Aantal Hits : 1764  |
1764 hits Dierickx wil geen Referendum, omdat het Europees Verdrag volgens hem “...onontbeerlijk” is en een negatieve referendumuitslag een obstakel kan vormen voor de goedkeuring. Zijn probleem is dat de uitslag van zo’n referendum niet honderd procent van te voren vastligt. Wat is dat nu vervelend.
Enkele commentaren bij het opiniestuk van Guido Dierickx, Tertio 31-10-07
Opgestuurd naar dat blad als opiniestuk
http://www.tertio.be/archief/2007/T403/T403-bu2.htm
Voor Guido Dierickx staan een aantal zaken niet ter discussie.
Vooreerst: het Europees Verdrag is volgens hem “...onontbeerlijk”. Dit
verdrag will namelijk “...nog meer Europa” en dat is precies wat we
volgens Dierickx absoluut nodig hebben. Discussie is uitgesloten. Wie
meent dat er reeds teveel ‘Europa’ is, dat Jan met de Pet beter af is
met een kleine, soevereine staat, en dat economische integratie dient
losgekoppeld te worden van politieke eenmaking, lijdt volgens Guido
Dierickx aan “...conservatieve bias”. Dat laatste is blijkbaar een
soort ziekelijke afwijking ten overstaan van de vooropgezette
progressieve norm. De aan “...conservatieve bias” lijdende patiënt
vertoont bijvoorbeeld de irrationele neiging om aan de eigen “...meer
nabije belangen” te denken. Gezien zijn “...bias” beseft de
conservatieve afwijkeling niet direct, dat hij bijvoorbeeld in één
politieke entiteit moet leven met pakweg Bulgarije of Cyprus; hij ziet
niet in dat hij “...de onderhandelingspositie van de EU in een
globaliserende wereld” moet versterken en de “...economische
ontwikkeling van de nieuwe lidstaten” moet bevorderen. Kortom, men
dient niet teveel referenda in te richten, temeer daar allerlei “...
dissidente politici aanschuren tegen de conservatieve bias om de
campagne van hun collega’s te ondermijnen”. Ze zijn een kwaal, die
dissidente politici, dat wist men vroeger in het Oostblok al. Neem nu
zo’n Pim Fortuyn.
Gelukkig zijn er ook niet-dissidente politici, die beschikken over een
“...oog voor belangen op langere termijn”. In het wereldbeeld van Guido
Dierickx zijn zij het licht in onze duisternis. Deze onbaatzuchtige en
hogerbegaafde groep slaagt er niet altijd in, om met behulp van “...een
sterke campagne” Jan en Mie Modaal voor geavanceerde Europese doelen
warm te maken. Daarom is het beter om géén risico’s te nemen, en de
goedkeuring van het Europees Verdrag bijvoorbeeld te beklinken in een
volwaardig Europees Parlement, onder intelligente mensen. Want bij
gebrek aan Europees Verdrag zullen wij zeker hopeloos wegzakken
langsheen de Universele Voortuigangsschaal, zoals de Zwitsers, de
Noren, de IJslanders en andere ongelukkigen, die niet eens de EU
bewonen, en dientengevolge tot de ondergang zijn gedoemd.
Dierickx wil geen referendum, omdat het Europees Verdrag volgens hem
“...onontbeerlijk” is en een negatieve referendumuitslag een obstakel
kan vormen voor de goedkeuring. Dat is de kern van zijn betoog. Maar
voor de beleefdheid haalt hij ook een tweetal klassieke
anti-democratische dooddoeners van stal. Laten we die even in de muil
kijken.
Vooreerst plaatst Dierickx vraagtekens bij de geïnformeerdheid van de
kiezer. Die weet te weinig af van het verdrag, en kan dus geen
geïnformeerde stem uitbrengen. Blijkbaar beseft Dierickx zelf dat dit
argument niet deugt, want hijzelf levert een stuk van de weerlegging.
Kiezers gebruiken inderdaad ‘binnenwegen’ (‘shortcuts’ is de
jargonterm). Bij een referendum zullen vele kiezers zich richten op
stemadviezen. Organisaties, instellingen of personen die op een bepaald
domein het vertrouwen van kiezers hebben, kunnen adviezen uitbrengen en
wie wil, kan deze adviezen volgen. Vaak is dit principe zelfs
geïnstutionaliseerd. In Zwitserland zijn vaak stemadviezen van
partijen, vakbonden, kerken en dergelijke in de officiële kiesbrochures
opgenomen. Aan dit alles is niets bijzonders; het vrijwillig volgen van
gespecialiseerd advies is een algemeen menselijk gegeven. Ook
parlementsleden zullen van nature ertoe neigen om op die wijze te
functioneren. Er zijn echter twee groot verschillen tussen de
direct-democratische en de parlementaire besluitvorming. Terwijl de
burger in het geheim van het stemhokje in alle discretie zijn stem naar
eigen inzicht en geweten kan uitbrengen, en zich vrij kan laten leiden
door adviseurs die hij vertrouwt, zal de parlementair stemmen onder het
wakend oog van zijn partijleiding, en zijn mandaat en inkomen op het
spel zetten indien hij afwijkt van het “partijstandpunt”. En verder
zal de politicus, omdat hij behoort tot een zeer specifieke categorie,
een minder representatieve stem uitbrengen dan een modale burger bij
een referendum. Critici van de direct-democratische besluitvorming
durven nogal eens opperen, dat een referendum niet echt representatief
is, omdat beter geïnformeerde en hoger opgeleide burgers meer neiging
hebben om aan de stemming deel te nemen dan bijvoorbeeld ongeschoolden.
Aan diegenen die dit argument ernstig nemen kan men aanraden om het
parlementaire alternatief volgens dezelfde criteria te bekijken.
Vergelijk bijvoorbeeld eens het percentage advocaten of logeleden in
het parlement met de overeenkomstige percentages in de totale
bevolking.
Und jetzt. Volgens Dierickx “...selecteren” de kiezers uit de
beschikbare informatie en gaan ze daarbij uit van hun meer nabije
belangen. Dierickx vindt het bijvoorbeeld nefast dat de burgers de
neiging hebben om de waarde van de nationale munt of hun positie op de
arbeidsmarkt belangrijker te vinden dan de ontwikkeling van nieuwe
lidstaten of de onderhandelingspositie van de EU-bureaucraten op
wereldniveau. Politici daarentegen hebben geen “...bias” en zien ‘de’
belangen op langere termijn. Mensen als Dierickx menen inderdaad dat er
slechts één belang bestaat, en dat de politiek elite hiervan kennis
heeft doch de heffe des volks niet. In werkelijkheid gaapt er een kloof
tussen de belangen van beide groepen. De politieke kaste heeft
bijvoorbeeld belang bij een zeer uitgebreid staatsbeslag. Hoe groter
het deel van de geproduceerde rijkdom waarop de politieke klasse via de
staatsmacht de hand kan leggen, hoe meer macht in handen van de
politiek terechtkomt. Meer geld in handen van de staat betekent meer
bestedingsbeslissingen en meer te verdelen ambten en posten voor de
politici. Voor de burger leidt meer staatsbeslag ceteris paribus al
snel tot afkalvend welzijn. De politieke kaste heeft verder ook belang
bij de installatie van een politiek monopolie, en bij de maximale
uitschakeling van politieke concurrentie. Voor modale burgers is het
interessanter wanneer vele kleinere bestuurseenheden voorhanden zijn,
want dat verhoogt hun mogelijkheid om te kiezen (met de voeten, of per
referendum) voor het meer gewenste bestuur. Een voorbeeld zagen we
recent in Italië, toen drie gemeenten (Cortina d’Ampezzo, Livinallongo
en Colle Santa Lucia) referendumsgewijs uit de regio Venetië
overstapten naar de (beter bestuurde) autonome regio van Trente &
Zuid-Tirol. De Europese Unie kan ondermeer begrepen worden als een
massieve poging van de Europese politieke klasse om een doorgedreven
bestuursmonopolie te vestigen, waarbij de keuzemogelijkheden van de
burgers op continentale schaal dramatisch worden ingeperkt. Het is
normaal dat de politieke klasse deze onderneming als “...onontbeerlijk”
beschouwt, zoals het ook normaal is dat heel wat burgers ondanks alle
propaganda tegenover diezelfde evolutie zeer wantrouwig staan. Het
bezwaar dat Dierickx maakt tegen de “...selectie van de beschikbare
informatie” die door de kiezer wordt gemaakt, betreft eigenlijk het
feit dat de kiezer de politieke klasse niet altijd slaafs wenst te
volgen en soms, wars van de propaganda ( = “...de beschikbare
informatie”), het nastreven van de eigen belangen verkiest boven de
implementatie van de globalistische agenda van de politieke elite. Het
eigenlijke verwijt van Dierickx aan de Europese burgers luidt, dat deze
laatsten zich onvoldoende schaapachtig gedragen.
Dierickx vindt een referendum wel mooi, op voorwaarde dat de kiezer
volgzaam blijft. “Inderdaad, er is geen procedure die aan een
goedkeuring een even grote legitimiteit kan verlenen als een
referendum”. Zijn probleem is echter, dat de uitslag van zo’n
referendum niet honderd procent van te voren vastligt. Wat is dat nu
vervelend. Daarom opteert Dierickx toch maar voor minder legitieme,
maar tenminste betrouwbaarder procedures. Op duizelingwekkende wijze
draait hij rond de pot, maar vanop enige afstand bekeken is het plaatje
toch duidelijk: Dierickx heeft een probleem, een fundamenteel probleem,
met Democratie.
|
|
Gebruikers' reacties  |
|
Gemiddelde gebruikers waardering
Geen waardering |
|
|