FAQ

AfdrukkenIs België niet gewoon een 'onvolmaakte' democratie? Is het eigenlijk niet beter dat een kleine elite alles beslist? Moeten we dan elke dag gaan stemmen?

Fundamentele vragen

Is België niet tòch een - onvolmaakte - democratie? Is particratie niet gewoon een (slechte) vorm van democratie?

Nee, er is wel degelijk een fundamenteel verschil. In een particratie zoals de onze is de invloed van de bevolking (zoals in elk niet-democratisch systeem) weliswaar bestaand, maar beperkt. Het is dus steeds een kleine groep machthebbers die de uiteindelijke beslissingen nemen. Enkel in een democratie rust de macht formeel bij de volledige bevolking.

Hoe kan het dan dat iedereen dag in dag uit beweert dat we wél in een democratie leven?

Hoewel mensen vrij vaak opmerken dat we niet in een democratie leven hoort men inderdaad meestal dat België een democratie zou zijn. Daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste houden de machthebbers die leugen ijverig vol omdat het de basis is van hun macht. Bovendien is het een kwestie van gewoonte; er wordt al zolang zo dikwijls beweerd dat we in een democratie zouden leven dat het bijna als vanzelfsprekend wordt ervaren en dat niemand het in vraag durft te stellen. Daarom zullen mensen ook niet zo geneigd zijn om ineens in te zien dat we niét in een democratie leven omdat ze dan impliciet zouden toegeven dat ze al die tijd verkeerd waren, en dat doet niemand graag. Tenslotte is het ook een veel aangenamere gedachte dat we in een democratie leven dan dat we in een particratie leven, en geloven mensen dus soms liever in een mooie leugen dan de onaangename werkelijkheid te zien.

Is het eigenlijk niet beter dat een kleine, goed geïnformeerde elite alles beslist? Bespaart ons dat geen hoop tijd en moeite?

Het zou misschien gemakkelijker zijn als het zo was, maar het is helaas niet zo. We hoeven niet ver terug te kijken in de geschiedenis om te zien dat kleine, goed geïnformeerde elites een rampzalig beleid kunnen voeren, en ons op die manier nog veel meer tijd en moeite kosten dan wanneer we de moeite zouden doen om af en toe zélf te beslissen. Kijk trouwens ook eens naar het parlement; alle partijen zijn even goed geïnformeerd en toch kunnen ze over de meest fundamentele zaken grondig van mening verschillen. Dat komt omdat politiek geen 'wetenschap' is waar een heleboel kennis en informatie tot 'juistere' beslissingen zal leiden. Politieke beslissingen zijn altijd morele beslissingen. Economen kunnen weliswaar berekenen wat de gevolgen zullen zijn van een belastingverhoging of -verlaging, maar de vraag welke gevolgen we precies willen kan onmogelijk 'wetenschappelijk' bepaald worden. Enkel individuen kunnen beslissen dat ze A verkiezen boven B. Omdat er geen enkele rationele reden is om sommige mensen wél en andere niét te laten beslissen (zo'n keuze zou opnieuw een morele keuze zijn, en het is juist die morele keuze die we willen funderen) is de politiek ofwel in de handen van een minderheid die de rest van de bevolking via macht, geweld of indoctrinatie van dat beslissingsrecht afhoudt, ofwel heeft iedereen evenveel beslissingsrecht, en dan spreekt men van een democratie.

In een land van tien miljoen mensen kan er toch niet over alles gemeenschappelijk beslist worden? Gaan we dan elke dag naar de stembus moeten?

Natuurlijk niet. Het huidige parlementaire systeem waarin bepaalde mensen dag in dag uit met de wetgeving en het bestuur bezig zijn is in zelfs een klein land als België onmisbaar. Het enige dat moet veranderen is dat de voltallige bevolking de mogelijkheid heeft om, als dat parlement tegen de wil van de bevolking ingaat, af en toe rechtsrtreeks zélf in te grijpen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld om de drie of vier maanden een dag waarop verschillende referenda gestemd worden. Er is geen opkomstplicht dus wie echt te weinig tijd heeft kan zijn medeburgers 'mandateren' om te stemmen.


Algemene info

Bestaat democratie ergens?

Zwitserland is het enige grotere land waar op nationaal niveau een vorm van democratie bestaat. In de USA bestaat democratie op lagere bestuursniveau's in een aantal deelstaten, maar er bestaat in dit land geen enkele vorm van democratie op federaal niveau. Elders bestaan hoogstens zeer beperkte vormen van democratie (in Italië kan bv. over bepaalde onderwerpen een correctief referendum plaatsvinden; in Duitsland bestaat een zeer beperkte vorm van democratie in sommige deelstaten).

Hoe staat het met elektronisch stemmen?

Elektronische stemming levert een aantal problemen op, alhoewel technische oplossingen werden voorgesteld.
Elektronische stemming kan deelname van minderbegoeden ontmoedigen. Het kan ook leiden tot 'instant voting', zonder dat een goed publiek debat, of een degelijke maatschappelijke beeldvorming heeft plaatsgehad. In wezen heeft de vraag naar elektronische stemming, tele-voting enz. niets te maken met de kern van democratie (parlementaire verkiezingen zouden bv. ook via televoting kunnen gebeuren). Essentieel voor een goede werking van democratie is, dat voldoende burgers het vraagstuk voldoende wezenlijk vinden om een burgerstemming te laten plaatsvinden (dit moet duidelijk worden door voldoende handtekeningen op te halen).

Moeten burgerinitiatieven en referenda aan deelnemingsquora worden onderworpen?

Neen. Burgers die niet aan een verkiezing deelnemen, worden geacht een mandaat te geven aan hun medeburgers die wel een stem uitbrengen. Een quorum lokt perverse gevolgen uit. Veronderstel dat een deelnamequorum van 40% geldt. Onder de burgers is 60% voorstander van het voorstel, en 40% is tegenstander. Ongeveer 60% van de bevolking wil deelnemen aan de stemming. De minderheid kan dan een boycot lanceren, zodat enkel 36% van de kiezers stemt en het voorstel struikelt over het quorum. Deelname-quorums worden nooit gebruikt voor de verkiezing van volksvertegenwoordiging, gemeenteraden enz., en er is geen enkele reden om van deze regel af te wijken bij initiatieven of referenda. Indien er stemplicht is, vervalt het bezwaar van de deelnamedrempel maar ontstaat er wel een ander probleem.

Wat is een referendum van rechtswege?

Een referendum is een rechtstreekse stemming door de burgers over een bepaald voorstel, waarbij het initiatief echter niet van de burgers uitgaat. In een aantal gevallen, zoals bijvoorbeeld in het geval van een grondwetswijziging of bij het sluiten van een internationaal verdrag dat soevereiniteitsafstand impliceert, zouden de burgers zich automatisch moeten kunnen uitspreken. In Zwitserland en in verschillende Amerikaanse deelstaten worden grondwetswijzigingen automatisch aan een referendum onderworpen.

Wat is een afzettingsprocedure?

Een afzettingsprocedure laat de kiezers toe, om bepaalde overheidsambtenaren , rechters of verkozenen, die het publieke vertrouwen hebben verloren, uit hun ambt te ontzetten. In Zwitserland bestaat dit systeem, al wordt het instrument zelden gebruikt. Het bestaat ook in een aantal Amerikaanse deelstaten, op verschillende lagere bestuursniveau's. Een afzettingsprocedure moet eveneens met een handtekeningcollectie worden begonnen, waarbij de drempel voldoende hoog moet zijn.


Fundamentele bezwaren tegen democratie

De meeste kiezers zijn onbekwaam om te stemmen over publieke aangelegenheden. Ze begrijpen de ingewikkelde materies niet.

Het onbekwaamheidsargument heeft een lange, en dubieuze voorgeschiedenis. Het werd vroeger gebruikt om het algemeen enkelvoudig stemrecht tegen te houden, dat door de arbeidersbeweging werd opgeëist. Het werd gebruikt tegen de zwarten in de USA en Zuid-Afrika, en tegen de vrouwen. Wanneer die groepen het stemrecht eindelijk veroverden, bleek het onbekwaamheidsargument waardeloos, en werd het snel vergeten. In Zwitserland kan men hetzelfde zeggen over democratie. Niemand in Zwitserland beweert, dat de bevolking te dom is om direct te beslissen wanneer zij dat wil.
Het onbekwaamheisargument kan niet selectief gebruikt worden tegen democratie; het is in wezen een argument tegen de democratie als dusdanig. Wanneer mensen wijs genoeg zijn om onderscheid te kunnen maken tussen goede en slechte volksvertegenwoordigers, moeten ze ook in staat zijn om over belangrijke aangelegenheden rechtstreeks te beslissen. Immers, indien kiezers niet bekwaam zijn om goede van slechte oplossingen te onderscheiden, kunnen ze a fortiori ook geen personen kiezen die bekwaam zijn om goede oplossingen te vinden; voor die laatste keuze moet je immers niet alleen wel degelijk goede van slechte oplossingen kunnen onderscheiden, je moet bovendien ook nog de bekwaamheid (in verstandelijk en moreel opzicht) van de kandidaat kunnen evalueren.

Bovendien vooronderstelt het onbekwaamheidsargument reeds dat er een elite bestaat, die de bekwaamheid én de bevoegdheid heeft om over de bekwaamheid van het volk te oordelen, en die het recht heeft om in functie van dit oordeel het volk meer of minder democratische rechten toe te kennen. Deze vooronderstellingen zijn reeds anti-democratisch, want die zogenaamde elite heeft geen mandaat om een oordeel te vellen en om te beslissen op welke manier het volk moet stemmen. Zelfs indien de burgers de systematische neiging zouden vertonen om gevaarlijke of twijfelachtige beslissingen te nemen, zou het volstrekt onduidelijk zijn op welke grond hen het recht op directe besluitvorming kan worden geweigerd, indien zij zelf zo'n directe besluitvorming wensen.

Maar de burgers vertonen helemaal geen neiging tot gevaarlijke of twijfelachtige besluitnames. Uit Thomas E.Cronin 'Direct democracy. The politics of initiative, referendum, and recall' Twentieth Century Fund 1989 (dit boek refereert naar Amerikaanse toestanden): "Vroege tegenstanders van directe democratie beweerden dat hierdoor een stroom van ongezonde en radicale wetten zou tot stand komen, maar dat gebeurde slechts zelden. In sommige deelstaten wordt beweerd dat conservatieven het burgerinitiatief en referendum gebruiken om progressieve wetgeving te dwarsbomen. Maar de voorspelde demagogische dreiging werd niet bewaarheid. Progressieve en conservatieve maatregelen lijken het in ongeveer gelijke mate te halen, afhankelijk van verschuivingen in de publieke opinie en van het meer of minder verregaand karakter van de voorstellen. Kiezers lijken behoedzaam om te springen met extremistische of radicale maatregelen, zowel van links als van rechts (p.85). Kiezers die aan rechtstreekse besluitvorming deelnemen doen dat nog met meer verantwoordelijkheidszin en intelligentie dan we redelijkerwijs mogen verwachten. Kiezers maken rationele keuzes in het stemhokje; ze kunnen de kosten en baten herkennen en de diverse effecten van de geboden alternatieven" (p.89). Bovendien mogen we niet vergeten dat verkozenen net zo goed de bal kunnen misslaan (zoals bijvoorbeeld blijkt uit de ontspoorde Belgische staatsschuld, die uitsluitend langs parlementaire weg tot stand kwam): "De critici van de directe democratie presenteren ons een mythisch beeld van de verkozene: die is zeer intelligent, buitengewoon goed geïnformeerd, rationeel en deugdzaam en wijs; even competent als een universiteitsprofessor of een bedrijfsleider. Diezelfde critici zien het volk als onbetrouwbaar gepeupel. Toch wordt datzelfde gepeupel geacht om de verkozenen aan te duiden. Hoe zouden zij tussen goede en slechte kandidaten kunnen onderscheiden indien zij niet in staat zijn om goede van slechte wetten te onderscheiden? (p.87) .. het Hooggerechtshof heeft , omwille van hun ongrondwettelijk karakter , minstens 1000 wetten verworpen die door wetgevende, representatieve organen werden goedgekeurd. Daaruit blijkt dat die wetgevers niet allemaal even wijs, rationeel en deugdzaam waren" (p.89)

democratie opent de deur voor demagogie en manipulatie. Het burgerinitiatief wordt misbruikt door drukkingsgroepen en de economisch machtigen om besluiten genomen door de verkozen organen te omzeilen.

Ook hier moeten we een vergelijking maken met de praktijk van de huidige particratie, niet met één of andere ideale, abstracte situatie. Het is belangrijk om steeds weer op dit punt de nadruk te leggen, omdat tegenstanders van democratie gewoonlijk veel strengere maatstaven hanteren voor democratie dan voor het zuiver particratisch systeem. Kijk naar de praktijk van de huidige parlementsverkiezingen. De campagnes zijn duur, en worden gevoerd via commerciële bureaus. Wat de kandidaten zeggen wordt bepaald via electorale strategieën: ze zeggen niet wat ze menen, ze spreken hun voornemens niet uit; ze doen uitspraken die geacht worden kiezers aan te trekken. Kort gezegd: ze misleiden de kiezers. Ze kunnen dit ongestraft doen, omdat de kiezers na de verkiezingen, wanneer ze plots met allerhande onverwachte maatregelen worden geconfronteerd, geen mogelijkheid tot reactie meer hebben.

De nazi's grepen de macht via parlementaire weg. Dit voorbeeld is belangrijk, omdat in de progressieve wetgeving van de Weimar-republiek elementen van democratie aanwezig waren (omwille van een hoge deelname-drempel werkte het systeem echter nauwelijks). Het politieke leven in het Duitsland van die tijd werd echter volledig door politieke partijen gedomineerd en in de 14 jaren dat de Weimar-republiek duurde (1919-1933) kwamen slechts twee burgerinitiatieven tot stand. Er ontwikkelde zich geen authentieke democratische cultuur. Toch blijft het een feit dat Hitler geen absolute meerderheid had bij de bevolking, wel echter in het abdicerende parlement. Paradoxaal genoeg werd na de tweede wereldoorlog de democratie in Duitsland opgegeven, en kwam met verwijzing naar de nazi-periode op federaal niveau een puur particratisch systeem tot stand.

In Zwitserland is het herhaaldelijk gebeurd dat de bevolking een beslissing neemt die diametraal ingaat tegen de unanieme wens van parlement, regering, en het hele economische establishment. Een goed voorbeeld is de integratie van Zwitserland in de Europese Economische Ruimte (EER) (6 december 1992). Hoewel de burgers werden gebombardeerd met pro-EER propaganda, werd de integratie met ruime meerderheid verworpen Zo werd er ook een wet verworpen die de beperking op zondags- en nachtwerk wou versoepelen.

De Zwitserse ervaring toont aan dat zelfs wanneer alle mogelijke drukkingsgroepen en de politieke elite dezelfde doelstelling nastreven, ze lang niet altijd hun zin krijgen" (Bohnet en Frey, 1994: 'Direct-democratic rules: the role of discussion' Kyklos 47, 341-354). In een puur particratisch systeem krijgt eenzelfde coalitie altijd haar zin.
Tenslotte is het interessant om te noteren dat geen doodstraf bestaat in Zwitserland (de invoering van de doodstraf is een van de gedoodverfde voorbeelden van de nefaste effecten, die democratie zou veroorzaken).

democratie betekent een gevaar voor minderheden.

Opnieuw: dezelfde maatstaven moeten gebruikt worden voor democratie en voor particratie. Particratie brengt vaak discriminatie van minderheden voort. In ons land is het onderwijs een goed voorbeeld. Twee grote netten verdelen onderling de macht, en kleinere onderwijstypes worden wettelijk benadeeld en uitgesloten. De Steinerscholen moeten proces na proces voeren, onlangs in verband met de eindtermen, om te bekomen waar de scholen van de meerderheidsgroepen vanzelfsprekend beroep op kunnen doen (bv. het gebouwenfonds). De eindtermen, die in december 1996 door het Arbitragehof werden vernietigd ondermeer omdat ze de rechten van minderheden als de Steinerscholen miskenden, werden langs puur particratische weg door het Vlaams parlement goedgekeurd. Na het besluit van het Arbitragehof bleken een heleboel CVP-parlementsleden, die nochtans mee het eindtermen-decreet hadden goedgekeurd, blij met het arrest van het Arbitragehof, en eisten zij dat ook het katholiek onderwijs een verminderde eindtermen-last zou opgelegd krijgen. Dit bewijst dat de parlementsleden helemaal niet 'wijs' of 'naar geweten' hebben gestemd. De waarheid is, dat heel wat CVP-parlementsleden de eindtermen hebben goedgekeurd onder druk van hun partijhoofdkwartier.
Er zijn geen aanwijzingen dat democratie tot versterkte discriminatie van minderheden kan leiden. In 1978 werd een burgerinitiatief, dat scholen wou toelaten om leraren op grond van homosexualiteit te ontslaan, door de kiezer afgewezen. In Utah werd een burgerinitiatief door de kiezer afgewezen, dat beoogde om verspreiding van 'obsceen' materiaal via kabeltelevisie aan banden te leggen. De uitslag was verrassend, omdat in Utah de mormonen driekwart van de bevolking uitmaken. Hoewel mormoon, verwierpen de kiezers toch het voorstel omdat dit laatste zou meebrengen, dat de overheid zich in toegenomen mate met de individuele leefsfeer zou bemoeien.

Wanneer direct-democratische besluitvormingskanalen ter beschikking staan, kunnen in het parlement geminoriseerde partijen altijd hun slag thuishalen via een referendum op volksinitiatief - tenminste indien ze voor hun standpunt bij het volk een meerderheid kunnen vinden. Dat is de reden waarom in Zwitserland alle politieke partijen van enig gewicht al decennia lang mee regeringsverantwoordelijkheid dragen: politieke minderheden kunnen in een volwaardige democratie veel moeilijker gemarginaliseerd worden dan in een zuiver representatieve particratie.

Kiezers maken altijd keuzes in functie van hun eigenbelang.

Kiezers kunnen beslissingen nemen vanuit het standpunt van het collectief belang, zelfs indien zij hiervoor persoonlijk zullen moeten betalen. Twee recente voorbeelden illustreren dit punt. In maart 1993, stemden de Zwitserse kiezers over een toename van de brandstoftaks. Hoewel vrijwel elke kiezer door dit voorstel financieel zou worden geraakt, werd het voorstel goedgekeurd. In juni 1993 moesten de Zwitsers beslissen over een burgervoorstel, dat beoogde om de aankoop van nieuwe militaire vliegtuigen voor het jaar 2000 te verbieden. Indien aanvaard, zou dit voorstel de overheidsbegroting serieus hebben verlicht. Het voorstel werd echter verworpen" (Bohnet en Frey,1994).
Ook op dit punt moet democratie met de praktijk van de particratie worden vergeleken. In een puur representatief systeem als het Belgische worden de meeste besluiten ver van de openbaarheid genomen, niet in functie van het openbaar belang, maar in functie van belangen- en drukkingsgroepen die efficiënt achter de coulissen weten te werken. Een goede beschrijving van deze verborgen mechanismen vindt men in: Dewachter, W. 1992 "Besluitvorming in politiek België" Leuven:Acco.

Willen voorstanders van democratie het parlement afschaffen?

Nee. Het is efficiënt dat burgers niet continu over alles zelf hoeven te beslissen. Daarom kiezen zij elke vier jaar een parlement, dat de dagelijkse beslissingen neemt. De reden dat we politici hebben is eigenlijk dezelfde reden als dat we bakkers en aannemers hebben. Als ik niet zelf mijn brood hoef te bakken of mijn huis hoef te verbouwen, kan ik mij op mijn eigen werk concentreren. Maar dat betekent niet dat de bakker mag beslissen wat voor brood ik moet kopen. Op dezelfde manier moeten burgers hun mandaat terug kunnen nemen en direct over een zaak beslissen. Als burgers niets doen, heeft het parlement automatisch het mandaat. Maar als genoeg burgers hiertoe de hand opsteken, moet het mandaat terug gaan naar de burgers en het direct-democratische kanaal van het referendum ingaan. Referenda bestaan in de praktijk altijd als een aanvulling op het vertegenwoordigende systeem.
Er is een handjevol pleitbezorgers van een zogenaamde 'push button'-democratie, waarbij burgers elke ochtend na het opstaan hun PC opstarten en alle politieke beslissingen van die dag met een muisklik nemen. Dan zou een parlement niet meer nodig zijn. Maar ten eerste is dit onrealistisch. Er moeten dagelijks duizenden, zo niet tienduizenden besluiten genomen worden: niet alleen in de gemeenteraden maar ook in provinciale raden, Eerste en Tweede Kamer, de instellingen van de Europese Unie, … Nog belangrijker is dat het ongewenst is. Met zoveel beslissingen zou er geen tijd meer zijn voor een goed maatschappelijk debat waarin alle aspecten van problemen aan de orde komen, waarin mensen van elkaar leren en waarin een minderheidsgroep de meerderheid met goede argumenten kan overtuigen. In een push button-democratie zou elk individu geïsoleerd beslissingen nemen zonder inzicht in het onderwerp en de meningen van zijn medeburgers. Direct-democratische besluitvorming moet alleen plaatsvinden over die issues waar veel burgers warm voor lopen. Vandaar de handtekeningendrempel bij referenda.

Is het referendum niet een inbreuk op het vertegenwoordigende stelsel?

Nee, in principe niet. De meeste Westerse landen kennen een vorm van referendum en in al die gevallen bestaan ze als een aanvulling op het vertegenwoordigende stelsel.
"Alle wetenschappelijke politicologische studies over de werking van referenda zijn in overeenstemming dat directe democratie niet tegengesteld is aan het parlementaire systeem, maar een mogelijke aanvulling daarop vormt. …. Dat referenda ten principale een bedreiging vormen voor het parlementaire systeem en haar uithollen, wordt door geen enkele politicoloog beweerd", aldus de politicoloog Evers [1].

Er bestaan momenteel al vele kanalen naast de particratie waar burgers gebruik van kunnen maken, zoals inspraak, bezwaarprocedures, pressie van ideële en belangengroepen, invloed uitoefenen via politieke partijen, enz. Het referendum zou gewoon een nieuw kanaal zijn. Veel hangt af van het design van een referendumstelsel. Helaas is het zo dat veel tegenargumenten van tegenstanders van referenda, leiden tot slechte voorwaarden (zoals afwezigheid van het volksinitiatief, opkomstdrempels e.d.) die een soepele referendumprocedure zeer bemoeilijken. Wat dat betreft kunnen we veel leren van de sterke kanten van de referendumstelsels in de ons omringende landen. Helaas hebben tegenstanders van referenda vaak een blinde vlek voor de ruime buitenlandse ervaring, wellicht omdat ze anders hun mening zouden moeten herzien.

Uit onderzoek blijkt dat mensen om vele redenen op partijen stemmen, maar dat "bekwaamheid van de kandidaten tot besturen" daar nauwelijks bij is. Men stemt met name op partijen omdat die bepaalde belangen zou behartigen of vanwege specifieke issues. In een referendumstelsel kunnen burgers specifieke belangen of issues echter via referenda tot uitdrukking brengen, en zich bij verkiezingen bij personen concentreren op waar het officieel om draait: de algemene bekwaamheid tot besturen van de kandidaten. Parlementsleden worden minder pionnen van deelbelangen, maar kunnen zich beter op het algemeen belang richten. Tarcisio Zimmermann, de staatssecretaris van de staat Porto Alegre waar een interessant direct-democratisch stelsel op referendumgebied bestaat, gaat nog een stap verder en zegt: "Ik heb mij nog nooit beter gelegitimeerd gevoeld dan in dit stelsel van directe democratie, waarin de burgers het laatste woord hebben."

Wel is het zo dat het de mogelijkheid van referenda tot een andere politieke cultuur zal leiden, en dat sommige politici hierin beter functioneren dan andere. Politici moeten hun beleid veel meer beargumenteren, beleid ontwikkelen waar zoveel mogelijk groepen zich in kunnen vinden. Politici die communicatief zijn ingesteld en erin slagen veel groepen bij nieuw beleid te betrekken, zullen succesvoller zijn dan politici die zich in de wandelgangen opsluiten en beleid willen opleggen zonder te kijken naar wat in de samenleving leeft. De laatsten zullen vaker referenduminitiatieven op hun pad vinden dan de eerste.

[1] Evers, T. (1999), 'Volkssouveränität und parlamentarisches System - Ideologiegeschichtliche Wurzeln einer Aktuellen Debatte' in Heussner, K. en Jung, O., Mehr Direkte Demokratie Wagen, München: Olzog, p. 23

Wordt het 'primaat van de politiek' door referenda bedreigd?

Het primaat van de politiek moet uiteraard in stand blijven. Maatschappelijke tendenzen in de economie, het onderwijs enz. moeten zich zelfstandig kunnen ontwikkelen, maar wel binnen de kaders die de politiek daaraan stelt. In die zin moet de politiek in de maatschappij het laatste woord hebben.
Maar "de politiek" is niet hetzelfde als "de politici op het Binnenhof". "De politiek" is een sfeer waarin, in het ideale geval, alle burgers in onderling overleg deelnemen aan de besluitvorming. De politiek als sféér wordt momenteel juist bedreigd doordat de burgers haar massaal verlaten omdat de politici hen als onmondig en onvolwassen behandelen. Het referendum kan de politieke sfeer een grote impuls geven door haar op te rekken van het formaat Binnenhof naar het formaat van heel Nederland.

Daarnaast is het zo dat zelfs in Zwitserland, waar het referendum aan de orde van de dag is, het overgrote deel van de besluiten nog steeds door het vertegenwoordigende stelsel gemaakt zullen worden. In die zin zal het vertegenwoordigende stelsel altijd de toon blijven aangeven. Invoering van het referendum bekekent niet dat de gekozen politici niets meer in te brengen hebben, maar wel dat zij meer verantwoording moeten afleggen, meer luisteren, en meer bruggen bouwen.


Iets over de Belgische situatie

Bestaat democratie in België?

democratie is in België volledig onbestaand. Er bestaan geen echte burgerinitiatieven, geen bindende referenda en geen directe afzettingsprocedures (recall).
Het enige wat sedert 1995 (en grondig gewijzigd in 1999) mogelijk is, is een provinciale- en gemeentelijke volksraadpleging, waarvan de eerste nog nooit in de praktijk werd toegepast. In 1999 werd er de mogelijkheid van een volksraadpleging op districtsniveau aan toegevoegd en die momenteel enkel van toepassing is in Antwerpen. (artikel 351 van de nieuwe gemeentewet).
Dit zijn echter allen flauwe afkooksels van wat een echt referendum of burgerinitiatief zou moeten zijn. De uitslag ervan is immers niet bindend en dus enkel consultatief. Dit neemt echter niet weg dat bijvoorbeeld bij een gemeentelijke volksraadpleging het gemeentebestuur (al of niet vooraf) kan verklaren de uitslag als bindend te verklaren, wat in de praktijk reeds herhaaldelijk is gebeurd.

De belangrijkste elementen bij een gemeentelijke volksraadpleging zijn momenteel:

Het initiatief moet een hoog aantal handtekeningen verzamelen, afhankelijk van de grootte van de gemeente nl. :
a- 20 % van de inwoners in gemeenten met minder dan 15.000 inwoners ;
b- 3.000 in gemeenten met minstens 15.000 inwoners en minder dan 30.000 inwoners ;
c- 10 % van de inwoners in gemeenten met minstens 30.000 inwoners.

Dit betekent dat in een stad als Gent met 228.608 inwoners er minstens 22.861 handtekeningen moeten worden ingezameld (Ter vergelijking in Zwitserland dient slechts 2 % van de kiezers het verzoek te ondertekenen).

Indien deze handtekeningen zijn verzameld en gecontroleerd, bekomt het burgerinitiatief het recht op een volksraadpleging over de voorgestelde vraag. Bij de volksraadpleging zelf geldt een deelnamequorum dat overeenstemt met het vereiste aantal handtekeningen. Indien dit quorum niet wordt gehaald, worden de stemmen zelfs niet geteld.
Om te verzoeken om of deel te nemen aan de volksraadpleging moet men minstens 16 jaar zijn. Er geldt geen nationaliteitsvereiste. Er kan gestemd worden bij volmacht.
Over gemeentebelastingen of gemeentebegroting mag geen volksraadpleging worden gehouden.

Het consultatief referendum is op principieel niveau geen stap vooruit ten opzichte van het puur representatief systeem. In een pseudo-democratie erkent men ten minste nog in principe, dat de wetten hun autoriteit ontlenen aan de soevereine volkswil. Bij een volksraadpleging belet men echter, dat deze volkswil zich direct uitspreekt en voert men een fictief "onweerlegbaar vermoeden" in, dat stelt dat het parlement (hier de gemeenteraad) de volkswil uitdrukt. Bij een volksraadpleging laat men toe dat de rechtstreeks uitgesproken volkswil frontaal wordt genegeerd.

Opmerking :
In de verklaring tot herziening van de Grondwet van 9 april 2003 is de mogelijkheid voorzien om in titel III van de Grondwet een nieuw artikel in te voegen dat de gewesten toelaat een volksraadpleging in te voeren en te organiseren in de aangelegenheden waarvoor zij bevoegd zijn. Er is dus geen sprake van bindend referendum en zeker niet op federaal niveau waar het systeem zuiver particratisch blijft.

In dezelfde verklaring van 9 april 2003 is het artikel 57 van de Grondwet voor herziening vatbaar verklaard, teneinde de federale wetgevende kamers te verplichten een openbaar debat te organiseren als antwoord op een door burgers ingediend verzoekschrift ondertekend door 100.000 burgers. Natuurlijk blijft zo'n petitie volledig vrijblijvend, en bovendien zijn zelfs hier een heleboel onderwerpen (fiscale en budgettaire materies, internationale verdragen ?? ) taboe.

Welke politieke partijen zijn voorstanders van democratie?

In Vlaanderen zijn drie traditionele partijen officieel voorstander van democratie: de VLD, het Vlaams Belang en Groen!. In de praktijk is de inzet voor een invoering van de democratie bij deze partijen vaak ver te zoeken, maar er zijn wel bepaalde parlementairen en andere leden van deze partijen die zich serieus hebben ingezet. De partijen van de 'meerderheid' (die echter in termen van aantal kiezers een minderheid vertegenwoordigen) zijn tegen, of minstens geen voorstander. Toch vindt men ook in deze partijen tegenwoordig voorstanders van democratie. Zie ook:

Wat bepaalt de grondwet inzake democratie?

De huidige grondwet laat geen democratie toe; er is dus een grondwetswijziging nodig. Voor de invoering van het bindend referendum op federaal niveau moet artikel 36 van de grondwet gewijzigd worden. Artikel 41 moet aangepast worden voor het provinciaal en gemeentelijk niveau en er is ook een wijziging van artikel 195 nodig, om toe te laten dat via een burgerreferendum de grondwet wordt gewijzigd.

Is democratie verenigbaar met de bijzondere, bipolaire structuur van België? Zie bv. het plebisciet over de terugkeer van Leopold III.

Het zogenaamd 'referendum' over de terugkeer van koning Leopold III (2 maart 1952) was geen echt referendum. Het had enkel consultatieve waarde, en verschillende politieke formaties hadden verschillende interpretatie-regels geformuleerd (de socialistische partij eiste een 66% meerderheid om de terugkeer van de koning te aanvaarden; de liberalen hanteerden een complexe 70%/55%- regel; de koning zelf eiste een 55% meerderheid...). Nadat een meerderheid zich had uitgesproken voor terugkeer van de koning, werd die laatste toch tot ontslag gedwongen. Eigenlijk illustreert de hele geschiedenis de ontoereikendheid van een particratisch systeem. Pas nadat de politieke elite via dit systeem de toestand compleet had laten vastlopen, werd als noodmiddel op een slecht gereguleerd en vrijblijvend plebisciet beroep gedaan. Het is mogelijk (maar ver van bewezen) dat België niet zal kunnen leven met een authentieke, democratie. Indien Vlaanderen en Frantalig België systematisch anders gaan stemmen over belangrijke zaken, kan dit tot een breuk leiden. Maar dit scenario zou niet bewijzen dat democratie onwerkzaam is, maar enkel dat België niet gewenst is door zijn burgers, en dus geen bestaansreden heeft. In Zwitserland gebeurt het vaak dat de verschillende taalgroepen uiteenlopend stemmen, maar die uitkomsten bedreigen geenszins de samenhang van dat land. Zo leverde de stemming over de integratie van Zwitserland in de EER een pro-meerderheid op in Franstalig Zwitserland, maar een meerderheid van tegenstanders in Duitstalig Zwitserland. Dit was geen reden voor de eersten om de Zwitserse staat in vraag te stellen.

Is er een verband tussen de enorme publieke schuld in België, en het totaal gebrek aan democratie?

Het zou kunnen. Uit opiniepeilingen in Duitsland en de USA is gebleken, dat er bij de kiezer een sterke en blijvende voorkeur bestaat voor evenwichtige begrotingen, en een verzet tegen het opbouwen van publieke schuld (zie: von Weizsaecker, R.K. 1992 'Staatsverschuldigung und Demokratie' Kuklos 45, 51-67). Openbare schuld wordt opgebouwd door de politieke elite; zij kopen er onrechtstreeks stemmen mee, versterken door hun uitgavenpolitiek hun machtspositie en kunnen uiteindelijk toch niet verantwoordelijk worden gesteld voor de catastrofale gevolgen op langere termijn. In de ogen van de huidige politieke elite zijn de burgers wel goed genoeg om de rekeningen te betalen; mee beslissen over de totstandkoming van de budgetten mag de bevolking niet.