Aantal Hits : 2105  |
2105 hits Zonder aan "anti-politiek" te willen doen ... het gelukkigste land van
Europa vandaag is Tsjechie, althans dat zeggen volgens persverslagen
(recentelijk nog Le Monde, 15.11.06) de Tsjechen zelf.
De reden is: ze zitten al een half jaar zonder regering. Bij de jongste
parlementsverkiezingen, op 2 juni van dit jaar, haalde een kartel van
"rechtse" partijen 100 zetels, en een kartel van "linkse" partijen
eveneens 100 zetels. Aangezien Tsjechen geen overlopers zijn en
geenenkele verkozene naar het andere kamp trok, ontstond er een
komplete patstelling, die nog altijd voortduurt. De "konservatieve"
eerste minister Topolanek, die al twee keer vruchteloos geprobeerdheeft
een parlementaire meerderheid achter zijn regering te krijgen, handelt
de lopende zaken af, en stuurt zijn ministers naar Europese
bijeenkomsten, maar voert niets uit. Geen enkel wetsontwerp
wordtingediend want het zou toch worden afgewezen.
Ondertussen gaat het leven in Tsjechie door, en goed ook. De ekonomie
zal dit jaar groeien met 6 procent (Belgie: minder dan 2 procent), wat
een reuze sukses is voor de werkloos toeziende regering. Steeds volgens
de reportages in de internationale pers is het Tsjechischevolk volmaakt
gelukkig met de huidige politieke konstellatie. De enige klacht die men
hoort, is afkomstig van de ondergeschikte besturen en al de
instellingen die van subsidies of toelagen leven, en diegeen
verhogingen meer krijgen, zodat ze hun dossiers voor nieuwe
initiatieven moeten opbergen. Voor het overige verloopt alles naar
wens. De twee blokken in het parlement zijn overeengekomendat de
bestaande begroting gehandhaafd blijft en elke maand met een twaalfde
wordt verlengd, zodat de overheid over de middelen beschikt om ... ter
plaatse te blijven trappelen.
Wat nu? In andere landen zou men proberen uit de impasse te geraken
door nieuwe verkiezingen uit te schrijven, maar de Tsjechen schijnen
daar niets voor te voelen. Zowel "links" als "rechts" is beducht voor
een verkiezingsnederlaag, en bovenal zijn beide blokken beduchtvoor de
politieke apathie van een volk dat zich stilaan gelukkig begint te
prijzen met de afwezigheid van een bestuurlijke elite.Men verwacht dat
bij nieuwe verkiezingen een meerderheid van de Tsjechen thuis zal
blijven, wat niet zou bijdragen tot de legitimiteit van de nieuw
verkozen meerderheid. Bovendien wordt Tsjechie in de eerste helft van
2009 voorzitter van de Europese Unie, en schijnt er een consensus te
groeien dat het beter is alles maar te laten aanmodderen totdat dit
voorzitterschap achter de rug is. Voor dringende zaken die een
wetgevend initiatief vergen, probeert men in het parlement een
overeenstemming te bereiken tussen de twee blokken, en voor het overige
loopt alles blijkbaar gesmeerd.
In de pers en de andere Tsjechische media wordt de lof gezongen van de
regeringsloosheid. Zo verklaarde (volgens Le Monde) de voorzitter van
de ondernemersvereniging dat de ekonomie floreerdedoordat men geen
nieuwe regenngsinitiatieven hoefde te vrezen en men daardoor iets
langer vooruit kon plannen dan de dag van morgen. Ook andere
kommentatoren slaan een juichtoon aan, zoals deadvokaat die schreef dat
hij eindelijk rustig zijn werk kon doen zonder tijd te besteden aan het
lezen van alle nieuwe wetten en besluiten die de autoriteiten gewoon
zijn op de burger los te laten.
De regeldrift van de overheid
Het bovenstaande kon dan wel een mooi Tsjechisch sprookje zijn, maar we
weten allemaal dat dit niet lang kan duren. Wat we ook weten is dat
momenteel in zowat heel Europa "de eerste de beste autoverkoper meer
vertrouwen geniet dan de gemiddelde politicus," zoals de docenten
(Rotterdam) Harry van Dalen en Kees Koedijk schrijven in
NRC-Handelsblad ( 15 .11.06), en dat dit ondermeer, maar uiteraard niet
uitsluitend, te maken heeft met de regeldrift van demachthebbers. In
Belgie bijvoorbeeld worden zoveel nieuwe wetten, besluiten en
reglementen uitgevaardigd dat geen mens dit nog allemaal gelezen
krijgt. De eis dat de burger "geacht wordt de wet tekennen", is voor
ieder normaal mens verworden tot een onmogelijke opgave, maar die
vaststelling leidt dan ook rechtstreeks tot het afhaken van de burgers
van de politiek. De poten worden onderhet burgerschap weggezaagd door
het voor de burger onmogelijk te maken zich op de hoogte te stellen van
wat de overheid van hem verlangt.
Dit hangt natuurlijk samen met de tv-demokratie die we kennen, en die
van de politici eist dat ze regelmatig in beeld komen als ze zich
politiek willen handhaven. Dat kunnen ze alleen doen als ze met iets
nieuws uitpakken (de Vlaamse minister Van Brempt heeft een kabinetdat
daar specialist in is), maar dat heeft dan weer tot gevolg dat ook in
het bestuur alle aandacht uitgaat naar het maken van nieuwe plannen en
veel te weinig naar de goede uitvoering van de bestaande wetten. Een
van de gevolgen hiervan is een veralgemeende kortetermijn-redenering.
een overregulering en een bureaukratisering die zo ver doorslaan dat de
burger uit de staat zou willen treden, zoals hem dat ooit door
Verhofstadt in een van diens Burgermanifestenwerd voorgespiegeld
(overigens op influistering van wijlen Frans Verleyen), en dat hij
naijverig kijkt naar een sprookjesland dat het zonder regering moet
stellen.
Een oplossing zou er kunnen in bestaan dat meer macht wordt gedelegeerd
aan ondergeschikte besturen, maar wij gaan helaas helemaal de
tegenovergestelde kant uit. Men spreekt, in de huidige situatie niet
onterecht, bijvoorbeeld van de afschaffing van de provincies, maar men
zou deze tussenschakel ook in de bestuurspiramide kunnen reevalueren en
er meer bevoegdheden aan toekennen.Hetzelfde met de gemeentebesturen,
die bij ons veel minder te zeggen hebben dan in de meeste andere
landen, en die nochtans het dichtste bij "de mensen" staan.Een
voorbeeld is de verderfelijke centralisering van het kultuurbeleid in
handen van de Vlaamse regering, terwijl dit bijna overal elders een
bevoegdheid is van ondergeschikte besturen. In het kultureeltoch niet
bepaald achterlijke Duitsland is het zelfs een exclusieve bevoegdheid
van de gemeenten, die van overheidswegewel op enige subsidiering voor
hun kulturele taken kunnen rekenen, maar het kultuurbeleid is er
exclusief een gemeentelijke zaak. Wil iemand eens in alle rust en
objektiviteit vertellen waarom dat bijons niet kan'? Waarom nemen
bijvoorbeeld de kristendemokraten niet het voortouw om in Vlaanderen
een zo integraal mogelijke toepassing van het door hen aangehangen
subsidiariteitsprincipe teeisen, waarbij het beleid steeds overal wordt
gevoerd door de laagste bestuurslaag die daarvoor het beste in
aanmerking komt? Kleed die staat toch uit, niet slechts de Belgische
maar ook de Vlaamse staat.
Uit het Journaal van Mark Grammens 485 van 23 november 2006.
|
|
Gebruikers' reacties  |
|
Gemiddelde gebruikers waardering
Geen waardering |
|
|