyter een artikel in Le Soir
van 13 november '07. "Sinds een week spreekt men veel over 'la rupture
du pacte belge'... Men moet eerst onderstrepen dat het niet de eerste
keer is dat een taalgemeenschap haar gezichtspunt oplegt. Bij het
ontstaan van de staat en gedurende vele decennia, was de dominantie van
de ene taal op de andere zelfs de regel. Het politieke leven was het
voorrecht van de Franstaligen.. Men moet tot 1863 wachten tot een
volksvertegenwoordiger de eed in het Nederlands aflegt, en tot 1868 om
een eerste Volksvertegenwoordiger Nederlands te horen gebruiken in de
Kamer. De Franstaligen die deze 'première' in verband met de
BHV-stemming aan de kaak stellen vergeten de historische achtergrond
van het taalconflict in België, maar het blijft levend in het Vlaams
geheugen... Bovendien is die stemming geen breuk van het federalisme,
noch een stap naar confederalisme. Net het omgekeerd heeft zich
voorgedaan: die stemming heeft bepaalde confederale kenmerken van het
Belgisch politiek systeem uitgedaagd die de Franstaligen beschermen.
.." (Op de website van Le Soir kan men het hele artikel lezen 'Variations: le confédéralisme des francophones')
Het Franstalig confederaal project
Terug naar het confederaal project van de Franstaligen vandaag. Nog Le
Soir, 24 januari '08. Een zekere Henry Tulkens, professor economie en
overheidsfinanciën aan de UCL schrijft een pleidooi voor
confederalisme, democratie en over 'le droit du sol'. Hij betreurt
daarin dat de stemming over BHV volgens de huidige federale wetgeving
met een gewone meerderheid kan gebeuren. Het vetorecht van de
Franstaligen zou dus fors moeten uitgebreid worden. In zijn
confederalisme wordt Brussel ook fors uitgebreid, wordt het een
volwaardig gewest, met grenzen die overeenkomen met zijn 'echte'
stedelijke grenzen, naar het voorbeeld van de 'communauté urbaine' van
Rijsel. (dit 'groter Rijsel' omvat 85 gemeenten.. De vergelijking is
voor Tulkens verlokkelijk natuurlijk). De Brusselaars mogen niet
gedikteerd worden door verkozenen uit Ieper, Gent of Mons die zeggen
wat ze al of niet mogen doen. Klap op de vuurpijl: "het probleem van de
bewoners rond Brussel is niet dat ze 'behoren' tot een Vlaamse of
Franstalige gemeenschap. Het probleem ligt in het feit een eentalig
territorium op te leggen aan mensen die eerder tweetaligheid wensen. De
hele situatie is dus niet democratisch en discriminerend." Men moet maar durven zo liegen.. Tot slot natuurlijk nog moet het een confederatie zijn "waar de welstand in geen van de drie gewesten daalt."... (Het volledig artikel heeft de titel 'Confédéralisme, démocratie et droit du sol').
Laatste in de rij: een opiniestuk van Denis Ducarme (MR) in Le Soir van
24 juni '08, onder de titel 'Portons le projet confédéral'. (grote uittreksels hieronder),
waarin hij pleit voor een confederaal België. Ducarme is sinds 5 juni
2003 liberaal volksvertegenwoordiger (MR) voor de kieskring Henegouwen.
Eind vorig jaar had hij al geklaagd dat de stemming van de splitsing
van BHV in de Kamercommissie de eersteklas begrafenis van 'notre
fédéralisme' betekende, en we in het tijdperk aangekomen zijn van de
Vlaamse diktaten. Het gaat Ducarme niet om een confederatie van
onafhankelijke staten ("Les francophones n’ont aucune plus-value à espérer de la scission de la Belgique"),
maar integendeel "om een project dat de solidariteit moet garanderen en
België redden."... Ducarme: "Een nieuwe politiek generatie heeft het
roer in handen genomen in Vlaanderen en wil zijn cultureel nationalisme
opleggen... De Franstaligen moeten terug het initiatief nemen en snel
hun eigen tijdslijn uitzetten, hun eigen confederaal project bedenken
en dragen, een Belgisch Franstalig confederaal project dat Brussel en
Wallonië verenigt naast en tegenover Vlaanderen. Een confederatie om de
nuttige solidariteit te garanderen en België te redden." (dus: België
redden = de transferts redden, door 'nuttige solidariteit'... Moureaux:
"België interesseert ons niet meer als de interpersoonlijke
solidariteit wordt afgeschaft". Zoveel is België hem waard..). Het
besluit van de schrijver: "la Belgique sera confédérale ou ne sera
plus." Men zou in het Frans kunnen zeggen: un projet con-fédéral d'un
con-patriote...
Onderhandelen?
Het wordt dus steeds meer oorlogstaal: 2 tegen 1, een corridor
door vijandig gebied, Brussel ligt gekneld in een enclave, Franstaligen
moeten in meer dan BHV faciliteiten krijgen, zich verenigen tegen de
Vlaamse diktaten, de veto's moeten verhoogd worden tot liefst elk
onderwerp, de transferts moeten eeuwig op het huidig niveau doorgaan,
enz. enz.. Vraag aan de Vlaamse politici: wat valt daar nog te
onderhandelen, als u alweer uitgemaakt wordt voor rotte vis, dit keer
dat wij hen een cultureel nationalisme willen opleggen? Wordt niet
stilaan de enige mogelijkheid: leg uw eisen op tafel voor een echte
confederatie? Voor een zelfstandig Vlaanderen, maar wel inclusief
Brussel.. Dan pas worden ze wellicht wakker uit hun bijna twee eeuwen
durende misprijzen voor de Vlamingen? Wellicht is dat de enige
mogelijkheid om België te redden, en kan er dan gepraat worden over de
voltooiing van België tot een volwaardige federale staat? Er is daar
slechts één enkele voorwaarde aan verbonden, meer niet: de Franstalige
politici moeten vrede willen sluiten, en hun expansieplannen inpakken.
Is dat dan voor hen zo moeilijk?
Franstalige 'geostrategie'
Ph. Van den Abeele op http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/234
De
opstelling van de Franstalige politici verschuift van de verdediging
van indivuele rechten van de Franstaligen in BHV naar een uitbreiding
van hun territorium. Hun steeds hogere eisen worden alsmaar minder
aanvaardbaar voor de Vlamingen. Een stemming van de splitsing van BHV
is dan nagenoeg niet meer te vermijden. Als de regering door een
Franstalig veto die wet dan niet bekrachtigt, is het einde van het
federale België in zicht. Zullen ze zover gaan? Aan de Vlamingen om het
uit te testen: stem de splitsing, 'onverwijld'..
We schreven hier eerder dat er een nieuwe argumentatie ontwikkeld
werd bij de Franstalige landgenoten om zich te verzetten tegen de
splitsing van BHV. De Waalse constitutionalist Christian Behrendt
(Universiteit van Luik) betoogde in een artikel in Le Soir van 30 april
'08 dat in het internationale recht het principe zou gelden dat,
wanneer een deel van een staat zich onafhankelijk verklaart, de grenzen
zoals die bestonden vóór de afsplitsing zoveel mogelijk moeten worden
gerespecteerd. Zolang BHV niet is gesplitst, kan er vanuit
internationaal-rechtelijk perspectief betwisting bestaan over de vraag
wat nu precies de grens is van Vlaanderen. De taalgrens wordt immers
doorkruist door de electorale grens op basis waarvan Halle-Vilvoorde
bij Brussel hoort. Vanuit 'geopolitiek' oogpunt hebben de Franstaligen
er volgens Christian Behrendt dus alle belang bij om BHV niet te
splitsen, tenzij het Brusselse Gewest wordt uitgebreid. In zijn ogen is
BHV voor de Franstaligen een ontzettend kostbare diamant. Als ze die al
zouden willen verkopen, dan moeten ze er een zeer hoge prijs voor
vragen. (Zie het artikel hier...)
Een dergelijke redenering werd meteen overgenomen door La Libre
Belgique. Deze krant geeft toe (08.05.08) dat het kiesarrondissement
objectief gezien een anomalie is in het institutionele landschap, en
het enige gevolg van de splitsing zou zijn dat de Franstaligen in
Vlaams-Brabant niet meer op Brusselse kandidaten zouden kunnen stemmen,
maar wel nog op Franstalige Brabantse kandidaten. "C'est tout ? A
priori, oui." Maar.. er zijn natuurlijk andere redenen om niet toe te
geven, ondermeer dat... als BHV gesplitst wordt, bij een
onafhankelijkheid van Vlaanderen de taalgrens de staatsgrens zou
worden, zonder enig verhaal voor de Franstaligen in Vlaanderen om die
in vraag te stellen.
Jacques Autenne, hoogleraar aan de UCL en de Koninklijke Militaire
School, lanceerde in La Libre Belgique (21.05.08) een ander
'geostrategisch' voorstel om de BHV-kwestie op te lossen (gedeeltelijk
overgenomen in DS 22 mei). De Franstaligen zouden moeten kunnen
instemmen met de splitsing van het arrondissement, mits de Franstaligen
nog (een niet nader bepaalde tijd) het recht zouden behouden om een
beroep te kunnen doen op Franstalige rechtbanken. Dat is echter niet
zijn enige eis: in ruil voor de splitsing zou Vlaanderen alle auto-,
water, en spoorwegen moeten afstaan die Brussel met Wallonië verbinden.
Hij noemt ook namen: de autosnelweg naar Namen, de Waterloosesteenweg,
de Terhulpsesteenweg tot aan Groenendaal, eventueel zelfs de verbinding
via Halle om naar Doornik te rijden. Hij vergelijkt zijn voorstel met
de autosnelweg en de luchtcorridor die West-Berlijn verbond met
West-Duitsland over Oost-Duits grondgebied. Op die manier zou
Vlaanderen geen territorium verliezen, maar krijgen de Franstaligen een
'fysieke verbinding' tussen Brussel en Wallonië.
Olivier Maingain maakt nu deze 'geopolitieke' argumentatie tot de
zijne. In een interview met Le Soir (17.05.08) laat hij geen twijfel
bestaan over de uitbreidingseis: "de Franstaligen die de splitsing van
BHV aanvaarden zonder een uitbreiding van Brussel, nemen een zware
historische verantwoordelijk op zich: ze zouden onherroepelijk Brussel
in Vlaanderen plaatsen, en het separatisme in Vlaanderen natuurlijk
niet verhinderen, maar juist versnellen. De splitsing zonder
uitbreiding van Brussel is totaal uitgesloten. De Franstaligen moeten
aan de toekomst denken, nadenken in termen van territorium, van
toekomstige grenzen, anders zullen ze gestrikt worden."
Dit 'geostrategisch' discours wordt nu ook door Di Rupo overgenomen.
In een interview met Le Soir (26.05.08) legt hij dat uit: "Als de
Vlamingen hun eis van de splitsing van BHV handhaven, zal ze niet
zomaar doorgaan. De Franstaligen hebben geostrategische redenen.
Ziehier mijn redenering. De Franstaligen rond Brussel hebben drie
soorten persoonsgebonden rechten: een kiesrecht, dat het hen mogelijk
maakt op Brusselse personaliteiten te stemmen; ze kunnen in het Frans
terecht bij justitie; en ten slotte zijn er de faciliteiten in zes
gemeenten. Die drie rechten vormen als het ware bruggen, die de
taalgrens overbruggen, wat betekent dat deze geen staatsgrens is. De
hele strategie van de Vlaamse politieke verantwoordelijken bestaat erin
die bruggen een na een te laten springen, om Brussel in Vlaanderen te
isoleren, en de taalgrens te bevestigen als een potentiële staatsgrens.
Dit schema willen we niet. Het zal niet doorgaan. En als Vlaanderen de
stap zet naar autonomie zal ons antwoord zijn Brussel en Wallonië te
verenigen. We zullen dan uiteraard wel een oplossing vinden voor de
Vlaamse minderheid van ongeveer 100.000 personen in Brussel. Ons kader
wordt dan een Franstalige federatie."
Volgens policoloog Bart Maddens (in een opiniestuk in DS 24.05.08)
is het op het eerste gezicht niet zo evident dat de Franstaligen zich
mordicus tegen de splitsing verzetten. "Nuchter bekeken staat er voor
hen niet zo heel veel op het spel in BHV. Dat zij zich met hand en tand
verzetten tegen een splitsing van de sociale zekerheid is gemakkelijk
te begrijpen, want hier is de welvaart van honderdduizenden Walen in
het geding.... Ook als BHV wordt gesplitst, zullen de Franssprekenden
in de rand normaal gezien een eigen vertegenwoordiging hebben in de
Kamer. Van een inbreuk op een fundamenteel democratisch grondrecht is
hier met andere woorden geen sprake. Hooguit riskeren de Franstalige
partijen een paar tienduizenden stemmen te verliezen. Leuk is
natuurlijk anders, maar is dat de moeite om het land op de rand van de
afgrond te brengen?" Het lijkt hem op het eerste gezicht bovendien
nogal twijfelachtig dat de grenzen tussen een toekomstige Vlaamse en
Waals-Brusselse staat mee zouden worden bepaald door de huidige
indeling in kieskringen, zoals Christian Behrendt beweert. "Wat er ook
van zij, het feit dat de Franstaligen dit soort argumenten gebruiken om
zich tegen de splitsing van BHV te verzetten is op zich veelzeggend.
Het bevestigt dat de splitsing van België voor hen een zeer reëel
toekomstperspectief is, dat nu al richtinggevend is voor hun politieke
handelen. De Franstaligen houden er kennelijk ook ernstig rekening mee
dat het door de RTBF opgeroepen spookbeeld van de wegblokkades aan de
taalgrens ooit werkelijkheid wordt. Maar de Franstaligen zien daar
duidelijk een reële bedreiging in. Het is precies om te vermijden dat
Brussel ooit een West-Berlijn-achtige enclave op vijandig Vlaams
grondgebied zou worden dat ze zoveel belang hechten aan het creëren van
een 'corridor' tussen Brussel en Wallonië. Een vergezochte en zelfs
lachwekkende vergelijking? Niet voor Jacques Autenne, die in alle ernst
verklaart dat zijn idee van een 'fysieke verbinding' mee is
geïnspireerd door de luchtbrug tussen West-Duitsland en West-Berlijn.
Bijgevolg zal hij ook wel de luchthaven van Zaventem in het vizier
hebben. Volgens deze geopolitieke logica is de sterke aanwezigheid van
Franstaligen in de rand weliswaar mooi meegenomen, maar in wezen niet
essentieel. Zelfs mochten Sint-Genesius-Rode of Zaventem volledig
Nederlandstalig zijn, dan nog zouden de Waals-Brusselse strategen er
een begerig oog op laten vallen. Mag het voorstel dan al vrij bizar en
wellicht moeilijk realiseerbaar zijn, het heeft wel de verdienste om
zeer duidelijk te maken waar het de Franstaligen écht om te doen is in
dit dossier."
Het betekent dat de eerder gehanteerde argumentatie van de vrijheid (van taal) voor het individu (die alleen maar in één richting in Vlaanderen mag werken natuurlijk)
versus het Vlaams territorialiteitsprincipe verlaten wordt, ten
voordele van eveneens een territorialiteitsprincipe. De 'verworven
rechten' van de Franstaligen in Vlaanderen worden niet meer met hand en
tand verdedigd; men laat ze desnoods vallen als er maar een uitbreiding
van het territorium mee verbonden is. Met de woorden van Bart Maddens:
"De Vlamingen hebben lang gedacht dat de Franstaligen gewoon blufpoker
speelden als ze een splitsing van BHV koppelden aan de uitbreiding van
Brussel. Het was enkel een manier om de prijs voor de splitsing wat op
te drijven. Als puntje bij paaltje kwam zouden ze wel vrede nemen met
wat meer centen voor Brussel, de benoeming van de drie burgemeesters en
in het slechtste geval een uitdovend inschrijvingsrecht in de
faciliteitengemeenten. Maar nu blijkt dat het de Franstaligen wel
degelijk menens is met die uitbreiding." En hij besluit met de
vaststelling dat deze opstelling betekent dat het probleem zo goed als
onoplosbaar is via onderhandelingen.
Blijft dan nog over, de stemming van de splitsing van BHV met een
gewone (in dit geval: Vlaamse) meerderheid in het parlement. We
schreven hier al eerder dat dit perfect legaal is, in het artikel 'BHV
gesplitst = België gesplitst?' (zie hier... ):
"Volgens het bestaande institutionele kader binnen die Belgische
consensusdemocratie is de splitsing van BHV geen zaak van een consensus
tussen een Vlaamse meerderheid en een Franstalige minderheid, maar kan
ze met een gewone meerderheid goedgekeurd worden, dus door de Vlamingen
alleen, ook als dat Franstalige politici niet bevalt. Dat zijn de
spelregels, niet alleen voor BHV, maar voor alle wetten die zonder
bijzondere meerderheid kunnen goedgekeurd worden. Wetten kunnen ook
door een coalitie waarin de Franstaligen zorgen voor een meerderheid,
met steun van minder dan de helft van de Vlaamse parlementsleden
goedgekeurd worden, ook als dat sommige Vlaamse partijen niet bevalt."
De grondwetgever van 1970 vond een aantal aangelegenheden zo belangrijk
voor het institutionele evenwicht in België, dat er enkel over kan
worden beslist met een meerderheid in de beide taalgroepen. Die lijst
is behoorlijk lang, maar de federale kieswetgeving is daar niet bij.
Hier gaat het dus over een zaak die volgens de grondwet niet hoeft te
worden geregeld via de besluitvormingsregels van de
pacificatiedemocratie, en waarover de Vlamingen dus niet vooraf hoeven
te onderhandelen met de Franstaligen. Tijdens de paarse regeringen zijn
een aantal wetten over vrij fundamentele ethische aangelegenheden door
een eenzijdige meerderheid opgelegd, tegen de katholieke minderheid in.
Dat was eveneens zo in 1990, toen er een vrijzinnige wisselmeerderheid
ontstond om de abortuswet goed te keuren. Wetten die volledig legaal
zijn goedgekeurd, ook door een parlementaire wisselmeerderheid, moet de
regering zonder meer bekrachtigen. Doet ze dat niet, dan zet ze de
democratie volledig buiten spel. Als de Franstalige ministers in de
regering weigeren de wet over de splitsing van BHV te bekrachtigen
nadat ze in het parlement is goedgekeurd, valt de regering. Als ze niet
van plan zijn die te bekrachtigen, zorgen ze er wellicht voor dat de
regering al valt voor de stemming. Dan volgt er helemaal geen stemming
meer, gezien het parlement ontbonden is. Als ze dit doen, betekent het
dat de Franstaligen gebruik maken van een nieuw soort veto, dat ze
desnoods kunnen gebruiken voor alle onderwerpen die niet aan een
speciale parlementaire meerderheid onderworpen zijn. Daarmee zetten ze
de principes van de federale rechtsstaat en van de spelregels
afgesproken in deze consensusdemocratie volledig buiten spel. Nog
afgezien van de juridische problemen die opduiken bij een nieuwe
verkiezing zonder splitsing. Zelfs als die volgens sommigen
overbrugbaar zouden zijn, toch blijft het feit dat de Franstaligen dan
een fundamentele stap gezet hebben van een federatie naar een
confederatie van afzonderlijke staten, waarbij elk altijd een vetorecht
kan hanteren. Met de woorden van Bart Maddens:"Geen enkele Vlaamse
politicus kan het zich veroorloven om akkoord te gaan met een
uitbreiding van Brussel. En de kans dat de Franstaligen BHV zullen
willen splitsen zonder die uitbreiding is kleiner dan ooit. Daarmee
lijkt de BHV-saga te zullen uitdraaien op een mooie self-fulfilling
prophecy: de Franstaligen doen zo moeilijk over BHV omdat ze rekening
houden met een mogelijke splitsing van België, maar precies daardoor
brengen ze die splitsing met sneltreinvaart dichterbij."
Als de Vlamingen in het parlement de splitsing goedkeuren,
respecteren ze de krijtlijnen het federaal Belgisch model. Als de
Franstaligen er zich tegen verzetten, zetten ze het voortbestaan van de
federatie op het spel. Zullen ze het zover laten komen? Een voorstel
aan de Vlaamse parlementsleden: zet de stemming op de agenda, en test
de federale loyaliliteit van de Franstaligen. Het respect van de
afgesproken principes om een democratische staat te laten functioneren
is volgens mij belangrijker dan het voortbestaan van België in zijn
huidige vorm. Voor mij mag België best blijven voortbestaan. Maar een
staat waar een minderheid om 'geostrategische' redenen de afgesproken
democratische regels buiten spel zet, heeft voor mij als democraat geen
reden meer van bestaan.
Toevoeging op 02.06.08: het wordt steeds meer 'geopolitiek':
- Het FDF hielden op 02.06.08 in Sint-Lambrechts-Woluwe, de
thuisbasis van voorzitter Olivier Maingain, een steunmeeting voor de
drie niet-benoemde burgemeesters van de faciliteitengemeenten
Linkebeek, Kraainem en Wezembeek-Oppem. Philippe Moureaux, voorzitter
van de Brusselse PS-federatie, had het over een 'eenzijdig
georchestreerde' manifestatie en vindt dat het FDF niet de juiste
strategie hanteert. 'In het belang van de Franstaligen in de Brusselse
rand moet je de problemen niet isoleren, maar moet je vastberaden en
zonder omwegen de uitbreiding van Brussel eisen', zegt hij.
- Laurette Onckelinckx in De Standaard van 30.05.08:
"Brussel-Halle-Vilvoorde gaat over: hebben Wallonië en Brussel al dan
niet een aparte toekomst? BHV gaat natuurlijk ook de verdediging van de
Franstaligen die in de Rand leven, maar dat is niet de kern van de
discussie." (Interviewer:
Met een formule als inschrijvingsrecht zouden de Franstaligen uit de
Rand nog kunnen stemmen voor iemand in Brussel.) "Wie in
Vlaanderen nog gelooft dat het daarover gaat, begrijpt niets van de
gevoeligheid van de francofonen. BHV is echt veel fundamenteler dan
dat. Dat maakt de discussie zeer moeilijk."
Een uitvoerig overzicht over de thematiek is te vinden in een
artikel van Matthias Storme van maandag 2 juni: 'De maskers vallen af:
het gaat (ook) om ordinaire gebiedsroof', op zijn website hier.... te lezen
Wat napraten over het corridortje
15 juli: of begint de vereffening van België al eerder?
|