Is België echt een democratie?

AfdrukkenlogoEen tijdloos artikel van Jos Verhulst

De meerderheid van de Belgen, vooral van de jongeren, betwijfelt dit. Volgens 70 % van de Vlaamse jong-volwassenen zijn politieke partijen enkel geïnteresseerd in hun stem, niet in hun mening (Bulletin 1992/43 van het KUL centrum voor Dataverzameling en Analyse). Volgens een recent Dimarso-onderzoek heeft slechts 27% van de jongeren vertrouwen in het parlement (De Morgen 19/4/1995). Vergist deze meerderheid zich?

Niet wanneer we het werk van KUL-hoogleraar W. De Wachter mogen geloven, die zijn ontluisterend boek besluitvorming in politiek België (1992) afrondt met de woorden: "De burger, de kiezer is een zwakke actor in het ingewikkelde en overvolle sociale kluwen van de politieke beslissingen in zijn land. Hij mist beslissende toegangen tot de top van de machtshiërarchie en tot de besluitvorming. Het wordt nogal elitair voor hem beklonken. Voor degenen die een democratische legitimiteitsopvatting toegedaan zijn, is deze slotsom tegelijk een ontgoocheling en een opgave."

 

Wil de meerderheid van de Belgen dat onze democratie met referendumrecht wordt uitgebreid? Zeker. Men hoeft niet eens naar de resultaten van het recente VLD-'referendum' te verwijzen (82 % pro). De opiniepeiling die Marketing Unit bij de Belgische bevolking uitvoerde (La Libre Belgique, 29 april 1992) leverde 51 % voorstanders tegen 21 % tegenstanders op. Maar waarom hebben wij dan niet allang een verdiepte democratie? Heel simpel: de meeste politieke partijen willen niet. Zij vinden dat een vierjaarlijks verkiezingsritueel, met nietszeggende slogans en meetings-met-popzangers, als democratische legitimatie moet volstaan.

Toch zijn er twee uitzonderingen: Agalev en de VLD. In principe is Agalev voorstander van 'basisdemocratie' en directe democratie. Helaas heeft de groene partij het democratische ideaal onderaan in de lade opgeborgen. Een voorbeeld. In de US-staat Maine werd via een burgerinitiatief de wegwerpfles verboden (niet: belast); het statiegeld-systeem werd ingevoerd. Drie kwart van de kiezers keurde dit voorstel goed, ondanks het feit dat de verpakkingsindustrie massaal investeerde in een tegencampangne. In Massachusetts slaagde een vergelijkbaar initiatief, ondanks het feit dat de voorstanders van het voorstel 10.000 dollar in de campagne konden investeren (tegenover 2.000.000 dollar van de industrie). Agalev kende deze voorbeelden toen het zijn medewerking verleende aan de staatshervorming van Dehaene. Toch koos deze partij niet voor de langere maar menswaardige weg naar directe democratie. De groenen kozen voor de 'snelle' invoering van de ecotaks, waarbij het recht op milieuvervuiling aan de rijken te koop wordt aangeboden en de mensen niet in hun bewustzijn, maar in hun portefeuille worden aangesproken. Het burleske vervolg kennen we.

De VLD is schijnbaar duidelijker. Zij opteren althans in hun congresdocumenten - ondubbelzinnig voor de invoering van directe democratie in België ("De VLD wil de organisatie van bindende referenda mogelijk maken. Het initiatief hiertoe wordt door de burgers zelf genomen." - VLD-congres over burgerdemocratie, 22-24 oktober 1993). Deze verdediging van de directe democratie door een liberale partij is geen vanzelfsprekendheid. De Nederlandse liberale leider Bolkenstein is bij voorbeeld vierkant tegen de directe democratie (De Standaard, 5 mei 1995) en ook Gol zit op een andere golflengte dan Verhofstadt.

De directe democratie werd in Zwitserland een eeuw geleden door de sociaal-democraten bevochten, niet door de liberalen. Het recht op burgerinitiatief is in het VLD-programma terechtgekomen door toedoen van een kleine, maar overtuigde groep mensen rond Guy Verhofstadt. Onder impuls van de VLD zijn op het einde van de vorige legislatuur de grondwetsartikelen die moeten gewijzigd worden om directe democratie in België in te voeren, inderdaad voor herziening vatbaar verklaard. Ons land passeert dus tijdens de komende legislatuur dooreen een uniek 'democratisch venster'. De mogelijkheid bestaat dat wij de komende eeuw ingaan met een daadwerkelijk democratisch systeem. Ik geloof dat we alles moeten doen om deze kans niet te laten voorbijgaan.

Maar natuurlijk wil de VLD gaarne meeregeren, en dat zal moeten gebeuren met partijen die het ideaal van de directe democratie minder genegen zijn. In de VLD-advertentie over het referendum wordt reeds de deur geopend naar een hoogst bedenkelijk compromis: "Vorig jaar zegden de Noren nee tegen Europa, terwijl de Oostenrijkers en Zweden ja zegden. Niet de politiekers zegden dat. Wel de mensen. In een referendum, een volksraadpleging. Ook de Fransen en Denen hielden zo'n volksraadpleging. Over het Verdrag van Maastricht. De Zwitsers en de Californiërs geven zo geregeld hun mening. En zelfs in Rusland bestaat het referendum nu."

Deze advertentie creëert een nefaste verwarring tussen de begrippen 'directe democratie' en 'plebisciet'. In directe democratie komt het wetgevend initiatief van de burgers zelf, die op basis van voldoende kiezers-handtekeningen een wetsvoorstel ter stemming voorleggen. Dit systeem bestaat in Zwitserland en in sommige US-deelstaten zoals Californië. Daarentegen bestaan in Frankrijk of Denemarken enkel van overheidswege georganiseerde plebiscieten; de mensen hebben in deze landen geen enkel initiatiefrecht. Autoritaire regimes kunnen heel goed leven met het plebisciet, en gebruiken deze techniek graag om zich te legitimeren (Hitler heeft na de abdicatie van de parlementaire democratie in de jaren dertig nog drie plebiscieten georganiseerd). Daarentegen is directe democratie (in de zin van wetgevend burgerinitiatief) in wezen onverenigbaar met een autoritair regime. In zijn genuanceerd standaardwerk over directe democratie (Directe Democratie. Ein internationaler Vergleich, 1994) schrijft Möckli: "Indien het burgerinitiatief een ideaal wapen in handen van belangengroepen zou zijn, dan zouden die laatsten heftige voorstanders van de directe democratie moeten zijn. Dat is echter totaal niet het geval. De invoering van het burgerinitiatief is zelden of nooit gesteund door belangengroepen; zij hebben zich integendeel meestal daartegen verzet"

Het gevaar dreigt dat de VLD bij het sluiten van een eventueel regeerakkoord, aanknoopt bij haar dubbelzinnige verkiezingspropaganda en haar congresbesluiten negeert om het referendum-begrip in plebiscitaire zin te interpreteren. Voor dit laatste idee zullen de liberalen zeker dankbaar gehoor vinden bij autoritair-denkende politici in de huidige meerderheidspartijen. Maar de strijd voor een echte democratie in ons land zou door zo'n VLD-bocht zware schade oplopen. Wij moeten Verhofstadt blijven herinneren aan zijn gegeven woord.