Argumenten tegen directe democratie weerlegd

Afdrukken

Tegenstanders van directe democratie komen meestal met een klein aantal argumenten tegen het gebruik van referenda, die we hieronder behandelen. Een paar opmerkingen vooraf. Meestal zijn het in feite geen argumenten tegen referenda, maar tegen democratie als zodanig. Ook hebben tegenstanders de neiging om directe democratie te vergelijken met een ideale toestand. Dat is uiteraard geen eerlijke vergelijking, want de representatieve democratie is ook niet ideaal. De directe democratie moet daarentegen punt voor punt vergeleken worden met de representatieve democratie.  Dat is een eerlijke vergelijking. Daarnaast kan pragmatisch verwezen worden naar de situatie in bijvoorbeeld Zwitserland, waar de directe democratie sinds de negentiende eeuw zeker niet geleid heeft tot de wantoestanden die tegenstanders van referenda voorspellen. 

 

Dictatuur van de meerderheid

 


Sommigen stellen directe democratie gelijk aan de dictatuur van de meerderheid. Dat is een karikaturale voorstelling van zaken. Uiteraard wordt in het parlement ook gestemd en dan geeft de meerderheid ook de doorslag. Het 'probleem' is dat stemmingen meestal onvermijdbaar zijn. In een ideale wereld zou een publiek debat naar een consensus, ofwel unanimiteit, tenderen. Helaas is dat in de praktijk van alledag meestal niet haalbaar. Op een gegeven moment is de tijd van debatteren voorbij en is het moment aangebroken om hoofden te tellen. De meerderheidsregel is daarbij de meest eerlijke regel omdat deze na unanimiteit het meest wenselijk is. Zo verkrijgen we het kleinst aantal ontevredenen, en de minderheid haar zin geven boven de meerderheid zou nog oneerlijker zijn. Natuurlijk zal de meerderheid moeten luisteren naar de minderheid.  Maar een directe democratie gaat veel minder dan een vertegenwoordigende democratie uit van het machtsprincipe. Een directe democratie vertrekt van het principe van respect voor het individu en zijn spreekrecht. In een directe democratie is er een permanent debat. En in een situatie waarin mensen direct over zaken kunnen stemmen, moet elk thema z’n eigen wisselmeerderheid vinden. Er zijn – in tegenstelling tot een vertegenwoordigend systeem – geen vaste meerderheden en minderheden. De ene keer bevindt je je in de meerderheid, de andere keer in de minderheid. Dat is democratie.

Voor een staat als België zijn er daarbij speciale oplossingen om te zorgen dat het ene landsdeel het andere niet kan overheersen bij direct-democratische besluitvorming. Men kan bijvoorbeeld naar Zwitsers voorbeeld werken met een dubbele meerderheid: een volksinitiatief is alleen aangenomen als er naast een meerderheid van de Belgen ook een meerderheid van de burgers in een meerderheid van de provincies (of andere landsdelen) voorstemt.

Strijdigheid met het parlementaire stelsel

 

Het meest gebruikte tegenargument in Nederland en Vlaanderen is wel dat het referendum strijdig zou zijn met het parlementaire stelsel. Dat argument wordt eigenlijk al door de praktijk weerlegd: bijna elke staat in de wereld kent wel een vorm van referendum. De mengvorm tussen directe en representatieve democratie is de norm. In Zwitserland en de Verenigde Staten is het referendum op alle mogelijke manieren ingebed in het parlementaire systeem. De tegenstanders zeggen vaak specifiek dat het parlement in diskrediet zou worden gebracht als burgers in een referendum anders stemmen dan politici. In werkelijkheid is het parlement dat vertrouwen al lang kwijt. In internationale onderzoeken naar het vertrouwen dat mensen in allerlei maatschappelijke instituties hebben (zoals de regering, het leger of het onderwijs) bungelen de parlementen meestal onderaan. Directe democratie zou juist tot een herstel van vertrouwen in de politiek als zodanig kunnen bewerkstelligen. Door het hoog oplopende debat rondom volksstemmingen krijgen politici en maatschappelijke organisaties ook veel meer ruimte om hun argumenten voor het voetlicht te brengen. Politici verliezen misschien een bepaalde mate aan macht, maar ze krijgen er echte invloed voor terug. 

 

Onbekwaamheid

 

Burgers zouden onbekwaam zijn om direct te beslissen. Ze zouden de benodigde specialistische kennis missen. Maar politici zijn over het algemeen ook geen specialisten, maar generalisten. Ze moeten zich ook over de meest uiteenlopende zaken een beeld vormen, terwijl ze vaak maar op een paar onderwerpen echte dossierkennis hebben. De kern van een politiek voorstel is niet technisch, maar betreft een waarde-oordeel of morele keuze. Voor die keuze zijn burgers even capabel als politici. Voor zover burgers dus niet over een onderwerp kunnen beslissen, kunnen hun vertegenwoordigers (de politici) dat maar beter ook laten. Dergelijke beslissingen moeten overgelaten worden aan de mensen die het betreffen, hetzij op een lager of hoger politiek niveau, hetzij de mensen die werkzaam zijn in het geestesleven of het economisch leven. 

 

Ontwrichting van de overheidsfinanciën

 

Directe democratie zou ontwrichtend kunnen werken op de overheidsfinanciën, omdat burgers enerzijds de belastingen zouden willen verlagen en anderzijds de uitgaven gelijk willen houden of zelfs verhogen. Het hierboven aangehaalde bewijs laat juist zien dat het andersom is: hoe meer directe democratie, hoe lager de overheidstekorten. Ook uit opinie-onderzoek blijkt dat een meerderheid van de burgers tegenstander is van staatsschulden en begrotingstekorten. Ze zullen niet stemmen voor voorstellen die de staatsfinanciën ontwrichten. Anderzijds hebben politici een incentive om juist wel staatsschulden aan te gaan. Zij willen bij de verkiezingen laten zien wat voor prachtige dingen ze allemaal hebben gerealiseerd voor de burger, ook al moesten ze daarvoor geld lenen. Ook is aangetoond dat hoe meer partijen deelnemen aan een coalitie, hoe sneller er begrotingstekorten worden geaccepteerd. Politici hebben namelijk de neiging om stemmen uit te ruilen: stem jij voor mijn voorstel, dan stem ik voor de jouwe. 

 

Te weinig nuance

 

Directe democratie zou te weinig nuancering toelaten. Burgers kunnen alleen ’ja’ of ‘nee’ zeggen. Directe democratie zou bovendien leiden naar ‘linking’ van allerlei onderwerpen die niets met elkaar te maken hebben. Echter, vanuit het perspectief van de burgers levert directe democratie veel meer nuanceringsmogelijkheden op dan de verkiezingen. Bij verkiezingen moeten ze alle mogelijke onderwerpen en standpunten samenvatten in één druk op de knop. Bij directe democratie kunnen burgers los van hun keuze bij de verkiezingen rondom afzonderlijke onderwerpen beslissen. ‘Linking’ van verschillende onderwerpen in één stem is dan ook typisch iets wat bij de verkiezingen gebeurt. Wie meer nuanceringsmogelijkheden voor de burger en minder linking wil, moet dan ook de directe democratie uitbreiden. In Zwitserland is het fenomeen van ‘linking’ onbekend, juist omdat burgers steeds de mogelijkheid hebben volksinitiatieven te lanceren en referenda aan te vragen over elk los onderwerp dat ze maar willen. 

 

Rechten van minderheden

 

De rechten van minderheden zouden in een directe democratie worden aangetast. Er is nauwelijks wetenschappelijk onderzoek te vinden dat die stelling ondersteunt. Tegenstanders van directe democratie kunnen hooguit enkele geïsoleerde gevallen als bewijs aanhalen, terwijl er wereldwijd jaarlijks op alle niveaus tienduizenden referenda worden gehouden. Ook geldt hierbij uiteraard weer dat parlementen wereldwijd soms ook besluiten nemen die minderheidsrechten aantasten. De directe democratie moet op dit punt eerlijke met de representatieve democratie vergeleken worden, en dan blijkt dat er geen bewijs is voor de stelling dat directe democratie minderheidsrechten aantast.  Wat wel is bewezen (door o.a. onderzoek in Californië), is dat juist leden van minderheidsgroepen voorstander zijn van referenda, ‘blacks’ nog meer dan ‘hispanics’ en die weer meer dan ‘whites’. Alle onderzochte groepen in het onderzoek waren in meerderheid voorstander van directe democratie, maar de minderheidsgroepen dus nog meer dan gemiddeld. De verklaring is eenvoudig: minderheidsgroepen hebben een minder goede lobby bij de regering. Juist zij hebben belang bij directe democratie. Doordat minderheden via handtekeningenacties referenda kunnen aanvragen, kunnen zij via een publiek debat een meerderheid worden. 

 

Vertragende werking

 

Het referendum zou een vertragende werking hebben. Die is er tot zekere hoogte, maar de vraag is of dat erg is. Nu zien we vaak dat wet- en regelgeving in hoog tempo wordt gewijzigd. Elke nieuwe regering maakt veranderingen van de vorige weer ongedaan. Een referendumdemocratie zou meer rust brengen op dit punt. Door het brede, uitvoerige publieke debat kunnen wetten tot stand komen die beter doordacht zijn en een breed draagvlak hebben. Het feit dat we nu van crisis tot crisis strompelen zonder tijd voor publiek debat, komt deels door het gebrek aan democratie. 

 

Macht van het geld

 

Kleine, goed georganiseerde of kapitaalkrachtige groepen zouden via het referendum hun slag kunnen slaan. De werkelijkheid is eerder andersom. Kleine, goed georganiseerde lobbies kunnen in een zuiver vertegenwoordigend stelsel veel gemakkelijker invloed uitoefenen dan in een directe democratie. Ze hoeven hiervoor slechts een handvol politici te overtuigen, onder druk te zetten of om te kopen. Dat kan heel goed via verborgen kanalen. In een directe democratie moeten ze de hele bevolking overtuigen, en plein public. Het is veel moeilijker de hele bevolking onder druk te zetten of haar om te kopen.