Participatie is misleidend

Afdrukken

Participatie staat niet gelijk met wetgevende bevoegdheid; raadgeven is NIET gelijk aan zélf beslissen, het voert de volkssoevereiniteit niet in!

Participatie, inspraak, deliberatie: het zijn smoejes om legitimiteit mee te geven én om onvrede van de bevolking te kanaliseren. 

Participatie stelt het systeem niet in vraag; het LEGITIMEERT het politieke bestel door de bevolking de indruk te geven dat ze mee kunnen sturen, maar uiteindelijk hebben ze nooit het laatste woord en ontbreekt hen elk middel om de volkswil door te duwen. 

 

Een case-studie.

 

Patrick. Janssens: 

“Wij moeten meer mensen op een intense wijze bij de besluitvorming betrekken. Meer mensen moeten zelf mee over hun toekomst en die van hun gemeenschap beslissen. De huidige vertegenwoordigende democratie laat dat onvoldoende toe. Ook vormen van directe democratie zullen niet volstaan. Daarom moeten we de instrumenten van de politieke participatie herdenken en verfijnen.  Bovenop de vertegenwoordigende democratie kiezen we voor verregaande vormen van participatieve democratie. Die is gemeenschapsvormend en werpt een dam op tegen onverdraagzaamheid en afbrokkeling van het sociale weefsel. We willen zo mensen weer betrekken bij wat er in hun buurt gebeurt en bij wat er over hun buurt wordt beslist. 

Politiek wordt met de mensen en niet alleen voor de mensen gevoerd. 

Een grotere vorm van betrokkenheid moet leiden tot betere besluitvorming en dus tot beter beleid. Meer betrokkenheid bij de besluitvorming leidt ook tot een grotere aanvaarding van dat beleid en tot grotere identificatie met de samenleving.” 

 

In deze tekst wordt de directe democratie impliciet afgewezen; het alternatief is ‘participatieve democratie’.  Doel: de ontevreden burger psychologisch lijmen. Die burger gelooft onvoldoende in de politiek, en dit hindert de besluitvorming. Laat hem dus ‘participeren’, dan zal hij terug in de politiek geloven. In de tekst staat letterlijk, dat die participatieve democratie de burger zal brengen tot een grotere ‘aanvaarding’ van het beleid en tot een grotere ‘identificatie’ met de samenleving (= lees: het globale kapitalistische bestel). 

Wie tussen de regels leest, herkent hierin een ideologisch manoeuver: de machthebber kan de openlijk autoritaire concepten waarop België is gegrondvest niet langer openlijk verdedigen. Het volk wordt dus niet meer uitdrukkelijk tot zwijgen veroordeeld, het mag voortaan iets zeggen, 

  • over vooraf geselecteerde onderwerpen
  • vrijblijvend, zonder impact, louter raadgevend
  • veelal in een organisatorische structuur vatbaar voor manipulatie en sturing.